In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
FTO
Presentatie polyfarmacie
Slide 1 - Tekstslide
Casus
72-jarige dame, op GRZ opgenomen i.v.m:
- conditionele achteruitgang na pneumonie
- beperkte mobiliteit bij knieklachten bij oude TKP bdz
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Zeer uitgebreid medicatieoverzicht
24 actuele medicamenten!
Quizvragen opgesteld naar aanleiding van de vragenlijst, conform de Verenso- en NHG-richtlijnen
Slide 6 - Tekstslide
Mw gebruikt pantoprazol 40mg om 08:00u. Wat is het belangrijkste advies over het tijdstip van inname van pantoprazol?
A
Het tijdstip maakt niet uit, pantoprazol kan op elk moment van de dag worden ingenomen
B
Pantoprazol moet ’s avonds ingenomen worden, omdat maagzuurproductie ’s nachts het hoogst is
C
Pantoprazol moet ’s ochtends vóór het ontbijt ingenomen worden voor maximale effectiviteit
D
Pantoprazol kan alleen ingenomen worden tijdens een maaltijd om gastro-intestinale bijwerkingen te voorkomen
Slide 7 - Quizvraag
Bij mw (eGFR 28) is macrogol 1–2×/dag gestart vanwege tramadolgebruik. Welke stelling klopt?
A
Macrogol kan bij mw zonder beperking worden gebruikt, ongeacht nierfunctie of medicatie
B
Macrogol is een osmotisch laxans en kan veilig worden gebruikt bij verminderde nierfunctie, maar let op voldoende vochtinname, zeker bij ouderen
C
Tramadolgebruik verhoogt het obstipatierisico niet, dus macrogol is alleen preventief nodig
D
Na gastric bypass is macrogol gecontra-indiceerd vanwege verminderde darmabsorptie
Slide 8 - Quizvraag
Mw gebruikt metformine 2dd500mg voor DM type 2. Haar eGFR is 28. Zij presenteert zich met vermoeidheid, misselijkheid en dyspnoe. Welke uitspraak over metformine en het risico op lactaatacidose is juist?
A
Lactaatacidose door metformine is een veel voorkomende bijwerking bij normale nierfunctie
B
Metformine moet bij ernstige nierfunctiestoornis of acute ziekte tijdelijk gestaakt worden vanwege verhoogd risico op lactaatacidose
C
Het voortzetten van metformine bij eGFR <30 is veilig, mits de patiënt voldoende drinkt
D
Lactaatacidose is een theoretisch risico, maar klinisch nooit relevant bij oudere patiënten
Slide 9 - Quizvraag
Mw. heeft een gastric bypass in de voorgeschiedenis en gebruikt colecalciferol 5600IE 1× per week ter onderhoud van vitamine D. Haar eGFR is 28 en ze heeft osteoporose. Welke van de volgende stellingen is juist?
A
Na een gastric bypass is het risico op vitamine D-tekort verhoogd, waardoor regelmatige controle van vitamine D-spiegel en calcium aanbevolen is
B
Gastric bypass beïnvloedt uitsluitend ijzerabsorptie, dus vitamine D-suppletie kan veilig standaard worden voortgezet zonder monitoring
C
Bij ouderen met gastric bypass is een hogere dosis colecalciferol nooit nodig, omdat 5600 IE/week altijd voldoende is
D
Calciumabsorptie is bij gastric bypass normaal, dus vitamine D-suppletie is overbodig
Slide 10 - Quizvraag
Mw gebruikt acetylsalicylzuur 1dd80mg ter secundaire preventie van cardiovasculaire ziekten. Haar voorgeschiedenis vermeldt: een peptisch ulcus 5 jaar geleden, goed behandeld en sinds die tijd klachtenvrij.
Welke uitspraak over het gebruik van acetylsalicylzuur bij mw is correct?
A
ASA kan veilig worden voortgezet, met PPI-profylaxe, omdat het ulcus niet actief is
B
ASA is absoluut gecontra-indiceerd vanwege haar eerdere ulcus
C
ASA mag alleen worden gebruikt bij een leeftijd jonger dan 70 jaar
D
ASA moet worden gestaakt bij een leeftijd ouder dan 70 jaar, ongeacht ulcusgeschiedenis
Slide 11 - Quizvraag
Mw. gebruikt dapagliflozine 1dd10mg. Wat is een juist feit over genitale infecties bij gebruik van dit medicament?
A
Dapagliflozine verhoogt het risico op uwi's en genitale schimmelinfecties, vooral bij vrouwen, ouderen en bij eerdere gastro-intestinale operaties
B
Dapagliflozine verhoogt het risico op genitale infecties niet bij oudere vrouwen
C
Goede hygiëne is voldoende
D
Het risico op genitale infecties wordt alleen beïnvloed door nierfunctie, niet door leeftijd of geslacht
Slide 12 - Quizvraag
Mw krijgt clotrimazol vaginaalcrème voorgeschreven wegens een candida-infectie. Ze gebruikt dapagliflozine 1dd10mg en heeft recidiverende vaginale infecties gehad.
Wat is het meest passende advies bij het starten van de behandeling?
A
Start de crème volgens voorschrift, stop de SGLT2-remmer tijdelijk tot de infectie genezen is
B
Stop de SGLT2-remmer en vervang deze direct door insuline om verdere infecties te voorkomen
C
Start de crème, maar adviseer dat ze alleen bij hevige jeuk of pijn mag gebruiken
D
Start de crème volgens voorschrift, stop de SGLT2-remmer niet
Slide 13 - Quizvraag
Bij tekenen van dehydratie, maar ook lichte enkeloedeem, is het volgens de richtlijnen verantwoord om een onderhoudsdosis bumetanide te continueren zolang het gewicht stabiel blijft, omdat het risico op overvulling groter is dan het risico op verdere dehydratie.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 14 - Quizvraag
Welke van de volgende stellingen is juist bij propranolol 2dd10mg?
A
Propranolol mag zonder beperking worden gebruikt bij oudere patiënten met nierfunctiestoornis
B
Propranolol verhoogt het risico op genitale infecties bij vrouwen, vooral in combinatie met SGLT2-remmers
C
Bij propranololgebruik moet worden gelet op bradycardie, hypotensie, vermoeidheid en verergering van bronchospastische aandoeningen, vooral bij oudere patiënten
D
Propranolol heeft geen effect op migraineprofylaxe en mag niet voor dit doel worden ingezet
Slide 15 - Quizvraag
Mw gebruikt rosuvastatine 1dd5mg voor secundaire preventie van cardiovasculaire ziekten en meldt pijn in haar benen sinds ze de statine gebruikt.
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van de spierklachten bij gebruik van statines?
A
Myopathie door verminderde cholesterolproductie in spiercellen
B
Spierpijn door infectie of virale ziekte, meestal onafhankelijk van statinegebruik
Psychosomatisch bij oudere patiënten die een statine gebruiken
Slide 16 - Quizvraag
Op haar medicatielijst staat ook glucagon 1 mg als poeder voor injectievloeistof.
Stelling: Bij cachectische of ernstig ondervoede ouderen is de werking van glucagon bij hypoglykemie vaak verminderd of zelfs afwezig.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 17 - Quizvraag
Mw. gebruikt allopurinol 1dd300mg ter preventie van jicht. Ze heeft een eGFR van 28 en meerdere comorbiditeiten. Welke van de volgende stellingen is juist?
A
Allopurinol kan zonder aanpassing worden voortgezet, ook bij een eGFR <30 ml/min
B
Allopurinol heeft geen interacties met andere veelgebruikte geneesmiddelen bij ouderen
C
De dosering van allopurinol moet mogelijk worden verlaagd om toxische reacties te voorkomen
D
Het starten van allopurinol vereist geen controle van lever- of nierfunctie
Slide 18 - Quizvraag
Juist of onjuist? Bij gebruik van citalopram 1dd20mg is er een verhoogd risico op hyponatriëmie en valincidenten.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 19 - Quizvraag
Mw. gebruikt paracetamol 1000 mg, zo nodig 4× per dag.
Stelling: Het gebruik van paracetamol in deze dosering is veilig bij chronisch gebruik, ook bij kwetsbare ouderen zonder andere risicofactoren.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 20 - Quizvraag
Mw. gebruikt tramadol 50mg capsules, maximaal 3× per dag zo nodig voor pijnbestrijding bij een eGFR van 28. Welke stelling is juist?
A
Bij een eGFR <30 ml/min moet de dosis tramadol worden verlaagd of de frequentie beperkt, vanwege verhoogd risico op bijwerkingen
B
Tramadol kan veilig in dezelfde dosering worden gebruikt, ook bij ernstige nierfunctiestoornis
C
Tramadol heeft geen interacties met antidepressiva zoals SSRIs
D
Tramadol kan veilig gecombineerd worden met andere opioïden zonder verhoogd risico op sedatie of ademhalingsdepressie
Slide 21 - Quizvraag
Mw. gebruikt depakine M.G.A. 2dd500mg voor epilepsie. Stelling: Bij gebruik van depakine is het belangrijk om regelmatig de leverfunctie te controleren, vooral bij oudere patiënten.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 22 - Quizvraag
Midazolam neusspray wordt zonodig gebruikt bij epilepsie. Hoe werkt midazolam bij een acute epileptische aanval?
A
Het blokkeert natriumkanalen in hersencellen om de prikkelgeleiding te remmen
B
Het remt de afgifte van dopamine in de hersenen
C
Het versterkt de werking van GABA, waardoor de hersenactiviteit wordt geremd
Slide 23 - Quizvraag
Mw. gebruikt Oxazepam 2dd5mg.
Wat is de meest juiste indicatie voor oxazepam bij ouderen?
A
Depressie
B
Pijnbestrijding bij osteoporose
C
Angst- en spanningsklachten of kortdurende slapeloosheid
Slide 24 - Quizvraag
Wat is het werkingsmechanisme van zolpidem?
A
Het versterkt de werking van de neurotransmitter GABA in de hersenen, waardoor rust en slaap worden bevorderd
B
Het verhoogt de afgifte van serotonine, wat de slaap bevordert
C
Het blokkeert histaminereceptoren, waardoor men slaperig wordt
D
Het remt de aanmaak van adrenaline, waardoor het lichaam ontspant
Slide 25 - Quizvraag
Mw. gebruikt mirtazapine 1dd15mgg. Ze heeft een voorgeschiedenis van CVA, hypertensie en DVT.
Welke overweging is het meest relevant bij het voorschrijven van mirtazapine?
A
Mirtazapine kan gunstig zijn bij depressie én slapeloosheid bij ouderen
B
Mirtazapine mag niet gecombineerd worden met anticoagulantia zoals bij DVT
C
Mirtazapine verhoogt significant het risico op hypertensie en CVA
Slide 26 - Quizvraag
Mw. gebruikt salbutamol-aerosol “zo nodig” bij kortademigheid. Wat is het belangrijkste voordeel van het gebruik van een voorzetkamer bij ouderen?
A
Het vermindert systemische bijwerkingen en verbetert medicijnafgifte
B
Het maakt het medicijn sterker en sneller werkend
C
Het maakt de wijze van inhaleren minder belangrijk, waardoor techniek nauwelijks invloed heeft op de werking
Slide 27 - Quizvraag
Mw. gebruikt Mixtura Resolvens bij hoest.
Wat is de bekende bewezen effectiviteit van deze hoestsiropen bij ouderen volgens huidige richtlijnen en Cochrane-onderzoek?
A
Meer dan 70% van de gebruikers ervaart duidelijk effect
B
Ongeveer 30–40% van de gebruikers ervaart enig effect
C
Slechts 10–15% van de gebruikers ervaart aantoonbaar effect
Slide 28 - Quizvraag
Mw. gebruikt desloratadine 5mg zonodig bij allergische klachten. Stelling: Desloratadine veroorzaakt weinig sedatie en is daarom veilig te gebruiken bij kwetsbare ouderen.