leçon 16_THV2B

Bonjour !
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bonjour !

Slide 1 - Tekstslide

Le programme:
        Aujourd'hui (=vandaag) :
  • Apprendre: voorzetsels in of naar bij landen en steden
  • Pratiquer les dialogues 1 + 2
leçon 16

Slide 2 - Tekstslide

Le nom des pays

Slide 3 - Tekstslide

Quel pays ?
(lidwoord + naam)
timer
0:45

Slide 4 - Open vraag

Quel pays ?
(lidwoord + naam)
timer
0:45

Slide 5 - Open vraag

Quel pays ?
(lidwoord + naam)
timer
0:45

Slide 6 - Open vraag

Quel pays ?
(lidwoord + naam)
timer
0:45

Slide 7 - Open vraag

Quel pays ?
(lidwoord + naam)
timer
0:45

Slide 8 - Open vraag

Voorzetsels bij landen en steden/dorpen

Slide 9 - Tekstslide

Villes / villages
Om een stad of dorp aan te geven gebruik je het voorzetsel 'à'. 

Voorbeeld:
        Je vais à Paris 
        Je vais à Rotterdam

Slide 10 - Tekstslide

Pays
  • Bij landen heb je drie opties: en / au / aux

  • Om te bepalen welk voorzetsel bij welk land hoort, moet je het geslacht weten van het land. 



Slide 11 - Tekstslide

Pays 
  • 'En
  • Féminin (vrouwelijk)
  • Eindigen op een 'e'
    (en Espagne) (en France)

Slide 12 - Tekstslide

Pays
  • 'au'
  • Masculin (mannelijk)
  • Eindigt niet op een e 
    ( au Danemark)( au Canada, au Pérou, au Japon) 

Slide 13 - Tekstslide

Pays
  • Aux
  • Pluriel (meervoud, eindigt meestal op een -s)

Voorbeeld: 
        Aux États-Unis
        Aux Pays-Bas

Slide 14 - Tekstslide

Voor in en naar bij aardrijkskundige namen gebruik je: en/au/aux/à
 Landennamen die met een klinker beginnen of die vrouwelijk zijn 
(l'/la)
mannelijk landenammen
(le)
namen in het meervoud
(les)
Steden of dorpjes
EN
AU
AUX
À
en France, en Italie 
etc.
au Portugal, 
au Royaume-Uni etc.
aux Pays-Bas, aux États-Unis etc.
à Paris, 
à Rotterdam etc

Slide 15 - Tekstslide

On pratique :
  • Faire l'exercice M + N pages 20-21 dans le supplément
  • Si tu es rapide, fais deux exercices en ligne:
  1. Exercice en ligne n°1
  2. Exercice en ligne n°2 
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Exercice M page 20
  1. au Maroc
  2. à
  3. en Allemagne
  4. en Suisse
  5. en Norvège - à
  6. en Angleterre
  7. en France
  8. aux États-Unis
  9. à - au
  10. en Chine
  11. en Turquie
  12. en Espagne

Slide 17 - Tekstslide

Exercice L page 20
  1. en Belgique
  2. au Luxembourg
  3. en Allemagne – en Suisse
  4. en Italie
  5. en Grèce
  6. en Espagne
  7. au Portugal
  8. à 

Slide 18 - Tekstslide

Parler des vacances 
supplément
  • Pratiquer le dialogue 1 page 23
  • Pratiquer le dialogue 2 page 24

Slide 19 - Tekstslide

Devoirs: 
  • Apprendre: supplément, page 20: voorzetsels in + naar bij aardrijkskundige namen
  • Apprendre: StudyGo 1-6 N-F
  • Faire: D'Accord > Chapitre 1 > 1. 4 > 7 + 8

Slide 20 - Tekstslide