In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 1 min
Onderdelen in deze les
Examentraining
Slide 1 - Tekstslide
was machen wir heute?
Slide 2 - Tekstslide
Lesen
- Wiederholung Fragen Theorie
- Machen beweringsvraag
examen 2025 tekst 9
- Lesen eindexamensite 2019 tekst 1 tot en met 4
Hören
Woots
Slide 3 - Tekstslide
Wiederholung kernvragen
50 % van het examen bestaat uit kernvragen.
Dit zijn alle inhoudelijke vragen over een alinea zonder citaat
Slide 4 - Tekstslide
soorten kernvragen
1. hele tekst: zusammenfassen
2. kern alinea: Kern des Absatzes
3. inhoudelijk ( kern onderwerp): Welche Aussage stimmt
Slide 5 - Tekstslide
Zusammenfassend
1. markeren
2. geen antwoorden lezen
3. lees tekst; zijn er opvallende tekens?
4. zoek de info die je hebt gemarkeerd
5. Formuleer een eigen antwoord en vergelijk met de meerkeuze-opties
Slide 6 - Tekstslide
Lees niet alles
Hoe kleiner je woordenschat, des te belangrijker is het dat je alleen dat leest wat nodig is.
Slide 7 - Tekstslide
Lees waar de antwoorden staan
:
" "
schuingedrukt
- -
eerste zin en laatste zin
zie voorbeeld Mevrouw Duits examen 2022 TV1
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Video
Voorbeelden vraagsoorten
bedenk per vraagsoort hoe je deze ook alweer moet aanpakken
Slide 10 - Tekstslide
Welche Aussage über den „Mensch-gegen-Pferd-Marathon“ stimmt mit dem 2. Absatz überein? A Aus Tierschutzgründen wurde die Strecke etwas eingekürzt. B Die menschlichen Leistungen haben sich den Leistungen von Pferden angenähert. C Die Tiere werden im Wettkampf von gleich schweren Reitern beritten. D Von der anfänglichen Idee bis zur eigentlichen Durchführung verging viel Zeit
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
bewering
D
open plek
Slide 11 - Quizvraag
Noteer jouw aanpak van een kernvraag
Slide 12 - Open vraag
Welche Ergänzung passt in die Lücke in Absatz 4? A billiger B bunter C gründlicher D schneller
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
bewering
D
open plek
Slide 13 - Quizvraag
Noteer jouw aanpak van een "gaten"vraag
Slide 14 - Open vraag
Zu welchem Absatz passt der Titel „Wirkliche Mehrwegfolien“? A zu Absatz 1 B zu Absatz 2 C zu Absatz 3 D zu Absatz 4
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
bewering
D
open plek
Slide 15 - Quizvraag
Zu welchem Absatz passt der Titel „Wirkliche Mehrwegfolien“? A zu Absatz 1 B zu Absatz 2 C zu Absatz 3 D zu Absatz 4
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
opsomming
D
open plek
Slide 16 - Quizvraag
Noem 2 signaalwoorden van opsomming
Slide 17 - Open vraag
„Wie schnell … ich bremse?“ (Zeile 20-23) 1p 30 Wie verhalten sich diese Sätze zum vorangehenden „Bei der … einordnen können.“? (Zeile 18-20) A Sie konkretisieren die Worte. B Sie schwächen die Worte ab. C Sie verallgemeinern die Worte.
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
opsomming
D
open plek
Slide 18 - Quizvraag
konkretisieren-abschwachen oder verallgemeinern?
Besonders wichtig bei meiner Arbeit: Bei der Fahrt muss ich immer konzentriert bleiben und aufmerksam jede Reaktion des Fahrzeugs einordnen können..
Wie schnell kann ich in die nächste Kurve fahren? Wo muss ich vor dieser nächsten Kurve meinen Bremspunkt setzen? Wie
verhält sich das Auto bei voller Beschleunigung oder auch einer
Vollbremsung? Ist das Geräusch normal, wenn ich bremse?
Slide 19 - Tekstslide
Geef van elk van de volgende beweringen over Jeffrey aan of deze overeenkomt met alinea 1. 1 Hij wilde thuis weg omdat hij op zijn woonplaats was uitgekeken. 2 Hij kan huishoudelijke taken bij zijn ouders makkelijk aan een ander overlaten. 3 Hij neemt het zijn ouders kwalijk dat hij zo onzelfstandig is. 4 Hij heeft een hekel aan huishoudelijke taken gekregen nu hij zelfstandig woont. 5 Hij is tevreden over hoe hij zich ontwikkelt sinds hij zelfstandig woont. Noteer achter elk nummer ‘wel’ of ‘niet’.
A
kernvraag
B
vraag naar structuur
C
bewering
D
open plek
Slide 20 - Quizvraag
Neom 2 zaken die jij doet bij de aanpak van een bewering