TSV doping en mix and match 07-02-2024

    TOPSPORTVAARDIGHEDEN
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Sport en coachingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

    TOPSPORTVAARDIGHEDEN

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je haalt kennis uit eerdere lessen op
  • Je legt uit hoe het examen TSV is opgebouwd 
  • Onduidelijkheden zijn aan het eind van de les duidelijk
  • Je wint misschien de quiz :)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

De thema's
1. Fysieke en medische aspecten

2. Voeding

3. Doping

4. Prestatiegericht gedrag

5. Juridisch, verzekeringen, financiën

6. Onderhoud contacten, media, sponsoren



Slide 4 - Tekstslide

Topsportvaardigheden
240 SBU
les                                                                          52 uur
theorietoets                                                      1
voorbereiding theorietoets                       24 
Opdrachten (6)                                                72 
Maken (S)portfolio "jij als topsporter"  80 
Voorbereiding CGI                                          10 
CGI                                                                         1

Slide 5 - Tekstslide

Examen
Theorietoets --> 25%

(S)portfolio + CGI --> 75%

Slide 6 - Tekstslide

Jouw eigen deskundigheid
  • Je verdiept je in de fysieke en medische aspecten
  • Je weet hoe blessures ontstaan en hoe ze voorkomen zouden kunnen worden
  • Je weet hoe het zit met arbeids-rust verhoudingen
  • Je past herstelbevorderende maatregelen toe
  • Je maakt gebruik van hulpmiddelen om je fysieke gesteldheid in combinatie met je sportprestaties te monitoren
  • Je weet wie je medisch netwerk is en wat de mogelijkheden van dit netwerk zijn



Slide 7 - Tekstslide

Jouw eigen deskundigheid
  • Je houdt actief ontwikkelingen bij op het gebied van voeding en                   supplementen
  • Je onderzoekt wat een goed voedingspatroon en goed eetgedrag     inhouden in relatie tot het leveren van prestaties
  • Je weet wat de juiste voedingskeuzes zijn op het juiste moment 
  • Je maakt voeding een onderdeel van je totale trainings- en wedstrijdprogramma

  

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Wordt het aangeraden om volledig rust te houden met een blessure?
A
Ja
B
Nee
C
Ik weet het niet
D
Hangt er van af

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de Schijf van Vijf?
A
Alles wat je iedere dag eet
B
De top 5 gezondste producten
C
Een schijf met gezonde voedingsmiddelen
D
Vijf producten met veel vitamines

Slide 11 - Quizvraag

De vijf trainingsprincipes zijn
A
Overload, specificiteit, reversibiliteit, verminderde meeropbrengst en supercompensatie
B
Specificiteit, reversibiliteit, supercompensatie, vermeerderde meeropbrengst en overload
C
Supercompensatie, reversibiliteit, specificiteit, overload en superopbrengst
D
Specificiteit, irreversibiliteit, verminderde meeropbrengst, overload en supercompensatie

Slide 12 - Quizvraag

Is hoogtestage een legale manier van bloeddoping? Leg uit waarom wel/niet

Slide 13 - Open vraag

Wat zijn de verschillende fasen van periodisering?
A
Warm-up, workout, cool-down.
B
Krachttraining, cardio, stretching.
C
Beginnersfase, gevorderdenfase, expertfase.
D
Macrocyclus, mesocyclus, microcyclus.

Slide 14 - Quizvraag

De vijf grondmotorische eigenschappen zijn
A
lenigheid, uithoudingsvermogen, techniek, kracht en snelheid
B
conditie, lenigheid, kracht, snelheid en techniek
C
uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid, snelheid en coördinatie
D
coördinatie, uithoudingsvermogen, conditie, lenigheid en kracht

Slide 15 - Quizvraag

Welke soorten vetten zijn het meest gezond?
A
transvet
B
enkelvoudige onverzadigde vetten
C
meervoudige onverzadigde vetten
D
verzadigde vetten

Slide 16 - Quizvraag

Blessures kunnen onstaan door het onvoldoende ontwikkeld zijn van één of meer grondmotrische eigenschappen
A
ja
B
ja, maar dat is niet de enige oorzaak
C
ik zou niet weten hoe
D
nee

Slide 17 - Quizvraag

Aeroob betekent
A
met celkern
B
zonder celkern
C
met zuurstof
D
zonder zuurstof

Slide 18 - Quizvraag


Welk systeem gebruiken de sporters op de achtergrond veel?
A
Anaeroob a - lactisch systeem
B
Anaeroob lactisch systeem
C
Aeroob systeem
D
Aeroob lactisch systeem

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de basis van een gezonde voeding ?
A
Veel koolhydraten
B
Variatie
C
Geen vlees eten
D
Veel groente eten

Slide 20 - Quizvraag

Een andere naam voor fosfaatsysteem is:
A
Anaeroob a-lactisch
B
Anaeroob lactisch
C
Aeroob

Slide 21 - Quizvraag

Cholesterol, waar zit dat in?
A
Fruit en groenten
B
Chips en friet
C
Water
D
Frisdranken en snoep

Slide 22 - Quizvraag

Hoe heet de fase tussen 2 trainingen waarin je na je rust een beter basisniveau krijgt?
A
Overtraining
B
Hersteltijd
C
interval
D
Supercompensatie

Slide 23 - Quizvraag

Wat zijn symptomen van overtraining
A
zakken hartslag, vermoeidheid, blessures
B
stijgen hartslag, depressiviteit, goed slapen
C
gewichtstoename, prestatievermindering, geprikkeld
D
tegenzin training, slaapproblemen, gewichtsverlies

Slide 24 - Quizvraag

Lees de volgende stellingen:
1. Als de volgende training te lang uitblijft, kom je vervolgens weer op je oude prestatieniveau. Dit noem je het principe van reversibiliteit.

2. Wanneer je steeds te vroeg traint, kun je met overtraining te maken krijgen.

A
stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B
beide stellingen zijn juist
C
stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
D
beide stellingen zijn onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Als een sporter elke keer hier begint met zijn training dan
A
Wordt hij sterker
B
Zit hij in in opklimmende belasting
C
Traint hij volgens het principe individualiteit
D
Raakt hij overtraind

Slide 26 - Quizvraag

Steeds een iets zwaardere trainingsprikkel nodig hebben om prestaties te verbeteren noemen we
A
overprikkeling
B
overcompensatie
C
overtraining
D
overload

Slide 27 - Quizvraag

Hoe zorg je voor een gezond dieet volgens de Schijf van Vijf?
A
Eet elke dag uit elk vak evenveel
B
Eet elke dag uit alle vakken iets, in de juiste verhouding
C
Eet vooral groente en fruit
D
Eet weinig ongezonde dingen

Slide 28 - Quizvraag

De PAL-waarde geeft aan hoe actief iemand is
A
Ja
B
Gedeeltelijk
C
PAL-waarde?
D
Nee

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

(S)portfolio
Opdracht:

Maak een begin met je (s)portfolio.

Fysieke en medische aspecten, voeding


Slide 31 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je haalt kennis uit eerdere lessen op
  • Je legt uit hoe het examen TSV is opgebouwd 
  • Onduidelijkheden zijn aan het eind van de les duidelijk
  • Je wint misschien de quiz :)

Slide 32 - Tekstslide

Voor volgende keer!
  • Volgende les 21 februari
  • Opdracht 3 Its Learning 

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide