Woordvolgorde

Uitleg woordvolgorde
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Uitleg woordvolgorde

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordvolgorde - hoofdzin
Rule 1: Verb comes in second place.
Rule 2: Extra verbs will go to the end of the sentence.
Rule 3: Only in questions and commands can the verb come first.
Rule 4: Time can come in either third or first place.

Voorbeelden:
Ik heb vandaag een appel gegeten en de appel was niet lekker. - (2 hoofdzinnen)
Vandaag heb ik een appel gegeten maar de appel was niet lekker. - (2 hoofdzinnen)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

General rule
After a main clause (hoofdzin), when we start a sentence with any other conjunction than Want - Of - Dus - En - Maar (WODEN), a subordinate clause (bijzin) follows. In the subordinate clause (bijzin), all verbs are at the end.
  

Bijvoorbeeld:
Ik vind dat boterhammen lekker zijn.
Ik eet graag boterhammen omdat ze lekker zijn.
Ik kijk graag televisie terwijl ik een boterham eet.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsdelen
De studenten / willen / een ijsje / kopen / op de markt.

Op de markt / willen / de studenten / een ijsje / kopen.

Een ijsje / willen / de studenten / op de markt / kopen.

Willen / de studenten / op de markt / een ijsje / kopen?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsdelen (welke volgordes?)
Wie? Wat? Waar? Wanneer? 

Slide 5 - Tekstslide

Bedenk samen met de lln zinnen door de vraagwoorden te beantwoorden
 bv.
De docent staat deze ochtend voor de klas.
Hij
klimmen
hij
gaat
dit weekend

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zij
worden
zij
kapster
wil

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

hij
Arabisch
en Nederlands
spreekt

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf op...
  1. Ik eet veel groente want / is / gezond / groente
  2. Ik eet veel groente omdat / is / gezond/ groente
  3. Ik eet elke ochtend 2 eieren zodat / binnenkrijg / ik / genoeg eiwitten
  4. Ik drink vaak water maar / soms / ik / ook / frisdrank / drink
  5. Ik ontbijt alleen als / tijd / heb / ik

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf op...antwoorden
  1. Ik eet veel groente want groente is gezond.
  2. Ik eet veel groente omdat groente gezond is.
  3. Ik eet elke ochtend 2 eieren zodat ik genoeg eiwitten binnenkrijg.
  4. Ik drink vaak water maar soms drink ik ook frisdrank.
  5. Ik ontbijt alleen als ik tijd heb.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meer oefenen?
https://wordwall.net/nl/resource/9748070/woordvolgorde
https://wordwall.net/nl/resource/17720439/woordvolgorde-bijzin
https://wordwall.net/nl/resource/58396021/voegwoorden-2x-hoofdzin-want-maar-en-of-dus



Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies