KDN les 3 (7) Cellen HERHALING Dag 5

1 / 28
volgende
Slide 1: Video
KdnPrimary EducationAge 11

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

A/B/C 
Herhaling!

Slide 2 - Tekstslide

Uit hoeveel fases bestaat het leven van een cel?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 3 - Quizvraag

. Cellen zijn de kleinste bouwstenen van een plant, een dier of de ......

Slide 4 - Open vraag

Uit hoeveel delen bestaan cellen?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 5 - Quizvraag

Celwand: Dit is een wand, ook wel ..... genoemd, die sommige stoffen doorlaat en andere niet.
A
membraan
B
celkern
C
plasma
D
chromosoom

Slide 6 - Quizvraag

In de ..... zitten alle belangrijke onderdelen, zoals de chromosomen, de genen en het DNA.
A
celkern
B
celwand
C
celplasma

Slide 7 - Quizvraag

Cellen werken in hun functie tussen de 7 en 100 dagen. Cellen hebben
bepaalde functies.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Cellen kopiëren en delen zichzelf zo tussen de 20 en 120 ......

Slide 9 - Open vraag

Iedere cel weet wat hij moet doen en werkt samen met de andere cellen.

A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Hoe noemen we weefsels, die samenwerken om een een specifieke taak te doen?
A
Een speciale weefsel
B
Een orgaan
C
vocht
D
Plasma

Slide 11 - Quizvraag

In hoeveel stappen gaat de celdeling?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 12 - Quizvraag

DNA is een molecuul. Hierop staat alle informatie over je lichaam.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Er zijn een totaal van ...... paar chromosomen in een menselijke cel. Het verschil tussen mannen en vrouwen is één chromosoom.

Slide 14 - Open vraag

Waar begint de deling van een cel?
A
in de kern
B
in de plasma
C
in de celwand

Slide 15 - Quizvraag

De meest bekende afwijking is er een, waarbij het 21e chromosoom 1 in plaats van 2 chromosomen in zijn paar heeft.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quizvraag

D.  Stamcellen

Slide 17 - Tekstslide

Kinderen worden geboren uit een
samensmelting van een (vrouwelijke) zaadcel en een (mannelijke) eicel.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Als de baby nog een foetus is in de buik van zijn moeder zijn die eerste cellen ......
A
zaadcellen
B
babycellen
C
groeicellen
D
stamcellen

Slide 19 - Quizvraag

De stamcellen heten zo, omdat ze kunnen veranderen. Ze specialiseren zich.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Als die cellen eenmaal gespecialiseerd zijn, kunnen ze niet meer terug veranderen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

onderdeel A

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

onderdeel B

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Link

onderdeel A

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Link

Einde les!

Slide 28 - Tekstslide