7.7 voedselproductie

7.7 voedselproductie
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

7.7 voedselproductie

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

planning
korte termijn
* begrippen SO vrijdag 12.15-12.45 op de ELO bij bronnen.
    of woensdag 1 juli 12.15-12.45 op de ELO bij bronnen.
* vrijdag t/m maandag inleveren PO ecologie

lange termijn
* maandag 6 juli SE over H4 t/m H7 (3x)

Slide 3 - Tekstslide

LEERDOELEN
7.7
* je kent manieren waarop een optimale productie van voedsel kan worden verkregen
* je kent oorzaken en gevolgen van eutrofiëring en mogelijke oplossingen daarvoor


Slide 4 - Tekstslide

BEGRIPPENLIJST
persisent
accumulatie
biologisch afbreekbaar
uitspoelbaar
eutrofiëring
waterbloei
veredeling

Slide 5 - Tekstslide

Wat is GEEN manier om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen?
A
mechanische bestrijding
B
met natuurlijke vijanden
C
chemische bestrijding
D
met accumulatie

Slide 6 - Quizvraag

Geef de betekenis van het woord pesticide.

Slide 7 - Open vraag

biologische bestrijding  
* natuurlijke vijanden
- sluipwesp 
- lieveheersbeestje
* lokken met geuren
* vruchtwisseling (wisselteelt)

Slide 8 - Tekstslide

Welk proces zie je in de afbeelding?
A
accumulatie
B
resistentie
C
assimilatie
D
fotosynthese

Slide 9 - Quizvraag

Wat is resistentie?
A
Het ongevoelig worden van een gewas voor een ziekteverwekker
B
het overgevoelig worden van een gewas voor een ziekteverwekker
C
Het overgevoelig worden van een ziekteverwekker voor bepaalde bestrijdingsmiddelen
D
Het ongevoelig worden van een ziekteverwekker voor bepaalde bestrijdingsmiddelen

Slide 10 - Quizvraag

bescherming tegen ziekten en plagen 
Sommige pesticiden zijn persistent
kan niet of zeer langzaam natuurlijk worden afgebroken

accumulatie: de pesticiden hopen op door de voedselketen heen

De biomassa neemt af in ieder trofisch niveau. De hoeveelheid pesticide blijft gelijk.
Toppredator krijgt hierdoor teveel pesticide binnen en kan ziek worden.

Slide 11 - Tekstslide

stappenplan eutrofiëring
1. Er is eutrofiëring: teveel mineralen in het water
2. Door deze mineralen kunnen algen snel vermenigvuldigen: waterbloei
3. De laag algen blokkeert de doorgang van zonlicht naar planten op de bodem, waardoor de bodemplanten niet aan fotosynthese kunnen doen. 
4. De bodemplanten gaan dood en worden afgebroken door reducenten, die hierbij zuurstof verbruiken.
5. Zonder zuurstof gaan de vissen ook dood. 

Slide 12 - Tekstslide

Waardoor kan eutrofiëring ontstaan?

Slide 13 - Open vraag

eutrofiëring    hoeveelheid mineralen in het water                                     neemt sterk toe            waterbloei

Slide 14 - Tekstslide

waterbloei sterke algengroei 
                        in het water
sterfte                reducenten ruimen op
zuurstofarm water                 sterfte

Slide 15 - Tekstslide

In de loop van jaren treedt in een bepaald meer eutrofiëring op. Hierdoor nemen cyanobacteriën en algen sterk in aantal toe ten koste van vele onderwaterplanten, met als gevolg dat het water troebel wordt. Noem twee activiteiten van de mens die tot eutrofiëring leiden.

Slide 16 - Open vraag

Waarom neemt door eutrofiëring de biodiversiteit in een ecosysteem af? Geef twee redenen.
voor meer info lees vraag 39 in het examen!

Slide 17 - Open vraag

Leg het verschil uit tussen veredeling en genetische modificatie.

Slide 18 - Open vraag

veredeling individuën met gunstige eigenschappen laten voortplanten (selectie)
genetische modificatie met behulp van DNA-recombinant-technieken eigenschappen van organismen veranderen 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Leg uit dat het middel voor runderen niet dodelijk is en voor gieren wel.

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide