Kindertuin Noah en EmRo 2/3

1 / 68
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 68 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vouw je naambordje
Schrijf je naam erop.
Naambordje

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Kijk goed naar ons en vertel het maar!

πŸ‘‰ Wat denk jij over ons?
πŸ‘‰ Alles mag gezegd worden β€” geen verkeerde antwoorden!
πŸ‘‰ Daarna kijken we samen wat er klopte... en wat niet πŸ˜„
Wie denk jij dat wij zijn? πŸ”

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorstellen: Emma 
Afkomst
Vrienden
Sporten
Reizen
Familie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorstellen: Noah
Rotterdam/Utrecht

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Programma van vandaag

πŸ‘‹ Kennismaken
πŸ” Terugblik op gisteren
πŸ€” Hoe onthouden we dingen?
πŸ’ͺ Wat is wilskracht?
πŸ₯ͺ Lunchpauze
⚽ Sport & Spel

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Dit is een voorbeeldles speciaal voor de mentor en niet bedoeld om te geven aan de klas.

Lees deze handleiding om het maximale uit je lessen te halen!

Dit is een titelslide.
Elke module begint met een titelslide.
Hierop vind je:
  • Het module-inzicht
  • Het lesinzicht
  • Eventueel extra informatie

In onze lessen ga je ...
ontdekken hoe jij slimmer kunt leren β€” door het zelf uit te proberen! 🧠

We doen experimenten waarbij jij ontdekt hoe jouw brein het beste werkt.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Modules
Mindset

Onthouden

Plannen

Wilskracht

Concentreren
Slim teksten leren

Creativiteit

Motivatie

Samenwerken

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Experimenteren

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kennismakingsspel 1: Line - up
Jullie gaan een rij vormen op volgorde van: 
  • Lang - kort
  • Oud - jong
  • Aantal broers/zussen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kennismakingsspel: Ik zoek mensen die net als ik ...
Ga zitten op een van de stoelen.

Persoon zonder stoel zegt: "Ik zoek iemand die net als ik..." (wat je hebt/wat je graag doet etc.)

Jij ook? Sta op en wissel van stoel met iemand die ook is opgestaan

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Module inzicht: Samen bereik je veel meer dan alleen.

Les inzicht: Je kunt in elke situatie een 'win-win' bedenken.

Benodigdheden:
- werkblad voor alle leerlingen

Relevante pagina's uit het Slim jezelf zijn boek: p. 164 t/m 168

Extra informatie
In deze les gaan de leerlingen bezig met hoe je goed kunt samenwerken. Hiervoor wordt gewerkt met één van de eigenschappen genoemd in het boek β€˜7 habits of highly effective people’ van Stephen Covey. We werken met de vierde eigenschap: denk win-win. Deze eigenschap gaat over hoe je andere mensen ertoe brengt om iets voor jou te doen door zelf bereid te zijn iets voor een ander te doen. 
Een win-win situatie geeft voor beide betrokkenen een voordelige en bevredigende uitkomst. Dit is in tegenstelling tot een win-lose, een lose-win en een lose-lose situatie waarin slechts één of geen van beide betrokkenen vrede heeft met de uitkomst.

Win-win denken...
Goede samenwerking levert voor iedereen wat op.


Hoe doe je dat?
πŸ‘‰ Leef je in in de ander
πŸ‘‰ Vraag wat diegene wil β€” Γ©n waarom
πŸ‘‰ Zoek samen naar een oplossing waar jullie allebei blij mee zijn 🀝

Slide 14 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
Extra informatie
Iedereen krijgt zijn zin bij win-win denken omdat je gaat achterhalen waarom iemand iets wil. Je verplaatst je in de schoenen van de ander om op die manier de motieven van de ander te achterhalen. Wanneer je zowel je eigen motieven als die van de ander scherp hebt kan je toewerken naar een oplossing die voor beide goed is. Een win-win oplossing is wat anders dan een compromis: bij een compromis leveren beide partijen iets in. Een compromis is dan ook een win-lose situatie (lees hier meer over win-win denken in onderhandelingen en het verschil tussen win-win en een compromis). 

Het vragen naar de wensen en/of behoeften van een ander zorgt ervoor dat je meer inzicht krijgt in zijn/haar perspectief. Door daarop door te vragen naar 'waarom' hij/zij dit wil kom je erachter wat hiervan de essentie is. Zo kun je werken vanuit de essentie van ieders wensen en behoeften. Op de volgende slide gaan jullie hiermee oefenen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Mindset 

Slide 16 - Tekstslide

  • Maak een bruggetje met de check: Hoe je over de vorige stelling ("je kan overal beter in worden") denkt, wordt 'mindset' genoemd. Je mindset heeft veel invloed op je leerproces en ontwikkeling.
Iets nieuws leren
Nieuwe paden in je hersenen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hersenjungle

Slide 18 - Tekstslide

  • Maak een bruggetje met de check: Hoe je over de vorige stelling ("je kan overal beter in worden") denkt, wordt 'mindset' genoemd. Je mindset heeft veel invloed op je leerproces en ontwikkeling.

Iets nieuws leren
1. Schrijf je naam met je gewone hand.
2. Schrijf je naam nu met je andere hand. Hoe voelt dat?
3. Oefen: schrijf je naam nog 10 keer met die andere hand.
4. Vergelijk je eerste poging met je laatste. Zie en merk je verschil?

Dat verbetering? Dat is je brein in actie. In een paar minuten heeft het al nieuwe verbindingen aangemaakt. Zo werkt leren.

Slide 19 - Tekstslide

  • Maak een bruggetje met de check: Hoe je over de vorige stelling ("je kan overal beter in worden") denkt, wordt 'mindset' genoemd. Je mindset heeft veel invloed op je leerproces en ontwikkeling.

Slide 20 - Tekstslide

Module-inzicht: Je kunt je geheugen trainen.
Lesinzicht: Je kunt beter worden in onthouden door te associΓ«ren en visualiseren. 

Benodigdheden
- Slim jezelf zijn boek: 'Woordparentest'.
- Geen boek of alleen het Experimentenboek? Gebruik dan het werkblad 'Woordparentest'.

Extra informatie:
Deze les gaat over de wondere wereld van het geheugen. De techniek die in deze les wordt aangeboden is het visualiseren van informatie. Deze techniek is met weinig oefening al toe te passen, maar met veel oefening wordt het een ware superkracht. Daarom is het een mooie manier om leerlingen te laten ervaren dat leren iets is waar je beter in kunt worden.
Hoe pak je het nu aan?

Slide 21 - Tekstslide

  • Vertel dat jullie 'De Check' gaan doen.
  • Vertel dat de leerlingen door middel van De Check erachter komen hoe zij iets nu aanpakken of hoe zij nu ergens over denken.
  • Vertel dat De Check een vraag of opdracht is en dat er geen goede of foute antwoorden zijn.
Extra informatie
De Check is er om te ontdekken welke strategieΓ«n of technieken de leerlingen nu gebruiken of hoe zij ergens nu over denken. Ook kan het de leerlingen inzicht geven in hoe effectief hun huidige strategie is. 
  • Pak je boek erbij.

  • Er komen zo na elkaar 10 woordparen in beeld (zoals trui - fiets)

  • Onthoud welke woorden bij elkaar horen
    (zonder ze op te schrijven) 
De woordparentest

Slide 22 - Tekstslide

  • Lees de instructie op de slide voor.
  • Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie
In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven.
Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.

Slide 23 - Video

  • Speel het filmpje af.
  • Zorg ervoor dat de leerlingen niet meeschrijven en het voor zichzelf doen.

We gaan overhoren!

Pak je pen erbij en schrijf de antwoorden op 
in je boek.

Slide 24 - Tekstslide

  • Lees de instructie op de slide voor.
  • Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie
In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven.
Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.

Slide 25 - Video

  • Speel het filmpje af.

Kijk je antwoorden na
6. Oor - Bed
7. Appel - Bikini
8. Afrika - Boom
9. Rood - TV
10. Dokter - Oven

1. Zon - Kat
2. Poster - Chocola
3. Thee - Foto
4. Olifant - Plant
5. Gras - Paraplu

Slide 26 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen hun antwoorden nakijken. 
Wat heb je gedaan om de
woordparen te onthouden?

Slide 27 - Woordweb

  • Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
  • Vraag door op een aantal verschillende 'technieken' en hoe dit voor de leerlingen werkte.
Extra informatie
Leerlingen zijn zich vaak niet bewust van het feit dat ze een strategie of techniek toepassen als ze onthouden. Hun huidige aanpak is zo'n sterke gewoonte geworden dat ze zich niet meer bewust zijn van de andere opties die ze hebben om iets te onthouden. Door hierover met de leerlingen in gesprek te gaan worden ze zich bewust van het feit dat er meer mogelijk is dan ze nu denken en dat andere leerlingen andere (misschien wel betere) strategieΓ«n gebruiken. Voor meer onthoudtechnieken raden we Joshua Foer's boek 'Het Geheugenpaleis' aan als naslagwerk.
Dit is er allemaal mogelijk!

