Einstiegstest Lesen
Einstiegstest Lesen
Open met de lesnaam en plaats deze les als voorbereiding op de leestest. Houd de introductie kort en doelgericht.
Leerdoelen
Ik kan:
mijn tijd slim verdelen bij de Einstiegstest Lesen
met een vaste leesaanpak thema, rode draad, kernzinnen herkennen signaalwoorden en zinsfuncties herkennen.
de algemene aanpak voor een meerkeuzevraag toepassen.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Het CE Duits havo in cijfers
Het CE Duits toetst alleen leesvaardigheid.
De precieze aantallen verschillen per jaar. Reken ongeveer op:
10 à 11 Duitse teksten
40 à 43 vragen
46 à 48 te behalen punten
150 minuten examentijd
Dat is gemiddeld ongeveer 3 minuten per te behalen punt.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Het CE Duits havo in cijfers:Welke vragen krijg je op het CE Duits?
Ongeveer:
75% meerkeuzevragen
25% open en anders gestructureerde vragen
Bij het CE Duits havo van 2026 waren 32 van de 43 vragen meerkeuzevragen: ongeveer 74%.
Meerkeuzevragen
Je kiest het antwoord dat volledig door de tekst wordt ondersteund.
Open vragen
Open vragen beantwoord je in het Nederlands, tenzij iets anders wordt gevraagd.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Dit doe je bij iedere tekst
Bekijk de titel
Welk onderwerp verwacht je?
Bekijk het plaatje en het onderschrift
Welke extra informatie krijg je?
Bekijk de bron
Waar en wanneer is de tekst verschenen?
Zoek per alinea de kernzin
Lees vooral de eerste en de laatste zin. Bepaal welke zin de belangrijkste informatie bevat.
Markeer de signaalwoorden
Deze woorden laten zien hoe zinnen en alinea’s met elkaar samenhangen.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Voorbeeld van een kernzin
Ein späterer Schulbeginn kann …
Hier staat de kernzin aan het einde. Die zin vat de voorafgaande informatie samen:
vroege schooltijden botsen met het slaapritme;
slaaptekort schaadt de concentratie;
later beginnen gaf positieve resultaten.
Thema: een latere start van school.
Noem ook de rode draad mondeling: een vroege schoolstart past slecht bij jongeren; later beginnen kan hun functioneren verbeteren.
Signaalwoorden herkennen
Een signaalwoord laat zien hoe twee zinnen of zinsdelen met elkaar verbonden zijn.
Veelvoorkomende verbanden zijn:
tegenstelling
reden of verklaring
gevolg of conclusie
Signaalwoorden zijn een aanwijzing, maar nooit genoeg zonder de inhoud te controleren.
Maak duidelijk dat leerlingen niet alleen woorden moeten herkennen, maar ook het verband moeten benoemen.
Welk verband hoort bij 'deshalb'?
uitzondering
gevolg
bevestiging
tegenstelling
Sluit aan op het blok kernzin en signaalwoorden. Distractors komen uit andere behandelde verbanden/functies.
Oefenen met kernzin en signaalwoorden
Lees de tekst
Immer mehr Jugendliche fahren mit dem Fahrrad zur Schule.
Das Fahrrad ist nämlich günstig, gesund und umweltfreundlich.
Bei schlechtem Wetter nehmen viele jedoch lieber den Bus.
Außerdem fehlen an manchen Schulen sichere Fahrradständer.
Trotz dieser Nachteile ist das Fahrrad für viele Jugendliche das praktischste Verkehrsmittel.
Opdracht
Markeer de kernzin.
Markeer de signaalwoorden.
Noteer het thema in maximaal vijf woorden.
Geef bij ieder signaalwoord de functie aan.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Oefenen met kernzin en signaalwoorden
Kernzin: Trotz dieser Nachteile ist das Fahrrad für viele Jugendliche das praktischste Verkehrsmittel.
Thema: Met de fiets naar school
nämlich → reden/verklaring
jedoch → tegenstelling
außerdem → uitbreiding/opsomming
trotz → tegenstelling/toegeving
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Oefenen met kernzin en signaalwoorden
Opdracht
Markeer de kernzin.
Markeer de signaalwoorden.
Noteer het thema in maximaal vijf woorden.
Geef bij ieder signaalwoord de functie aan.
De gebruiker gaf meerdere leerdoelen; hier zijn ze samengebracht tot één studentvriendelijk 'Ik kan...'-doel, zoals gevraagd in de instructies.
Stappenplan meerkeuzevragen
Stap 1 — Analyseer de vraag
bepaal het vraagtype
markeer kernwoorden, ontkenningen en beperkingen
Stap 2 — Zoek de bewijsplaats
lees alleen het relevante tekstdeel nauwkeurig
onderstreep bewijswoorden
Houd het tempo hoog; dit is de eerste helft van het vaste stappenplan.
Stappenplan meerkeuzevragen
Stap 3 — Formuleer zelf een antwoord
geef eerst in eigen woorden antwoord
Stap 4 — Beoordeel alle mogelijkheden
kies de optie die volledig past
laat andere opties afvallen op basis van bewijs uit de tekst
Benadruk dat zelf formuleren voorkomt dat leerlingen te snel in een afleider trappen.
Hoe werken afleiders?
Een afleider lijkt juist, maar beantwoordt de vraag niet volledig.
Kies dus niet wat je herkent, maar wat je volledig kunt bewijzen.
Introduceer hier het begrip afleider voordat je de soorten afleiders opsomt.
Veelvoorkomende afleiders
informatie klopt, maar beantwoordt een andere vraag;
een deel klopt, maar een ander deel niet;
het antwoord is te algemeen of te absoluut;
oorzaak en gevolg zijn omgedraaid;
de verkeerde persoon, periode of alinea wordt genoemd;
woorden lijken op de tekst, maar het verband klopt niet.
Noem eventueel dat Cito bewust aannemelijke afleiders gebruikt.
Zelfstandig aan de test
Maak zelfstandig:
Blau
Daddeln für alle
Gebruik:
de algemene tekstaanpak;
kernzinnen en signaalwoorden;
het stappenplan voor meerkeuzevragen;
Open vragen beantwoord je in het Nederlands.
De oorspronkelijke timerfunctie kan hier niet technisch worden uitgewerkt in deze content-pass; de slide draagt alleen de inhoudelijke instructie.
Welk onderdeel voelde voor jou vandaag het lastigst?
Reflectie zonder goed/fout. Verwachte thema's: kernzin kiezen, signaalwoorden duiden, bewijsplaats vinden, afleiders herkennen, tijd verdelen.
Belangrijke begrippen
Einstiegstest - korte leestest aan het begin van het examen
thema - het onderwerp van een tekst in enkele woorden
rode draad - wat de tekst over het onderwerp als geheel vertelt
kernzin - zin die de hoofdgedachte van een alinea samenvat
signaalwoord - woord dat een verband tussen zinnen aangeeft
bewijsplaats - het tekstdeel waarin het juiste antwoord onderbouwd wordt
afleider - antwoordoptie die aannemelijk lijkt, maar niet volledig klopt
Deze slide heeft geen instructies
Begrippen bij functievragen
functievraag - vraag naar wat een zin of tekstdeel doet ten opzichte van een ander deel
Ausnahme - de tweede zin noemt een uitzondering op de eerste
Bestätigung - de tweede zin bevestigt de eerste met bewijs
Steigerung - de tweede zin maakt de eerste sterker of extremer
Gegensatz - de tweede zin vormt een tegenstelling met de eerste
meerkeuzevraag - vraag waarbij je het best passende antwoord kiest
tekstverband - inhoudelijke relatie tussen zinnen of alinea's
Deze slide heeft geen instructies