Unit 4 lesson 4

Hello Hello class 2!
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hello Hello class 2!

Slide 1 - Tekstslide

Today
Unit 4 lesson 4
Maken:
B: 36, 37, 38, 39, 43, 44
K/T: 28A, 29, 30, 31A, 33, 34
H: 28, 29, 31, 32A

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Grammar

Slide 4 - Tekstslide

this/that/these/those

Slide 5 - Tekstslide

Wat betekent singular?

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Tekstslide

What is the difference between this and that?

Slide 8 - Woordweb

what is the difference between these en those?

Slide 9 - Open vraag

this/that/these/those

Slide 10 - Tekstslide

Gerund

Slide 11 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.5 Gerund
ING-vorm
De gerund is een ing-vorm van een woord.
Gaming is fun!
I love singing.
I am good at playing soccer.

Slide 12 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.5 Gerund
ING-vorm
Je gebruikt deze vorm in 3 situaties:
Gaming is fun!
I love singing.
I am good at playing soccer.

> Als onderwerp van een zin.
> Na bepaalde werkwoorden.
> Na voorzetsels.

Slide 13 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.5 Gerund
ING-vorm
I love singing.

De gerund gebruik je na de volgende werkwoorden:
- love              - enjoy           - begin              - end
- hate             - like               - start                - finish

Slide 14 - Tekstslide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.5 Gerund
ING-vorm
I am good at playing soccer.

De gerund gebruik je na voorzetsels, zoals:
- at              - of                  - with              - to
- after         - about          - in                   - from
- by             - on                 - for                 - like

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Link

Today
Unit 4 lesson 4
Maken:
B: 36, 37, 38, 39, 43, 44
K/T: 28A, 29, 30, 31A, 33, 34
H: 28, 29, 31, 32A

Slide 17 - Tekstslide