Slide 28 - Tekstslide

  • Vertel dat jullie nu verder gaan met 'Het Ervaren'.
  • Vertel dat de leerlingen tijdens 'Het Ervaren' erachter komen wat er allemaal bekend is uit de wetenschap over een thema en dat ze hiermee gaan oefenen om te ervaren hoe dit precies voor hen werkt.

Extra informatie

Tijdens het ervaren krijgen leerlingen wetenschappelijke theorie en slimme leertips uitgelegd waar ze vervolgens mee aan de slag gaan. Het doel is dat ze ontdekken hoe de aangeboden kennis, technieken en/of strategieΓ«n voor hen werken. Hierin is het belangrijk dat de leerlingen het zelf gaan ervaren. Alleen dan kunnen ze kiezen wat ze hier verder mee willen doen.

Sluit je ogen. Denk 15 seconden aan een roze olifant die de klas in loopt...
  • Wat doet de olifant?
  • Wat doen de kinderen in de klas?
  • Wat doet je leraar?
timer
0:15

Slide 29 - Tekstslide

  • Lees de opdracht op de slide voor.
  • Laat de leerlingen hun ogen sluiten en zet de timer aan. 
  • Stel daarna aan enkele leerlingen de vragen die op het bord verschijnen als je verder klikt. 
  • Vertel vervolgens dat je hersenen dus automatisch en heel snel een beeld voor zich zien, en dat het daarom dus een goede techniek is om dingen te onthouden.
Extra informatie
We zijn ontzettend goed in het verwerken van visuele informatie. De roze olifant roept bij verschillende leerlingen verschillende beelden op. Dit gaat vanzelf en duurt meestal nog geen seconde. Aan de andere kant zou het beschrijven van de olifant lang duren, en dan is het nog de vraag of iemand wel alle details onthouden heeft. Er zit waarheid in het gezegde: "Een beeld zegt meer dan duizend woorden".

Visualiseren  

Zoals je misschien hebt gemerkt zijn je hersenen heel goed in het bedenken en onthouden van plaatjes. Dit noemen we 'visualiseren'. Dit is heel handig wanneer je twee woorden samen wilt onthouden.

 


Slide 30 - Tekstslide

  • Leg uit wat visualiseren inhoudt, aan de hand van de tekst op de slide. 
  • Vraag eventueel de leerlingen om aan andere voorwerpen (bijvoorbeeld gereedschapskist, hangmat, bureau) te denken en vraag of/wat ze voor zich zien. 
Extra informatie
Veel leerlingen zullen een roze olifant voor zich zien. Dit laat zien hoe sterk het denken in beelden is, dat gaat veel sneller dan het verwerken van woorden. Hier kan je dan ook slim gebruik van maken om dingen makkelijker te onthouden. 

Hoe gekker hoe beter
Hoe gekker het plaatje, hoe makkelijker je het onthoudt. Maak het plaatje daarom groot, grappig, sexy of bizar!

Slide 31 - Tekstslide

  • Lees de tekst op de slide voor.

Probeer het eens met olifant - plant
Hoe kan je hier één gek plaatje van maken?

Slide 32 - Open vraag

  • Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
  • Laat vervolgens enkele leerlingen een poging doen om het beeld nΓ³g gekker te maken.

We gaan het uitproberen

Er komen weer 10 woordparen in beeld die je moet onthouden. Bedenk bij elk woordpaar één gek plaatje in je hoofd.

Slide 33 - Tekstslide

  • Lees de tekst op de slide voor.
  • De leerlingen hebben hiervoor weer hun boek of het werkblad nodig.

Vier tips
  1. Maak van de twee woorden één plaatje in je hoofd.
  2. Maak het plaatje zo gek mogelijk.
  3. Maak het niet te moeilijk.
  4. Herhaal NIET.

Slide 34 - Tekstslide

  • Lees de tekst op de slide voor.

Slide 35 - Video

  • Speel het filmpje af.

We gaan overhoren!

Pak je pen erbij en schrijf de antwoorden op 
in je boek of op het werkblad.

Slide 36 - Tekstslide

  • Lees de instructie op de slide voor.
  • Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden.
Extra informatie
In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven.
Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.

Slide 37 - Video

  • Speel het filmpje af.
Kijk je antwoorden na
1. Sinaasappel - President
2. Yoghurt - Groen
3. Bal - Ninja
4. Laptop - Mama
5. Beer - T-shirt

6. Leraar - Tomaat 
7. E-mail - Chinees 
8. Explosie - Water 
9. Bank - Koffie
10. Rapper - Shampoo

Slide 38 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen hun antwoorden nakijken.


Heb je bij test 2 meer woordparen
onthouden dan bij test 1?
Ja
Nee

Slide 39 - Poll

  • Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
  • Benoem dat het niet erg is als het nog niet beter is gegaan. Door te oefenen kan je er beter in worden!

Visualiseren toepassen

Stap 1:
Ga op zoek naar woorden die je al kent voor zowel het Nederlandse woord als het woord dat je moet onthouden.

Slide 40 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
  • Vraag eventueel of leerlingen nog andere voorbeelden kunnen bedenken.

Visualiseren toepassen

Stap 2: Maak een beeld van deze woorden die je al kent.
Stap 3: Maak dit beeld zo levendig mogelijk!

Slide 41 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
  • Vraag eventueel of leerlingen nog andere voorbeelden kunnen bedenken.
Voorbeelden
Bij het leren van zelfstandig naamwoorden voor vreemde talen.
Spaans: el barco = de zeilboot
Boot met een barcode 
Frans: la piscine = het zwembad.
Iemand die in het zwembad pist.

Slide 42 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
  • Vraag eventueel of leerlingen nog andere voorbeelden kunnen bedenken.
Voorbeelden
Latijn: donum = cadeau
Iemand die zichzelf als donut cadeau geeft.
Duits: Billig = goedkoop.
Billen met briefgeld ertussen.

Slide 43 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
  • Vraag eventueel of leerlingen nog andere voorbeelden kunnen bedenken.

Slide 44 - Tekstslide

Let op! Voor deze les heb je het slim jezelf zijn boek (pagina 87) of dit werkblad nodig.

Module inzicht: Je kunt invloed uitoefenen op je eigen gedrag.
Les inzicht: Deze les gaat over gewoontes. Het lesinzicht is dat de leerling zich bewust is van wat gewoontes zijn en wat slimme manieren zijn om gewoontes te veranderen. Scroll verder om de leerdoelen te lezen.

Leerdoelen. De leerling...
  • Weet wat een gewoonte is.
  • Weet wat een gewoontelus is en weet ook de individuele gedeeltes van een gewoontelus te benoemen.
  • Kent de kracht van het belonen.
Extra informatie
Alle activiteiten die we dagelijks herhalen tellen zich op tot onze gewoontes. Er zitten gewoontes tussen die ons goed doen en gewoontes die we liever kwijt dan rijk zijn maar hoe werken gewoontes eigenlijk? Over dit onderwerp is in de psychologie tegenwoordig veel bekend en Jeremy Dean heeft deze bevindingen samengevoegd in het boek: 'Making habits, breaking habits'. Wanneer je het fijne wilt weten van die dingen die optellen tot jouw dag raden wij je aan dit boek te lezen. 

Slide 45 - Tekstslide

Extra informatie:
De check is er om de huidige aanpak van de leerlingen te ontdekken. Het kan een vraag, opdracht of test zijn en er zijn geen goede of foute antwoorden. Het is puur om te ontdekken welke strategieΓ«n of technieken de leerlingen nu gebruiken. 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom gaf je op?

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wallsit-challenge 2.0
We gaan het nog een keer doen! Houd het net zolang vol tot dat het filmpje klaar is.
Kijk hoelang je het nu kunt volhouden.
timer
2:30

Slide 48 - Tekstslide

  • Leerlingen gaan nog een keer de Wallsit doen, alleen dan met een motiverend filmpje. Zet eerst de timer aan (deze loopt deze keer af) en dan het filmpje. Geef aan dat de timer deze keer afloopt. 
Extra informatie 
Door het motiverend filmpje en aftellende timer kunnen de meeste leerlingen de Wallsit langer volhouden. 

Wat jij kan doen

Misschien kon je het de tweede keer wat langer volhouden dan de eerste keer, omdat er een 'motiverend' filmpje aan stond en er een timer aftelde.
Je kunt dus zelf iets veranderen, zodat het minder wilskracht kost. 

Slide 49 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is. 
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.
We gaan samen kijken wat voor jou makkelijk is en wat moeite kost.

Slide 50 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is. 
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.
Ik heb moeite met vroeg opstaan.
NEE
JA

Slide 51 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is. 
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.
Tijdens leren leg ik mijn telefoon weg.
NEE
JA

Slide 52 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is. 
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.
Mijn kamer is altijd opgeruimd.
NEE
JA

Slide 53 - Tekstslide

  • Laat de leerlingen delen of het gelukt is om deze keer langer de wallsit vast te houden en bespreek waarom zij denken dat dit zo is. 
Extra informatie
Leerlingen ervaren dat door iets in de omgeving te veranderen een taak makkelijker vol te houden is.

Slide 54 - Tekstslide

Extra informatie:
Tijdens het ervaren krijgen leerlingen wetenschappelijke theorie en slimme leertips uitgelegd waar ze vervolgens mee aan de slag gaan. Het doel is dat ze ontdekken hoe de aangeboden kennis, technieken en/of strategieΓ«n voor hen werken. Hierin is het belangrijk dat de leerlingen het zelf gaan ervaren. Alleen dan kunnen ze kiezen wat ze hier verder mee willen doen.
Wilskracht vs Motivatie

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is wilskracht
volgens jou?

Slide 56 - Woordweb

  • Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Wat kost weinig wilskracht?

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moeilijke dingen makkelijker maken door kleine stapjes te zetten

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar wil jij meer doorzettingsvermogen voor?

 Bijvoorbeeld om gezonder te eten, meer te bewegen of minder op je telefoon te kijken?

Slide 59 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.

1. Maak het duidelijk

Om de kans te vergroten dat je gaat doen wat je eigenlijk wil doen, is het belangrijk om het zo duidelijk mogelijk te maken voor jezelf. 

Een 'als-dan-plan' kan hierbij helpen.

Slide 60 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.

Als-dan-plan
Door het maken van een als-dan-plan koppelen je hersenen het gedrag dat je wilt uitvoeren aan een gebeurtenis, plaats of tijd:

"Als X gebeurt, dan ga ik Y doen."

Slide 61 - Tekstslide

Extra informatie:
De wetenschapper Peter Gollwitzer deed onderzoek naar hoe het komt dat sommige voornemens slagen en andere niet. Hij ontdekte dat de kans dat ze slagen groter wordt als je een 'als-dan-plan' maakt. Dit komt doordat er bij het maken van zo'n plan een verbinding in je hersenen wordt gemaakt waarbij je het gedrag dat je wilt uitvoeren koppelt aan een gebeurtenis, plaats of tijd. Het is dus een manier om van tevoren al een keuze te maken over het gedrag dat je op een bepaald moment wilt vertonen. Het is een invulling van de zin: "Als X gebeurt, dan ga ik Y doen."

2. Leuker maken



Om ervoor te zorgen dat je iets ook echt gaat doen helpt het om het leuker te maken voor jezelf. 

Het kost minder wilskracht om iets te doen als je het leuk vindt! 

Slide 62 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
Extra informatie
Na het opmerken, is het willen de volgende stap van een gewoonte. Na het zien van je tandenborstel word je eraan herinnerd dat het poetsen van je tanden voor een lekkere smaak zorgt.  De verwachting van een beloning of een prettige ervaring, maakt het makkelijker om tot actie over te gaan. Wanneer we een beloning verwachten, neemt de hoeveelheid dopamine in onze hersenen toe waardoor we ons gemotiveerder voelen om het gedrag uit te voeren. Het kost dan nog maar weinig wilskracht  om het ook echt te  gaan doen. 

Noem drie dingen die jij kunt doen om
wat je wilt of moet doen leuker te maken.

Slide 63 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


3. Belonen
Een beloning zorgt ervoor dat je een gewoonte leuk vindt en dat je het steeds weer wilt doen.

Slide 64 - Tekstslide

  • Lees de slide voor.
Extra informatie:
Wanneer je een beloning krijgt, komt er een stofje vrij in je hersenen genaamd 'dopamine'. Dopamine zorgt ervoor dat we ons gelukkig en beloond voelen. Het komt vrij wanneer je bijvoorbeeld iets lekkers eet of iets leuks doet met je vrienden. 
Als je jezelf direct beloont nadat je iets hebt gedaan wat je wilde doen, zorgt dat ervoor dat je dit geluksgevoel de volgende keer weer wilt ervaren. Zo wordt iets sneller een gewoonte. 
10:15 - 10:30 > Pauze
12:15 - 12:45 > Lunchpauze

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sport & Spel

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vond je het vandaag?
πŸ˜‘πŸ˜’πŸ˜”πŸ€’πŸ₯±
πŸ₯ΆπŸ₯΅πŸ˜πŸ˜ŠπŸ€©

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dank je wel en tot morgen!

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies