Tijdvak 3. Ridders en Monniken

Deze les:
+ korte herhaling TV 2
+ uitleg Monniken & Ridders

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Deze les:
+ korte herhaling TV 2
+ uitleg Monniken & Ridders

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling Tijdvak 2

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Slide 4 - Tekstslide

Gevolgen val Romeinse Rijk

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Tekstslide

Tijdvak 3

Tijd van Monniken en Ridders

Slide 7 - Tekstslide

Monniken en Ridders

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

 In de loop van de vijfde eeuw kwam er een einde aan het West-Romeinse Rijk

a. Leg uit hoe het vertrek van de Romeinen uit onze gebieden heeft bijgedragen aan het ontstaan van het hofstelsel. (2p)

b. Leg met een kenmerkend aspect uit hoe de economie zich in deze periode in West-Europa ontwikkelde. (2p) 

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld van een juist antwoord:

a. Door het wegvallen van het centrale gezag en de onveilige situatie die met de Volksverhuizingen was ontstaan zochten boeren bescherming bij een grootgrondbezitter en ontstond de horigheid. (uit het antwoord moet enige kennis van het hofstelsel worden vermeld)

b. KA: De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid. Door het wegvallen van de steden en door de onveiligheid, moest iedereen weer zelfvoorzienend zijn. Iedereen werd weer boer; samenleving werd weer een agrarische samenleving, met ruilhandel alleen binnen het domein. Indien alleen het kenmerkend aspect wordt genoemd, mag er geen punt worden toegekend. 

Slide 14 - Tekstslide

Maken
WelkWoordWeg Vroege Middeleeuwen

Slide 15 - Tekstslide

Rij 1
A
West-Romeinse Rijk
B
volksverhuizingen
C
Franken
D
Constantinopel

Slide 16 - Quizvraag

Rij 2
A
horige
B
leenheer
C
domein
D
herendiensten

Slide 17 - Quizvraag

Rij 3
A
missionarissen
B
jihad
C
islam
D
Mekka

Slide 18 - Quizvraag

Rij 4
A
agrarisch-urbaan
B
vroege middeleeuwen
C
hofstelsel
D
agrarisch

Slide 19 - Quizvraag

Rij 5
A
feodalisme
B
leenstelsel
C
leenheer
D
centralisatie

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

 In de loop van de vijfde eeuw kwam er een einde aan het West-Romeinse Rijk

a. Leg uit hoe het vertrek van de Romeinen uit onze gebieden heeft bijgedragen aan het ontstaan van het hofstelsel. (2p)

b. Leg met een kenmerkend aspect uit hoe de economie zich in deze periode in West-Europa ontwikkelde. (2p) 

Slide 24 - Tekstslide

Voorbeeld van een juist antwoord:

a. Door het wegvallen van het centrale gezag en de onveilige situatie die met de Volksverhuizingen was ontstaan zochten boeren bescherming bij een grootgrondbezitter en ontstond de horigheid. (uit het antwoord moet enige kennis van het hofstelsel worden vermeld)

b. KA: De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid. Door het wegvallen van de steden en door de onveiligheid, moest iedereen weer zelfvoorzienend zijn. Iedereen werd weer boer; samenleving werd weer een agrarische samenleving, met ruilhandel alleen binnen het domein. Indien alleen het kenmerkend aspect wordt genoemd, mag er geen punt worden toegekend. 

Slide 25 - Tekstslide

Hoe kwamen koningen (zoals Karel de Grote) aan een groot rijk?

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

De periode van de vroege middeleeuwen wordt de ‘tijd van monniken en ridders’ genoemd. Geef je commentaar op deze benaming door:

Met een kenmerkend aspect uit de vroege middeleeuwen duidelijk te maken waarom dit de tijd van ‘monniken’ genoemd kan worden. (2p)

Met een kenmerkend aspect van de vroege middeleeuwen duidelijk te maken waarom dit de tijd van ‘ridders’ genoemd kan worden. (2p) 

Slide 30 - Tekstslide

Voorbeeld van een juist antwoord is:

De naam ‘monniken’ past goed bij de vroege middeleeuwen, omdat ‘de verspreiding van het christendom in Europa’ gebeurde vanuit kloosters

De naam ‘ridders’ past goed bij de vroege middeleeuwen omdat ‘feodale verhoudingen in het bestuur’ in deze tijd vorm krijgt. 

Slide 31 - Tekstslide