Powerpoint/Onedrivev4

Welk programma behoort NIET tot het Microsoft Office pakket?
A
Word
B
Paint
C
Excel
D
PowerPoint
1 / 128
volgende
Slide 1: Quizvraag
ICTSecundair onderwijsBuitengewoon lager onderwijsLager onderwijsBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 128 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Welk programma behoort NIET tot het Microsoft Office pakket?
A
Word
B
Paint
C
Excel
D
PowerPoint

Slide 1 - Quizvraag

PowerPoint
Helpen jullie mee, OKAN?

Slide 2 - Tekstslide

Wat is het logo van het programma Microsoft Powerpoint?
A
B
C
D

Slide 3 - Quizvraag

1. Welk logo hoort bij het programma?
Microsoft Outlook
Microsoft Teams
Microsoft PowerPoint
Google zoeken
Microsoft OneDrive
Microsoft Word

Slide 4 - Sleepvraag


Werken met PowerPoint

Slide 5 - Tekstslide

Wat weet je over PowerPoint?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Woordweb

Wat is een presentatie?

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een presentatie?
Een presentatie is
iets vertellen aan mensen,
met dia’s (PowerPoint) als hulp.

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van de les:
  • Weet je wat PowerPoint is
  • Ken je verschillende functies van PowerPoint
  • Kun je een presentatie maken in PowerPoint

Slide 10 - Tekstslide

PowerPoint openen
  • Start je laptop op
  • Log in op de studentaccount
  • Ga naar Windows-icoon
  • Typ Powerpoint
  • Klik op deze App Powerpoint

Slide 11 - Tekstslide

Starten in PowerPoint
Om een nieuwe presentatie te maken, klik je in het volgende scherm op 'lege presentatie'

Slide 12 - Tekstslide

De onderdelen in PowerPoint

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Presentatie maken
Je gaat een presentatie in PowerPoint maken.
Deze presentatie gaat over jullie idee voor een alternatief lokaal
De presentatie bestaat uit minimaal 4 dia's. 
Lees bij de volgende dia wat je telkens in je PowerPoint moet plaatsen/opschrijven. 


Slide 15 - Tekstslide

Welke dia vinden jullie het mooist?

Slide 16 - Tekstslide

Dia/slide 1
Dia/slide 2

Slide 17 - Tekstslide

Welke dia/slide vinden jullie het mooist?
dia/slide 1
dia/slide 2

Slide 18 - Poll

Ontwerpen
Aan de slag!

Slide 19 - Tekstslide

Nieuwe dia 
Start --> Nieuwe dia.



Klik op het pijltje naast dia. Er opent dan een menu.


Slide 20 - Tekstslide

Dia-indeling: soorten





Selecteer Titel met object.

Slide 21 - Tekstslide

Diavoorstelling opslaan
Je gaat je diavoorstelling nu opslaan op je OneDrive. 

1. Klik op Bestand
2. Klik op Opslaan als
3. Zoek in jouw OneDrive de map ICT op 
4. Geef je bestand de naam:
Presentatie klaslokaal okan rood Voornaam Familienaam
5. Klik op Opslaan

Slide 22 - Tekstslide

Dia 1
Dit is het titelblad. 
Je heb twee schrijfvlakken
Start, Dia's, Indeling, Titeldia

Noteer in de titel wat hier staat.
Noteer de gegevens over bij onderschrift.



Slide 23 - Tekstslide

De tweede dia is je 'inhoud/inleiding'. Wat vertel je hier?
A
Wat het onderwerp van je presentatie is
B
Hoelang je presentatie zal duren
C
Welke onderwerpen je gaat vertellen
D
Uit hoeveel dia's je presentatie bestaat

Slide 24 - Quizvraag

Nieuwe dia 

Slide 25 - Tekstslide

Dia 2
Noteer in titel  'Inhoud'. 

Denk na waarover je gaat vertellen
  • Noteer in notities




Slide 26 - Tekstslide

Waarvoor gebruik je notities?

Slide 27 - Tekstslide

Dia 3
Noteer in titel  meubilair'. 

Beschrijf in grote tekstvak:  
in kernwoorden wat jij hebt gekozen
Klik vervolgens Invoegen Afbeelding Stock afbeeldingen.
Zoek vervolgens een afbeelding die bij jou past in voorstel.
Je voegt deze in door erop te klikken.

Slide 28 - Tekstslide

Nieuwe dia 

Slide 29 - Tekstslide

Hou zou ik dezelfde dia kunnen hergebruiken?

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Opmaken

Slide 32 - Tekstslide

Opmaken
Maak je presentatie netjes.
Zorg dat in een aantal dia's ook een foto zit.
Zijn de foto's goed en scherp (geen watermerk)?
Bekijk de presentatie op het hele beeldscherm.

Slide 33 - Tekstslide

Een stijl kiezen
Ga naar het menu ontwerpen



Je ziet verschillende ontwerpen voor je PowerPoint. Klik naast de zichtbare ontwerpjes op het onderste pijltje. 



Kies een ontwerp dat je mooi vindt. 



Slide 34 - Tekstslide

Herhaling: de werkbalk 'opmaak'
Kennen jullie de werkbalk 'opmaak' nog van Word? 
Werkbalk Word = werkbalk PowerPoint 

1. Lettertype
2. Lettergrootte
3. Kleur
4. Vetgedrukt (CTRL + B)
5. Schuingedrukt of cursief (CTRL + I)
6. Onderstreept (CTRL + U)
1
2
3
4  5  6

Slide 35 - Tekstslide

Welk woord is onderstreept?
A
B
C
D

Slide 36 - Quizvraag

Welk woord is schuingedrukt / cursief?
A
B
C
D

Slide 37 - Quizvraag

Welk woord is vetgedrukt?
A
B
C
D

Slide 38 - Quizvraag

De achtergrondkleur
Je kan de achtergrondkleur van een slide of dia veranderen.
1. Ontwerp
2. Achtergrond 
3. Effen opvulling 
4. Meer kleuren

Nu is het aan jullie -> sleep de stappen naar de juiste plaats. 

Slide 39 - Tekstslide

stap 1
stap 2
stap 3
stap 4

Slide 40 - Sleepvraag

Tussentijds opslaan
Sla je presentatie tussendoor op door op Opslaan te klikken. 
Je kunt ook opslaan door op de 'diskette' te klikken.

Slide 41 - Tekstslide

Dia 3
Noteer in titel 'Wie ben ik?'. 

Beschrijf in grote tekstvak:  
in kernwoorden wie jij bent. 
Klik vervolgens Invoegen Afbeelding Stock afbeeldingen.
Zoek vervolgens een afbeelding die bij jou past. Je voegt deze in door erop te klikken.

Slide 42 - Tekstslide

Een (google) afbeelding toevoegen 
1. Zoek in 'Google afbeeldingen' 
2. Twee vingers op de touchpad 
3. Klik op 'afbeelding kopiëren' 
4. Plakken of CTRL + V in de PowerPoint

Slide 43 - Tekstslide

Stap 1: Zoek in Google Afbeeldingen
Stap 2: twee vingers op touchpad
Stap 3: Klik op 'afbeelding kopiëren'

Slide 44 - Sleepvraag

Afbeelding 1
Afbeelding 2

Slide 45 - Tekstslide

Welke afbeelding vinden jullie het mooist?

Afbeelding 1
Afbeelding 2

Slide 46 - Poll

stap 1: klik op de afbeelding
stap 2: klik op 'afbeelding (boven)
stap 3: kies een stijl

Slide 47 - Sleepvraag

Bewegend beeld
Wist je dat je naast animaties ook afbeeldingen kunt invoegen die bewegen en geen video  zijn!

Het zijn afbeeldingen met de bestandsextensie GIF!

Kijk maar naar de volgende dia!




Slide 48 - Tekstslide

een gif = beweging
een afbeelding = stilstaan

Slide 49 - Tekstslide

Welk antwoord is een gif?
A
B
C
D

Slide 50 - Quizvraag

Hoe  moet je een gif toevoegen aan je PowerPoint? 
Deel 2 (PowerPoint)

1. Ga naar 'invoegen'
2. Klik op 'Afbeeldingen' 
3. Kies 'dit apparaat...'
4. Zoek jouw 'gif' en klik op 'openen'

DEEL 1 (Google of Bing)

1. Zoek in Google of Bing afbeeldingen naar 'gif ...' 
2. Twee vingers op de touchpad 
3. Kies 'afbeelding opslaan'
4. Kies een bestandsnaam

Slide 51 - Tekstslide

Video invoegen

Slide 52 - Tekstslide

Video invoegen
Wist je dat je naast foto's ook  video's kan toevoegen om je presentatie te verduidelijken.

Niet alleen je eigen video's maar ook Youtube, Vimeo,...

Kijk maar naar de volgende dia!




Slide 53 - Tekstslide

Nieuwe dia 
In deze dia ga je een video invoegen over je Minecraft rondleiding.

Slide 54 - Tekstslide

video invoegen hoe? Zo!

Deel 1

1 Ga naar youtube.com
2 Zoek video
3 Kopieer adres (CTRL+C)

Slide 55 - Tekstslide

Video invoegen
Deel 2
Klik op Invoegen
Kies Media
Klik op Video
Kies Onlinevideo's

Slide 56 - Tekstslide

Video invoegen
Deel 3
Plak nu de link van youtube (CTRL + V) 
Klik op Invoegen


Slide 57 - Tekstslide

Tabel invoegen

Slide 58 - Tekstslide

Tabel invoegen
Soms kan het handig zijn om een vergelijking te maken.

Je kan gebruik maken van een tabel.


Kijk op mij!




Slide 59 - Tekstslide

Tabel invoegen
Klik op Nieuwe dia
Kies indeling: Titel en object
Typ de titel foutloos over 
Klik op Tabel invoegen


Slide 60 - Tekstslide

Tabel invoegen
Kies 2 Kolommen en 5 rijen

Slide 61 - Tekstslide

Wat zijn kolommen en rijen in een tabel?
Sleep het antwoord naar de juiste plek.
Kolommen
Rijen
Van links naar rechts
Van boven naar beneden

Slide 62 - Sleepvraag

Tabel invoegen
Vul dit aan:

Slide 63 - Tekstslide

Tabel invoegen
Je ziet dit resultaat

Slide 64 - Tekstslide

Even kijken wat je nog weet...

Slide 65 - Tekstslide


Uit hoeveel kolommen en rijen bestaat deze tabel?
A
4 kolommen, 9 rijen
B
9 kolommen, 4 rijen
C
4 kolommen, 10 rijen
D
10 kolommen, 4 rijen

Slide 66 - Quizvraag

Dia X 
Einde Presentatie.

Zijn er nog vragen?


Slide 67 - Tekstslide

Overgangen

Slide 68 - Tekstslide

Overgangen
Je gaat dia's een bijpassende overgang geven. 

1. Selecteer in het overzichtsscherm alle dia's.
2.  Klik vervolgens in het menu op Overgangen
3. Kies een overgang uit die jij mooi vin
 (bijvoorbeeld morphin, vervagen, splitsen, etc.). 



Slide 69 - Tekstslide

Tip overgangen
 

Zorg ervoor dat je voor alle dia's dezelfde overgang gebruikt!
Anders wordt het erg druk! 

Slide 70 - Tekstslide

Hoe kun je geluid aan een overgang toevoegen?

Slide 71 - Open vraag

Diavoorstelling starten
Je gaat je diavoorstelling op verschillende manieren starten. 

1. Ga in de menubalk naar Diavoorstelling
2. Klik op Vanaf begin
3. Klik met je linkermuisknop of het linker pijltje op je toetsenbord door de hele voorstelling. 
4. Klaar? Druk eventueel op Esc (toetsenbord) om de voorstelling af te sluiten. 
5. Je bent nu weer uit de diavoorstelling.
Je gaat de voorstelling nog één keer starten, maar dan vanaf dia 5
6. Ga naar dia 5
7.  Klik daarna rechts onderin op het volgende icoontje: 

Slide 72 - Tekstslide

Animaties invoegen

Slide 73 - Tekstslide

Animaties invoegen
1. Ga nu terug naar dia 2
2. Klik op de tekst zodat deze geselecteerd is:
3.  Klik in de menubalk op animaties
4. Kies een animatie uit die jij leuk vindt. 
5. Klik nu links in de menu  op voorbeeld:





Denk eraan dat je de presentatie opslaat als je klaar bent!


Slide 74 - Tekstslide

Je kunt meerdere animaties aan een object toevoegen
ja
nee

Slide 75 - Poll

Je kunt animaties alleen laten starten bij het start van de dia
ja
nee

Slide 76 - Poll

Je kunt video automatisch laten starten
ja
nee

Slide 77 - Poll

Opslaan
Sla je presentatie nog eens op door op Opslaan te klikken. 
Je kunt ook opslaan door op de 'diskette' te klikken.

Slide 78 - Tekstslide

Diavoorstelling afdrukken
Je gaat je diavoorstelling op verschillende manieren starten. 

1. Ga in de menubalk naar Diavoorstelling
2. Klik op Vanaf begin
3. Klik met je linkermuisknop of het linker pijltje op je toetsenbord door de hele voorstelling. 
4. Klaar? Druk eventueel op Esc (toetsenbord) om de voorstelling af te sluiten. 
5. Je bent nu weer uit de diavoorstelling.
Je gaat de voorstelling nog één keer starten, maar dan vanaf dia 5
6. Ga naar dia 5
7.  Klik daarna rechts onderin op het volgende icoontje: 

Slide 79 - Tekstslide

Rondvraag
Vragen?

Slide 80 - Tekstslide

Test je kennis

Slide 81 - Tekstslide

Hoe noemt men dit onderdeel in PPT?
A
de tabbladen
B
het lint
C
de titelbalk
D
statusbalk

Slide 82 - Quizvraag

Hoe noemt deze balk in PPT?
A
de strik
B
het lint
C
de titelbalk
D
invoegbalk

Slide 83 - Quizvraag

Hoe heet de pagina in een PowerPoint?
A
Pagina
B
Slide
C
Bladzijde
D
Dia

Slide 84 - Quizvraag

Noem een basisregel (afspraak) om een presentatie te maken in Powerpoint.
A
zet zo veel mogelijk informatie in 1 dia
B
maak mooie en goede zinnen
C
zet alleen kernwoorden in een dia
D
Gebruik zoveel mogelijk animaties

Slide 85 - Quizvraag

Wat is het belangrijkste om te weten voordat je aan een presentatie begint?
A
Hoe je een inhoudsopgave maakt.
B
Wat jouw onderwerp zal zijn voor het presentatie.
C
Hoe je een afbeelding in powerpoint toevoegt.
D
Hoe je een voorblad maakt.

Slide 86 - Quizvraag

Je wilt een voorblad instellen in PowerPoint. Je gaat een nieuwe dia toevoegen.
Welke dia gebruik je voor een voorblad?
A
Titeldia
B
Titel en object
C
Alleen titel
D
Leeg

Slide 87 - Quizvraag

Welke gegevens zet je minimaal op je voorblad?
A
De titel en een passende afbeelding
B
De titel, afbeelding, naam, klas, datum
C
De titel, afbeelding en je naam
D
De titel, naam, klas, datum

Slide 88 - Quizvraag

Een presentatie moet leesbaar én stijlvol zijn. Welk lettertype is het duidelijkst?
A
Arial
B
Algerian
C
Magneto
D
Rage Italic

Slide 89 - Quizvraag

Sleep de woorden naar de juiste plaats. 

vetgedrukt
kleur
onderstreept
Schuingedrukt of cursief

Slide 90 - Sleepvraag

De tweede dia is je 'inhoud/inleiding'. Wat vertel je hier?
A
Wat het onderwerp van je presentatie is
B
Hoelang je presentatie zal duren
C
Welke onderwerpen je gaat vertellen
D
Uit hoeveel dia's je presentatie bestaat

Slide 91 - Quizvraag

Klopt deze stelling?
'Je wilt een afbeelding toevoegen in je verslag. Je kunt alleen Google gebruiken om een afbeelding toe te voegen.'
A
Juist
B
Onjuist

Slide 92 - Quizvraag

Hoe kun je een afbeelding toevoegen in PowerPoint die ik altijd mag gebruiken (geen google!)?
Schrijf het in stappen op.

