Uitscheiding en homeostase (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

ORGANISME · UITSCHEIDING

Quiz

Terugblik: Uitscheiding en homeostase

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met twaalf vragen over uitscheiding, lever en gal, niereenheid, ADH, homeostase, buffers, receptoren en regelkringen.

Onderdelen in deze les

ORGANISME · UITSCHEIDING

Quiz

Terugblik: Uitscheiding en homeostase

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Denis Barthel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke stoffen bevat zweet naast water?

A

Galzouten en galkleurstof

B

Eiwitten en glucose

C

Zouten en een beetje ureum

D

Alleen zouten

Zweet bevat water, zouten en een beetje ureum. Verwachte fout: alleen zouten kiezen en het ureum vergeten.

Vul in

De lever maakt gal; galkleurstof daarin is een afbraakproduct van hemoglobine uit rode bloedcellen.

gal
galkleurstof
hemoglobine
galzouten
ureum

Gal, galkleurstof en hemoglobine. Verwachte fout: galzouten invullen bij het tweede gat, omdat gal ook galzouten bevat.

Waar in de nier ligt de glomerulus?

In de nierschors, samen met het kapsel van Bowman. Verwachte fout: niermerg noemen, waar het nierbuisje doorheen loopt.

Een gezond persoon heeft glucose in de voorurine maar niet in de urine. Waarom?

A

Glucose wordt in het nierbekken afgebroken

B

Glucose gaat niet door de wand van het kapsel

C

Alle glucose wordt in het nierbuisje teruggeresorbeerd

D

De lever haalt glucose uit de voorurine

Glucose gaat door de ultrafiltratie mee en wordt daarna volledig teruggeresorbeerd. Verwachte fout: denken dat glucose niet wordt gefilterd.

Welk orgaan geeft ADH af aan het bloed?

A

De hypofyse

B

De nier

C

De lever

D

De schildklier

De hypofyse geeft ADH af; de nierbuisjes zijn het doelwit. Verwachte fout: de nier kiezen omdat ADH daar werkt.

Wat houdt een dynamisch evenwicht in het inwendig milieu in?

A

De waarden blijven altijd precies gelijk

B

De waarden veranderen zonder grens

C

De waarden volgen het uitwendig milieu

D

De waarden schommelen steeds rond een normwaarde

Door regelkringen worden afwijkingen steeds gecorrigeerd, dus de waarde pendelt rond de normwaarde. Verwachte fout: denken dat constant betekent dat er nooit iets verandert.

Welke stoffen bufferen de pH van het bloed door H+ te binden?

A

Hemoglobine en ureum

B

Hemoglobine en HCO3-

C

Ureum en galzouten

D

Glucose en HCO3-

Hemoglobine en HCO3- binden overtollige H+. Verwachte fout: een optie kiezen waarin maar een van de twee buffers staat.

Welke waarde meten drukreceptoren in de aorta?

A

De bloeddruk

B

De pCO2 in het bloed

C

De pH van het bloed

D

De temperatuur van het bloed

Drukreceptoren in de aortawand meten de bloeddruk; chemische receptoren meten pCO2 en pH. Verwachte fout: de pCO2 kiezen.

Welke systemen sturen de organen aan die het inwendig milieu constant houden?

A

Het zenuwstelsel en het skelet

B

Het hormoonstelsel en de spijsvertering

C

Het zenuwstelsel en het hormoonstelsel

D

De ademhaling en de bloedsomloop

Zenuwstelsel en hormoonstelsel regelen de organen. Verwachte fout: de ademhaling en bloedsomloop kiezen omdat die ook bij homeostase betrokken zijn.

Welk bloedvat voert bloed uit het leverlobje weg?

A

De poortader

B

De leverader

C

De leverslagader

D

De nierader

Poortader en leverslagader voeren bloed aan, de leverader voert af. Verwachte fout: de poortader kiezen omdat die het bekendst is.

2 L urine met 15 g ureum per L. Totaal in g?

2 keer 15 is 30 gram ureum. Verwachte fout: 15 plus 2 uitrekenen en 17 noemen.

Een nier kan niet meer filteren. Wat is het gevolg voor het inwendig milieu?

A

De osmotische waarde daalt altijd

B

De lever neemt het filteren volledig over

C

De huid scheidt voortaan alle ureum uit

D

Ureum hoopt op en het evenwicht raakt verstoord

Zonder ultrafiltratie blijft ureum in het bloed en raakt de homeostase verstoord. Verwachte fout: denken dat een ander orgaan de functie volledig overneemt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ORGANISME · UITSCHEIDING

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu uitleggen hoe lever, nieren, longen en huid afvalstoffen uitscheiden, hoe de niereenheid urine maakt en hoe regelkringen het inwendig milieu constant houden.

Deze slide heeft geen instructies