In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Zuurstof berekening
Slide 1 - Tekstslide
Inhoud
Flessen soorten
Formule
Oefening
Afsluiting
Slide 2 - Tekstslide
Leeruitkomsten
Na deze les kun je 2 berekeningen maken:
1: Hoeveel zuurstof heb je?
2: Hoelang kan de zorgvrager daarmee doen?
Slide 3 - Tekstslide
Hoeveel zuurstof heb je?
Slide 4 - Tekstslide
Inhoud fles X
Druk fles
Slide 5 - Tekstslide
Dus.....
Een berekening van zuurstof heeft altijd te maken met
a: inhoud zuurstof fles
En....
b: verbruik van de cliΓ«nt
Slide 6 - Tekstslide
Hoelang kan de zorgvrager daarmee doen?
Hoeveel zuurstof iemand krijgt wordt uitgedrukt in liters per minuut.
Slide 7 - Tekstslide
Formules
Grootte van de cilinder X Druk = Het totaal aantal liters op voorraad
Aantal liter op voorraad / Aantal liters per minuut (verbruik)= het aantal minuten dat de tank meegaat
Hoe maak je daar weer uren van?
Slide 8 - Tekstslide
Ik heb een fles met 5 liter inhoud en een druk van 30 bar. Hoeveel liter zuurstof zit er in de tank?
A
30
B
5
C
150
D
500
Slide 9 - Quizvraag
Oefenopdrachten
Slide 10 - Tekstslide
Ik heb een fles met 2 liter inhoud met een druk van 80 bar. Hoeveel liter heb in de fles?
Slide 11 - Open vraag
Mw Jansen gebruikt 2 liter zuurstof per minuut. Hoeveel liter gebruikt zij per uur?
Slide 12 - Open vraag
Dhr. Koppers heeft een longontsteking waarbij hij zuurstof nodig heeft. Aanwezig: Cilinder van 10 liter en een druk van 120 bar. Voorschrift: 2 liter per minuut. Hoeveel liter zit er in de cilinder? Hoeveel uren en minuten kun je met deze cilinder doen?
Slide 13 - Open vraag
Je hebt een cilinder van 5 liter en de manometer geeft 100 bar aan. De zorgvrager heeft 2 liter zuurstof per minuut.
Hoeveel liter is er op voorraad? Hoelang kan deze zorgvrager met deze tank doen?
Slide 14 - Open vraag
Dus:
Cilinderberekening heeft altijd te maken met:
-grootte van de cilinder
-druk in de cilinder
-verbuik van de zorgvrager
Slide 15 - Tekstslide
Gaat cilinderberekening lukken zo?
πππππ
Slide 16 - Poll
sv
Slide 17 - Tekstslide
Sondevoeding
Slide 18 - Tekstslide
Aantal ml : aantal uur = pompstand
Aantal ml : aantal porties = hoeveelheid per portie (bolus)
Slide 19 - Tekstslide
Mevrouw van Doorn krijgt 150 cl sondevoeding per 24 uur? Op welke stand zet je de pomp?
Voorschrift = 150cl per dag 1500 ml per 24 uur
Hulpkaart = Aantal ml : aantal uur = pompstand
1500 : 24 = 62.5
Slide 20 - Tekstslide
Mw. de Jong krijgt 6 keer per dag sondevoeding. Gisteren kreeg zij 1,2 liter sondevoeding totaal. Vandaag krijgt ze 0,3l sondevoeding extra. Hoeveel krijgt zij per portie?