Slide 93 - Open vraag

Waarvoor zijn deze opties in powerpoint met een rood kader?
A
Om automatisch alinea's te krijgen.
B
Om de tekst links, rechts of in het midden te zetten.
C
Om het lettertype aan te passen.
D
Om nummering toe te voegen..

Slide 94 - Quizvraag

Dit is een tabel.
Uit hoeveel kolommen en rijen bestaat deze tabel?
A
4 kolommen, 9 rijen
B
9 kolommen, 4 rijen
C
4 kolommen, 10 rijen
D
10 kolommen, 4 rijen

Slide 95 - Quizvraag


Binnen een PowerPoint is het mogelijk om een YouTube video te plaatsen. Deze uitspraak is ...
A
Juist
B
Onjuist

Slide 96 - Quizvraag

Wat zijn overgangen in Powerpoint?
A
Hoe de tekst in beeld komt verschijnen
B
Hoe een afbeelding in beeld komt verschijnen
C
Hoe je van de ene dia naar de andere dia gaat
D
Hoe je de presentatie eindigt

Slide 97 - Quizvraag

In PowerPoint kun je via een animatie een afbeelding of stuk tekst op een opvallende manier tevoorschijn halen. Voorbeelden van animaties zijn: verschijnen, vervagen, binnenvliegen, splitsen en wissen. Wat is de afbeelding die hoort bij de animatie 'binnenzweven'?
A
B
C
D

Slide 98 - Quizvraag

Welk antwoord is een gif?
A
B
gamen
C
D

Slide 99 - Quizvraag

Wat wordt bedoeld met een CURSIEF lettertype?
A
Vetgedrukt
B
Schuin
C
Schreefloos
D
Smal

Slide 100 - Quizvraag

Hoe herken je spelfouten in powerpoint?
A
Aan de blauwe streepjes onder een woord.
B
Aan de rode streepjes onder een woord.
C
Er komt een uitroepteken naast het woord te staan.
D
Dan verandert het lettertype.

Slide 101 - Quizvraag

hoe kan je een video inzetten in PowerPoint
A
via start
B
via invoegen
C
via opnemen
D
via ontwerpen

Slide 102 - Quizvraag

Je gebruikt sneltoets + .

Wat kun je met deze sneltoets?
A
Plakken
B
Verwijderen
C
Kopiëren
D
Knippen

Slide 103 - Quizvraag

Een thema geven aan je PowerPoint doe je bij?
A
Start
B
Animaties
C
Invoegen
D
Ontwerpen

Slide 104 - Quizvraag

Welke zin is juist?
A
Overgangen en animaties zijn hetzelfde.
B
Je kunt maar 1 soort overgang instellen.
C
Overgangen kun je instellen bij tabblad 'ontwerpen'.
D
Overgangen kun je bij elke dia instellen.

Slide 105 - Quizvraag

Je staat op tabblad 'Start'. Wat kun je hier onder andere doen?
A
Een afbeelding invoegen
B
Een tabel toevoegen
C
Paginanummers instellen
D
Tekst onderstrepen

Slide 106 - Quizvraag

Welke tekst past het best bij de laatste dia?
A
'Dit was het'
B
'Dit was mijn presentatie'
C
'Einde'
D
'Zijn er nog vragen?'

Slide 107 - Quizvraag

Wat gebeurt er als je in Powerpoint CTRL+P klikt?
A
Powerpoint maakt automatisch handouts
B
Powerpoint maakt automatisch een dia-overzicht
C
Powerpoint voegt op elke dia dezelfde animatie toe
D
Powerpoint opent het print-venster

Slide 108 - Quizvraag

Hoe heten je Powerpoint bestanden als je ze geen naam geeft?
A
Presentatie
B
Sheet
C
Document
D
Blad

Slide 109 - Quizvraag

Waar moet je op school al je documenten opslaan?
A
Downloads
B
Mijn documenten
C
OneDrive
D
Magister

Slide 110 - Quizvraag

Wat is het logo van OneDrive?
A
B
C
D

Slide 111 - Quizvraag

Bestanden in de OneDrive worden in de cloud opgeslagen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 112 - Quizvraag

Wat betekent de cloud?
A
Bestanden worden bewaard in een datacenter
B
Bestanden worden bewaard op je laptop.
C
Bestanden worden bewaard in

Slide 113 - Quizvraag

Wat is het grote
nadeel van werken
in de cloud?
A
Je hebt een betaald abonnement nodig
B
Werkt niet zonder internetverbinding
C
Het is alleen in het Engels beschikbaar
D
Het werkt alleen op een laptop

Slide 114 - Quizvraag

Wat is een server?
A
Een persoon die eten serveert in een restaurant
B
Een krachtige computer die informatie opslaat en deelt
C
Een soort robot die je kamer schoonmaakt

Slide 115 - Quizvraag

Hoe kom je ook al weer bij de OneDrive?
A
Via de 9 puntjes linksboven in Outlook
B
Via de app op je telefoon
C
Is gesynchroniseerd met schoolaccount op de PC
D
Alle drie zijn mogelijk

Slide 116 - Quizvraag

Waar kun je bestanden terugvinden die op de OneDrive staan opgeslagen?
A
Alleen op de laptop.
B
Op de smartphone en op de laptop.
C
Overal waar OneDrive op staat geinstalleerd.

Slide 117 - Quizvraag

Wat is een goed wachtwoord?
A
D4t7k4m0!
B
ditiseenwachtwoord
C
WW12345
D
23122005

Slide 118 - Quizvraag

Wat is een slecht wachtwoord?
A
r4t5u0&DvZ!
B
f4çLàGsa15?
C
ditiseenwachtwoord
D
Jà"da&2k9.

Slide 119 - Quizvraag

Je ziet in het plaatje een bestandenlijst.
Er wordt ook een bestand opgeslagen.
Wat wordt de bestandsnaam?
A
Nieuwe map
B
Powerpoint-presentatie
C
Onedrive
D
Mijn land

Slide 120 - Quizvraag

Welk bestandsformaat is dit: .pptx
A
video bestand
B
Powerpoint bestand
C
Excel bestand
D
Word document

Slide 121 - Quizvraag

Bestanden in de OneDrive kun je niet met elkaar delen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 122 - Quizvraag

Waarom is het aanmaken van een mappenstructuur handig?
A
Dan kun je bestanden makkelijker terugvinden.
B
Dan kun je bestanden makkelijker op de juiste plek opslaan.
C
Anders wordt het snel een rommeltje als je veel bestanden hebt opgeslagen.
D
Alle antwoorden zijn juist.

Slide 123 - Quizvraag

De toets CTRL wordt vaak gebruikt voor sneltoetsen zoals CTRL-C (kopiëren) en CTRL-V (plakken). Waarvoor staat CTRL?
A
Shortcut
B
Computer Language
C
Counter Lock
D
Control

Slide 124 - Quizvraag

Je gebruikt sneltoets + .


Wat kun je met deze sneltoets in Onedrive?
A
Knippen
B
Plakken
C
Kopiëren
D
Verwijderen

Slide 125 - Quizvraag

Als je iets gewijzigd is in de Onedrive via de smartphone, dan wordt dat ook aangepast in de OneDrive op de laptop.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 126 - Quizvraag

In welk tabblad van de Verkenner kan je kiezen voor Bestandsextensies weergeven?
A
Start
B
Delen
C
Beeld

Slide 127 - Quizvraag

Waar staat de afkorting ICT voor?
A
Informatie en Communicatie
B
ICT Technologie
C
Informatie, Computers en Telefoons
D
Informatie- en Communicatie Technologie

Slide 128 - Quizvraag