Oefenvragen 322 en 321 Starten/Laden

Oefenvragen 322 en 321 Starten/Laden

Bij deze vragen mag een rekenmachine en het boekje Autotechnische formules worden gebruikt.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Oefenvragen 322 en 321 Starten/Laden

Bij deze vragen mag een rekenmachine en het boekje Autotechnische formules worden gebruikt.

Slide 1 - Tekstslide

De koud startampères van een accu worden aangegeven met
A
SAE
B
DIN
C
ISO
D
CCA

Slide 2 - Quizvraag

Het elektrolyt van een lood-zuur accu bestaat voor het grootste deel uit gedemineraliseerd water en
A
Zwavelzuur
B
Lood
C
Waterstof
D
Lithium

Slide 3 - Quizvraag

Als een lood-zuur accu wordt geladen neemt van het elektrolyt
A
het volume toe
B
het volume af
C
de soortelijke massa toe
D
de soortelijke massa af

Slide 4 - Quizvraag

Een krukas van een verbrandingsmotor heeft een toerental van 20 Hz. Dat is gelijk aan:
A
2000 omw/min
B
1200 omw/min
C
20000 omw/min
D
12000 omw/min

Slide 5 - Quizvraag

Het relais op een startmotor zorgt o.a. voor
A
het schakelen van de stuurstroom
B
bescherming van de elektromotor
C
het schakelen van de hoofdstroom
D
het minder belasten van de dynamo

Slide 6 - Quizvraag

Een 12 V-accu met een capaciteit van 100 Ah kan leveren:
A
20 uur, 5A
B
20 uur, 12 A
C
1 uur, 100 A
D
12 uur, 100 A

Slide 7 - Quizvraag

Een lage spanning op de startmotor tijdens het starten kan het gevolg zijn van
A
defecte inspoorspoel
B
verbinding tussen startschakelaar en startmotor defect
C
slechte verbinding aansluitpunt "30"
D
startveiligheid onderbroken

Slide 8 - Quizvraag

Bij een toenemend toerental van de startmotor tijdens het starten daalt de spanning op de startmotor door
A
toenemende weerstand
B
toenemende temperatuur
C
toenemend vermogen
D
toenemende tegenspanning

Slide 9 - Quizvraag

Bij een V-4 meting is het van belang dat
A
de stroom is uitgeschakeld
B
de stroom is ingeschakeld
C
de ampèretang goed functioneerd
D
de weerstand zo laag mogelijk is

Slide 10 - Quizvraag

De aansluiting voor de stuurstroom op een startrelais heeft codering
A
15
B
50
C
85
D
30

Slide 11 - Quizvraag

Met behulp van een V-4 meting bepalen we
A
de weerstand van de bedrading
B
de weerstand van de startkabels
C
de hoogte van de startstroom
D
het spanningsverlies in het gehele circuit

Slide 12 - Quizvraag

Symbool stelt voor:
A
Spanningsregelaar
B
Dynamo
C
Transistor
D
Gelijkrichter

Slide 13 - Quizvraag

De functie van de rotor bij een dynamo is het
A
gelijkrichten
B
geleiden van de dynamostroom
C
toe- en afvoeren van de rotorstroom
D
leveren van het magnetisch veld

Slide 14 - Quizvraag

De functie van de koolborstels bij een dynamo is
A
gelijkrichten
B
geleiden dynamostroom
C
toe- en afvoeren rotorstroom
D
leveren van magnetisch veld

Slide 15 - Quizvraag

Voorbekrachtiging van een dynamo is noodzakelijk om
A
de spanning te regelen
B
te kunnen beginnen met laden
C
de stroom te regelen
D
het laadstroomlampje uit te schakelen

Slide 16 - Quizvraag