ORGANISME · UITSCHEIDING
Quiz
Terugblik: Uitscheiding en homeostase
ORGANISME · UITSCHEIDING
Quiz
Terugblik: Uitscheiding en homeostase
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Denis Barthel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welke stoffen bevat zweet naast water?
Galzouten en galkleurstof
Eiwitten en glucose
Zouten en een beetje ureum
Alleen zouten
Zweet bevat water, zouten en een beetje ureum. Verwachte fout: alleen zouten kiezen en het ureum vergeten.
Vul in
De lever maakt gal; galkleurstof daarin is een afbraakproduct van hemoglobine uit rode bloedcellen.
Gal, galkleurstof en hemoglobine. Verwachte fout: galzouten invullen bij het tweede gat, omdat gal ook galzouten bevat.
Waar in de nier ligt de glomerulus?
In de nierschors, samen met het kapsel van Bowman. Verwachte fout: niermerg noemen, waar het nierbuisje doorheen loopt.
Een gezond persoon heeft glucose in de voorurine maar niet in de urine. Waarom?
Glucose wordt in het nierbekken afgebroken
Glucose gaat niet door de wand van het kapsel
Alle glucose wordt in het nierbuisje teruggeresorbeerd
De lever haalt glucose uit de voorurine
Glucose gaat door de ultrafiltratie mee en wordt daarna volledig teruggeresorbeerd. Verwachte fout: denken dat glucose niet wordt gefilterd.
Welk orgaan geeft ADH af aan het bloed?
De hypofyse
De nier
De lever
De schildklier
De hypofyse geeft ADH af; de nierbuisjes zijn het doelwit. Verwachte fout: de nier kiezen omdat ADH daar werkt.
Wat houdt een dynamisch evenwicht in het inwendig milieu in?
De waarden blijven altijd precies gelijk
De waarden veranderen zonder grens
De waarden volgen het uitwendig milieu
De waarden schommelen steeds rond een normwaarde
Door regelkringen worden afwijkingen steeds gecorrigeerd, dus de waarde pendelt rond de normwaarde. Verwachte fout: denken dat constant betekent dat er nooit iets verandert.
Welke stoffen bufferen de pH van het bloed door H+ te binden?
Hemoglobine en ureum
Hemoglobine en HCO3-
Ureum en galzouten
Glucose en HCO3-
Hemoglobine en HCO3- binden overtollige H+. Verwachte fout: een optie kiezen waarin maar een van de twee buffers staat.
Welke waarde meten drukreceptoren in de aorta?
De bloeddruk
De pCO2 in het bloed
De pH van het bloed
De temperatuur van het bloed
Drukreceptoren in de aortawand meten de bloeddruk; chemische receptoren meten pCO2 en pH. Verwachte fout: de pCO2 kiezen.
Welke systemen sturen de organen aan die het inwendig milieu constant houden?
Het zenuwstelsel en het skelet
Het hormoonstelsel en de spijsvertering
Het zenuwstelsel en het hormoonstelsel
De ademhaling en de bloedsomloop
Zenuwstelsel en hormoonstelsel regelen de organen. Verwachte fout: de ademhaling en bloedsomloop kiezen omdat die ook bij homeostase betrokken zijn.
Welk bloedvat voert bloed uit het leverlobje weg?
De poortader
De leverader
De leverslagader
De nierader
Poortader en leverslagader voeren bloed aan, de leverader voert af. Verwachte fout: de poortader kiezen omdat die het bekendst is.
2 L urine met 15 g ureum per L. Totaal in g?
2 keer 15 is 30 gram ureum. Verwachte fout: 15 plus 2 uitrekenen en 17 noemen.
Een nier kan niet meer filteren. Wat is het gevolg voor het inwendig milieu?
De osmotische waarde daalt altijd
De lever neemt het filteren volledig over
De huid scheidt voortaan alle ureum uit
Ureum hoopt op en het evenwicht raakt verstoord
Zonder ultrafiltratie blijft ureum in het bloed en raakt de homeostase verstoord. Verwachte fout: denken dat een ander orgaan de functie volledig overneemt.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ORGANISME · UITSCHEIDING
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu uitleggen hoe lever, nieren, longen en huid afvalstoffen uitscheiden, hoe de niereenheid urine maakt en hoe regelkringen het inwendig milieu constant houden.
Deze slide heeft geen instructies