In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 20 min
Onderdelen in deze les
Service en Sales
Slide 1 - Tekstslide
Het aanbieden van een spaarsysteem voor klanten is een voorbeeld van klantenbinding?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 2 - Quizvraag
Klantenrelaties houdt in
A
De relatie tussen de klant en de concurrent
B
De relatie tussen de klant en het bedrijf
C
De relatie tussen de werknemers onderling
D
De relatie tussen baas en werknemers
Slide 3 - Quizvraag
Wat is hetzelfde als producten?
A
Goederen
B
Diensten
C
Goederen en diensten
Slide 4 - Quizvraag
Wat is niet waar over productpresentatie?
A
Je moet het product goed kennen
B
Je moet het product zelf ook hebben.
C
Je moet met het product geoefend hebben
D
Je moet de handleiding hebben gelezen.
Slide 5 - Quizvraag
Waarom wordt er een verlengde garantie bij een product verkocht?
A
Om meer omzet te krijgen
B
Om voor klantenbinding te zorgen
C
Om dat dit wettelijk moet
D
Om de klant tegen extra kosten te beschermen
Slide 6 - Quizvraag
Welke soort review kost meer aandacht
A
Een positieve review
B
Een negatieve review
Slide 7 - Quizvraag
Wat houdt een bedrijfscultuur in
A
De manier hoe je met de klanten omgaat
B
De manier hoe de baas en de werknemers met elkaar omgaat
C
De manier hoe je als bedrijf omgaat met andere culturen
D
De manier hoe je onderling in het bedrijf met elkaar omgaat.
Slide 8 - Quizvraag
Wat is geen voorbeeld van non verbale communicatie
A
Hard roepen
B
Ongeïnteresseerd kijken
C
Boze email
D
Handen over elkaar
Slide 9 - Quizvraag
De docent staat met zijn armen over elkaar bij de deuropening. De deur staat open. Dit is een voorbeeld van?
A
Open houding
B
Gesloten houding
Slide 10 - Quizvraag
Wanneer een klant heel veel over het product weet en dit graag laten weten is een voorbeeld van een ...
A
Dominante klant
B
Afstandelijke klant
C
Sociale klant
Slide 11 - Quizvraag
Een besluiteloze klant kun je het beste
A
Alle artikelen laten zien die je hebt
B
De klant onder druk zetten een keuze te maken
C
Enkele artikelen te laten zien en de voordelen benoemen
Slide 12 - Quizvraag
Welk afbeelding laat zien milieugevaarlijk
A
Linker afbeelding
B
Rechter afbeelding
Slide 13 - Quizvraag
Als verkoper weet je dat als een klant een hamer koopt dat je dan ook vaak makkelijk spijkers bij kunt verkopen. Dit is een voorbeeld van?
A
Praktische productkennis
B
Technische productkennis
C
Commerciële productkennis
Slide 14 - Quizvraag
Je verkoopt een magnetron en vertelt de klant precies wat alle functies van de magnetron zijn en hoe je die het beste kunt gebruiken. Dit is een voorbeeld van
A
Praktische productkennis
B
Technische productkennis
C
Commerciële productkennis
Slide 15 - Quizvraag
Wanneer je een klant een duurder product verkoopt dan hij eigenlijk had willen hebben noemen we dat ....
A
Bij verkoop
B
Rationeel koopmotief
C
Emotioneel koopmotief
D
Upselling
Slide 16 - Quizvraag
Wanneer je iets wilt hebben omdat je dat er mooi uit vindt zien is dat een ....
A
Emotioneel koopmotief
B
Rationeel koopmotief
Slide 17 - Quizvraag
Dit is een open vraag?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 18 - Quizvraag
Een ander woord voor streepjescode is barcode
A
Juist
B
Onjuist
Slide 19 - Quizvraag
Aan het einde van de dag wil je in de kassa kijken hoeveel klanten iets hebben gekocht. Dit is een voorbeeld van welke kassafunctie?
A
Registratiefunctie
B
Controlefunctie
C
Informatiefunctie
D
Rekenfunctie
Slide 20 - Quizvraag
Wat is geen huisstijlelement
A
Logo
B
Lettertype(n)
C
Kleurgebruik
D
Folder
Slide 21 - Quizvraag
Als je een foto vooraan scherp wilt hebben en achteraan onscherp dan gebruik je een ..... diafragma
A
Groot
B
Klein
Slide 22 - Quizvraag
Bij online aankopen heb je recht op hoeveel dagen de bedenktijd?