3.4 - B - Mythen en mummies

3.4  - B - Mythen en mummies
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3.4  - B - Mythen en mummies

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen waarom de Egyptenaren hun doden mummificeren en hoe deze mummificering werd toegepast.  

Slide 2 - Tekstslide

Planning
  • Egyptische goden en bestuur
  • Mythen
  • Schooltv
  • Opdracht
  • Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Het dodenrijk
  • Egyptenaren geloofden in een leven na de dood in het dodenrijk. 

  • Het  dodenrijk was daar waar de zon onderging. 

  • Het leven op aarde was een voorbereiding op het leven in het dodenrijk. 

  • In het dodenrijk deed iedereen hetzelfde werk als op aarde. 

Slide 4 - Tekstslide

Mummificeren
  • Het lichaam moet goed blijven.
    Men moet heelhuids het dodenrijk betreden. 


  • Alles dat ervoor zorgt dat het lichaam kan gaan rotten moet eruit (organen en vocht).

Slide 5 - Tekstslide

  • Eerst worden de organen verwijderd. Deze worden in speciale vazen gedaan: canopen.
  • Vervolgens wordt er een berg zout over het lichaam gelegd om al het vocht uit het lichaam te krijgen.

Slide 6 - Tekstslide

  • Het lichaam wordt na ongeveer 70-90 dagen schoongemaakt en gebalsemd met geurige olie.
  • Alle lichaamsholten worden gevuld met doeken, stro, klei en kruiden.

Slide 7 - Tekstslide

  • Daarna wordt het lichaam in doeken gewikkeld, zodat er een mummie ontstaat
  • Het hart is teruggeplaatst, onder een amulet van een scarabee, maar alle andere organen worden bewaard in canopen.

Slide 8 - Tekstslide



De vallei der Koningen



  • Aanvankelijk werden farao's begraven in piramides. 
  • Deze graven werden leeggeroofd door grafrovers vanwege de mooie spullen die werden meegegeven.
  • Daarom werden farao's later begraven in de vallei der Koningen.  

Slide 9 - Tekstslide



Zelfstandig werken


  • Je gaat de invulsamenvattingen van paragraaf 3.2, 3.3 en 3.4 maken. Daarvoor moet je goed de tekst lezen van deze paragrafen.  

Slide 10 - Tekstslide