cross

4kl / gl / bl unit 2 lesson 2

Present Simple 
Je gebruikt de present simple als iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt. In de zin staan dan vaak woorden als: always, never, often, usually, regularly, sometimes.

I always eat breakfast.
She usually obeys the rules.
We never go to school by bike.
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Present Simple 
Je gebruikt de present simple als iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt. In de zin staan dan vaak woorden als: always, never, often, usually, regularly, sometimes.

I always eat breakfast.
She usually obeys the rules.
We never go to school by bike.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ontkenningen + vragen
I walk to school               I don't walk                          Do I walk? 
he listens to music.       He doesn't listen              Does he listen? 
It rains.                                It doesn't rain.                    Does it rain? 
They drive a car.             They don't drive a car?   Do they drive? 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

present continuous
Je gebruikt de present continuous om aan te geven dat iets nu aan de gang is. In de zin staan dan vaak woorden als: now, right now, at the moment.

I’m writing to invite them on a trip.
Pat’s texting her friend at the moment.
We are playing computer games now.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

present continuous
Je maakt de present continuous met de tegenwoordige tijd van to be (am / are / is) + werkwoord + -ing.

I am talking to you.       I am not talking.             Am I talking? 
He is eating.                     He isn't eating.               Is he eating? 
We are playing.               We aren't playing.         Are we playing? 


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOME & ANY
Betekenis: een paar, een beetje, wat, enkele
Maar wanneer gebruik je some en wanneer gebruik je any?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOME • when to use it? 
1. In bevestigende / positieve zinnen
   We bought some flowers
2. In een vraag als je verwacht dat het 
   antwoord "ja" is
   Can I have some water please?
3. Bij een aanbod of verzoek
   Would you like some tea?
   
    
 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is

We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.

Slide 7 - Tekstslide

Bij vraagzinnen: hoe maak je duidelijk aan de leerlingen om welke zinnen het gaat. Aangezien vraagzinnen ook some kunnen bevatten. 
ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is

We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.

Slide 8 - Tekstslide

Bij vraagzinnen: hoe maak je duidelijk aan de leerlingen om welke zinnen het gaat. Aangezien vraagzinnen ook some kunnen bevatten. 
ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is
     Do you have any luggage?
             
We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.
negative

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ANY • when to use it?
1. In ontkennende / negatieve zinnen


2. In vraagzinnen - waarvan het antwoord 
     nog niet zeker is
     Do you have any luggage?
                          Maybe, maybe not.
We didn't buy any flowers.
They arrived without any delay.
negative

Slide 10 - Tekstslide

Bij vraagzinnen: hoe maak je duidelijk aan de leerlingen om welke zinnen het gaat. Aangezien vraagzinnen ook some kunnen bevatten. 
SOME



ANY 
Gebruik je bij: 

- Bevestigende zinnen;
- Vragen waarbij je verwacht dat het antwoord "ja" is;
- Als het een aanbod of verzoek is.
Gebruik je bij: 

- Ontkennende / Negatieve zinnen;
- Alle andere vraagzinnen.


Let op woorden zoals,
without, hardly, never

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Something/Anything, Somebody/Anybody
Betekenis
Something/Anything: iets

Somebody/Anybody: iemand

Someone/Anyone: iemand

Somewhere/Anywhere: ergens
Not ... anything: niets

Not ... anybody: niemand

Not ... anyone: niemand

Not ... anywhere: nergens

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXAMPLES
Would you like some ketchup?
I do not know anything about that.
I have not done any work.
I've done some work.
There's a pot of gold somewhere.
I do not see it anywhere
There's something I need to do.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

They didn't make ... mistakes
A
some
B
any

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

I am going to buy ... flowers.
A
some
B
any

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

I can't pay. I haven't got ... money.
A
some
B
any

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

There are ... apples in the kitchen.
A
some
B
any

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

I haven't seen ... good movies lately.
A
some
B
any

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

Those apples look nice! Shall we get ...?
A
some
B
any

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SOME / ANY

Have you got ... suggestions?
A
some
B
any

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4B          unit 2 lesson 2 
maken opd.  12 t/m 15  16 t/m 21     +    opd 23.3 inleveren

Gideon:  opd. 16 t/m 20    +  opd. 21 inleveren 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4A           unit 2 lesson 2 
maken opd. 14 t/m 19 

opd. 20  inleveren! 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies