extra
extra
Schrijf 10 zinnen met minstens 12 woorden met deze werkwoorden.
Praat over vroeger, geef tijdsaanduidingen, verander van onderwerp en gebruik adjectieven!
1. rijden 2. brengen
3. huren 4. draaien
5. komen 6. dragen
7. weten 8. genezen
9. blijven 10. gooien
1. rijden
2. brengen
3. huren
4. draaien
5. komen
6. dragen
7. weten
8. genezen
9. blijven
10. gooien
2. Schrijf een briefje. Je woont in een flat. Je maakt een briefje voor in de hal van de flat. Schrijf: - wat je wilt (helpen, iets vragen, hulp nodig, etc.). - wie je bent. - waar je woont. - wat je telefoonnummer of e-mailadres is.