2M_Thema 6 Ecologie| bs. 5 Aanpassingen bij dieren

Hallo, Fijn dat jullie er zijn :)
Pak je boeken/laptop erbij
Doe je jas uit
Doe je telefoon in je tas
Wacht tot de les begint 
Steek je vinger op als je wat wil zeggen/vragen
Luister naar elkaar, want je hebt respect voor elkaar



1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hallo, Fijn dat jullie er zijn :)
Pak je boeken/laptop erbij
Doe je jas uit
Doe je telefoon in je tas
Wacht tot de les begint 
Steek je vinger op als je wat wil zeggen/vragen
Luister naar elkaar, want je hebt respect voor elkaar



Slide 1 - Tekstslide

Thema 6: Ecologie
Basisstof 5: Aanpassingen bij dieren

Slide 2 - Tekstslide

Lesprogramma
Terugblik
Uitleg bs. 5
Zelf aan de slag

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen 
Aan het einde van de les weet je  
  • Op welke manieren dieren zich aanpassen aan hun milieu.
- Welke aanpassingen landdieren hebben aan het leven op land.
- Welke aanpassingen waterdieren hebben aan het leven in water.
- Aanpassingen bij de poten van vogels
-Aanpassingen bij de snavel van vogels

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik

Slide 5 - Tekstslide

Wat was een populatie ook alweer?
A
Verschillende soorten in een gebied
B
Alle abiotische en biotische factoren samen
C
Een groep individuen van dezelfde soort
D
Een groep individuen van verschillende soorten

Slide 6 - Quizvraag

In een optimumkromme geef je weer:
A
de hoeveelheid babyguppies in de populatie
B
De temperatuur van de populatie
C
de groei- en voortplantingskansen van een populatie
D
De gemiddelde leeftijd in een populatie.

Slide 7 - Quizvraag

Waar hangt de populatiegrote vanaf?
A
Het biologisch evenwicht
B
Abiotische factoren
C
Biotische factoren
D
Biotische + Abiotische factoren

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een biologisch evenwicht?
A
De populatiegrootte schommelt om een evenwichtswaarde heen.
B
Geboorte, sterfte en migratie zorgen voor een biologisch evenwicht.
C
antwoord A en B zijn goed
D
Antwoord A en B zijn beiden fout.

Slide 9 - Quizvraag

Door een zachte winter is er veel gras en wordt de populatie konijnen groter.
Wat gebeurt er met de populatie vossen in dit gebied?
A
De populatie neemt af omdat de konijnen teveel ruimte innemen
B
De populatie neemt af omdat de konijnen teveel holen graven in dit gebied
C
De populatie neemt toe omdat er meer holen zijn voor de vos
D
De populatie neemt toe omdat er meer voedsel is.

Slide 10 - Quizvraag

Waterdieren

Slide 11 - Tekstslide

Waterdieren
Hebben: 
Kieuwen: orgaan waarmee je onder water kan ademhalen
Vinnen: orgaan waarmee een vis in water kan bewegen en evenwicht kan houden.
Schubben met slijmlaag: huidbedekking dat ervoor zorgt dat vis makkelijk in het water kan bewegen
Gestroomlijnd: kop, romp en staat gaan geleidelijk in elkaar over
licht skelet: vis wordt 'gedragen' door het water

Slide 12 - Tekstslide

Landdieren
Landzoogdieren

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

zonder hoef

Slide 15 - Tekstslide

  1. Zoolganger | 2. Teenganger | 3. Topganger (ookwel hoefgangers genoemd)

Welke gangers zijn deze dieren?

Schijf de antwoorden in je schrift.

Slide 16 - Tekstslide

Aanpassingen bij vogels

Slide 17 - Tekstslide

Poten van vogels
Zangvogel
Roofvogel
Loopvogel
Watervogel
Steltlopers 

Slide 18 - Tekstslide

Zangvogel
Roofvogel
Loopvogel
Watervogel
Steltloper

Slide 19 - Sleepvraag

Voeding
Aanpassingen bij vogelsnavels:
Pincetsnavel--> Insecten 
Haaksnavel--> prooi scheuren
Kegelsnavel-->zaden

Slide 20 - Tekstslide

Voeding
Aanpassingen bij vogelsnavels:
Priemsnavel--> bodemdiertjes
Zeefsnavel--> kleine plantjes en diertjes

Slide 21 - Tekstslide

kegelsnavel
zeefsnavel
priemsnavel
pincetsnavel
haaksnavel

Slide 22 - Sleepvraag

Slide 23 - Video

Aan het werk!
 Maak de opdrachten van bs. 5 

timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide