Bouwjuk

Oefenen
bouwjuk
R. Verhoeve
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
Hout en meubelMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Oefenen
bouwjuk
R. Verhoeve

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen:
 Aan het einde van deze les weet de student 
op twee manieren  meetpunten over te brengen. 
Wat een terreinplan is.

Wat ga jij in deze les doen.

  1. Je voorbereiden op het zetten van een bouwjuk en spiegelen.
  2. Drie manieren leren om een haakse hoek uit te zetten.
  3. Oefenen met de termen, gebruikt bij het zetten en stellen van een juk.
  4. Materiaallijst controleren en wegstrepen wat niet nodig is.

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al over een bouwraam te vertellen!

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Pentagoonprisma
Haakse hoek
uitzetten
1. Haakse hoek uitzetten  met een pentagoonprisma!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

  1. Zet het middelpunt uit met een touw!
  2. Trek vanuit punt A en punt B twee nieuwe gelijken stralen (r2) en bepaal hiermee het snijpunt van R2!
  3. Span nu een draad vanaf het middelpunt die door het snijpunt van r2 gaat!
  4. Controleer eventueel de haakse hoek met een bouwhaak.
A .
. B
r2
r2
r1
Voorbeeld in zand 
2. Haakse hoek uitzetten met de  omcirkelmethode!
L

Slide 7 - Tekstslide

Pijl zit ongeveer 200 a 300 mm boven het
hart van de 
weg.

Slide 8 - Tekstslide

Nu het pijl (= 0)  uitzetten...
overhalen met de roterende lazer op elke piket!
Bouwraam uitgezet,
piket
piket
piket
piket
piket
piket
piket

Slide 9 - Tekstslide

Bouwraam gemeten vanaf de erfgrens en gemeentegrens
Erfgrens

Slide 10 - Tekstslide

Gemeentegrens
Erfgrens
Pijl=0
bouwraam

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Op welke hoogte plaats je de planken van een juk?

Slide 13 - Open vraag

                                                           


Vanaf de fundering tot aan peil is het makkelijk om voor de maatvoering van de bouwwerkzaamheden gebruik te maken van een bouwraam of juk. Een juk is hoek van piketten en twee korte bouwplanken.
Voor grotere projecten worden jukken toegepast. De aannemer zet de jukken uit, met potloodstrepen en eventueel verduidelijkende teksten, waarna de maatvoering gecontroleerd wordt.

Tussen het bouwwerk (gebouw) en juk moet voldoende (werk)ruimte worden gehouden, tussen de 1,3 m en 1,5 m.

Bouwjuk

Slide 14 - Tekstslide

Dit is pas een grote bouwhaak!


Bouwjuk

Slide 15 - Tekstslide

Aanlegbreedte

Slide 16 - Tekstslide

                                              
                                                    Meten en uitzetten.
De aannemer laat eventueel bomen rooien, sloten dempen enz.
Voordat met de bouw wordt begonnen wordt eerst het bouwterrein ingericht.
De aannemer maakt hiervoor een terreinplan.
Op het terreinplan staan:




A. Omheiningen: tegen diefstal - vernieling - gevaar van spelende kinderen.
B. Werkwegen: voor toevoer van materialen - werklui - machines enz.
C. Keten en loodsen: Directiekeet - toiletten - schaftketen - opslagloodsen enz.
D. Leidingen: Telefoon - water - elektriciteit.
E. Bouwkranen - bouwliften.
F. Afvalcontainers.
Terreinplan:

Slide 17 - Tekstslide

Wat heeft de aannemer op
het terreinplan staan?

Slide 18 - Open vraag

Zet de juiste benaming op zijn plaats
voorgevel rooilijn
gemeentegrens
erfgrens
erfscheiding

Slide 19 - Sleepvraag

1. Rooilijnen - erfgrens - peil! 

Slide 20 - Tekstslide

                                    
De precieze plaats van het bouwwerk is aangegeven in het Bestemmingsplan van de gemeente.
In het bestemmingsplan zijn de rooilijnen aangegeven.
Rooilijnen zijn de lijnen waartussen het gebouw precies moet komen.






De voorgevelrooilijn zorgt er voor dat alle voorgevels in een straat gelijk lopen, deze wordt meestal vanaf het midden van de straat gemeten.
In bepaalde gevallen kan men ook de rooilijnen voor de zijgevels en de achtergevel aangeven.

Slide 21 - Tekstslide


De Erfgrens - terreingrens of erfscheiding geven de grenzen aan van het stuk bouwgrond waarop het gebouw staat met tuin enz.
Het is het stuk bouwgrond dat je hebt gekocht, de grenzen zijn tot op de cm. bepaald.
Als je als bewoner je garage bijvoorbeeld 5 cm over 
de erfscheiding van je buren bouwt, kunnen zij eisen 
dat je hem weer afbreekt.

Slide 22 - Tekstslide

De Dienst Bouw en Woningtoezicht van de gemeente komt de rooilijnen uitzetten.
Op de kruising van erfafscheidings- met voorgevelrooilijn- lijnen, plaatsen zij 2 piketten, de bovenkant rood geschilderd om goed op te vallen.
In de bovenkant slaat men een spijker om het precieze punt 
aan te geven (verklikkers). 

Slide 23 - Tekstslide

Het peil is een belangrijke maat die van te voren is afgesproken, het is de bovenkant afgewerkte vloer.
Het peil ligt ± 200 a 300 mm. boven de kruin (hoogste punt) van de straat.
  1. Het peil wordt net als de rooilijnen meestal aangegeven door de gemeente.
  2. Je kunt de maat van het peil ook overnemen van het huis van de buren.

Slide 24 - Tekstslide

Vanuit het peil meet je alle hoogtematen van het huis.
Vanuit het peil naar beneden ( - ) meet je de maten voor de fundering, vanuit het peil naar boven ( + ) voor de verdiepingen.


Slide 25 - Tekstslide

2. Hoeken uitzetten!

Slide 26 - Tekstslide

De hoeken moeten zuiver haaks ziin.
Voor een eenvoudige woning kun je een bouwhaak gebruiken.
Voor grote gebouwen worden nauwkeurige meetinstrumenten gebruikt zoals het
pentagoonprisma, hoekspiegel en theodoliet.

Na dat de voorgevelrooilijn is aangegeven kan men beginnen met uitzetten.
Eerst worden de hoekpunten van het gebouw uitgezet.
Bij het uitzetten heb je de maatvoeringtekening nodig, hierop staan de maten van de gevels van het gebouw.
Op de hoeken worden jalons geplaatst, dit zijn rood-witte ijzeren palen.

Slide 27 - Tekstslide

theodoliet.
pentagoonprisma
waterpasinstrument

Slide 28 - Tekstslide

                                                                                Bouwhaak.





Bij het uitzetten van grote hoeken gebruik je een bouwhaak.
De bouwhaak noem je ook wel de 3- 4- 5 steek.
Op de 3 latten zet je een veelvoud uit van 3 - 4 en 5.
Bijvoorbeeld: 3 x 20 cm - 4 x 20 cm en 5 x 20 cm.
of: 3 x 30 cm - 4 x 30 cm en 5 x 30 cm.
Het is maar net hoe groot je de bouwhaak wilt maken.

Slide 29 - Tekstslide


Je neemt 3 latten van ± 10cm breed en ± 2 cm dik, de latten moeten wel zuiver recht zijn.
Hoe lang je de latten neemt hangt af van hoe groot je de bouwhaak wil maken.
Volgens het voorbeeld boven nemen we 2 latten van ± 1,5 meter lang en 1 lat van ± 1 meter lang.
Bevestig een lange lat en de korte lat met de uiteinden als een hoek op elkaar.
Maak de 2 latten vast met 1 draadnagel, zodat je de latten nog kunt draaien te op zichtte van elkaar.

Slide 30 - Tekstslide

A. Meet op de korte laat 600 mm af ( 3 x 200 ) en op de lange lat 800 mm.
     (4 x 200).
B. Meet op de tweede lange lat 1000 mm af ( 5 x 200 ). Schuif de lat over de           gemaakte hoek tot de maatstrepen precies op elkaar liggen. Nagel de               schuine lat vast met 1 of 2 nagels en sla nog een nagel in de haakse hoek.

Slide 31 - Tekstslide


C  Meet op de tweede lange lat 1000 mm af ( 5 x 200 ).
     Schuif de lat over de gemaakte hoek tot de maatstrepen precies op elkaar       liggen.
     Nagel de schuine lat vast met 1 of 2 nagels en sla nog een nagel in de                 haakse hoek.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

3. Bouwraam uitzetten!

Slide 34 - Tekstslide

Om het bouwwerk wordt het bouwraam uitgezet.
Het bouwraam bestaat uit piketten ( 50 x 50 x 1000mm) en planken van ± 100 of 120 mm breed  en  20 mm. dik.
Tussen het bouwraam en het bouwwerk moet je voldoende werkruimte houden (± 1,30 m. tot 1,50 m).
De bovenkant van het bouwraam is het peil.

Slide 35 - Tekstslide

Tussen het bouwraam en het bouwwerk zit
A
200 cm
B
± 0,30 m. tot 0,50 m
C
100 cm
D
± 1,30 m. tot 1,50 m

Slide 36 - Quizvraag

De hoeken van het gebouw staan aangegeven met jalons op de bouwplek.
Op het bouwraam worden nu de buitenmuren 
(spouwmuren) en de binnenmuren afgeschreven.
Ook de fundering (aanlegbreedte) wordt afgeschreven op het bouwraam.

Slide 37 - Tekstslide

Aanlegbreedte is:
A
totale muurbreedte
B
totale woningbreedte
C
D
funderingsbreedte

Slide 38 - Quizvraag

Elke plank laat men op 1 hoek doorlopen.
Hierdoor heb je zo min mogelijk zaagwerk. Deze manier van het monteren noem je "molenwieken".
Molenwieken

Slide 39 - Tekstslide

Waar zijn de rooilijnen op terug te vinden
A
luchtfoto
B
terreinplan
C
Bouwplan
D
bestemmingsplan

Slide 40 - Quizvraag

Wie zet de rooilijnen uit?
A
De timmerman
B
De opzichter
C
Dienst bouw en woningtoezicht
D
metselaar

Slide 41 - Quizvraag

Verplaats de fotootjes in het juiste jargon ! 
Molenwieken
spiegelen
Piket paaltje
Juk
Gemeente- piket

Slide 42 - Sleepvraag

Zet de machines op gebruik volgorde van links naar rechts! 
Tekst
Tekst

Slide 43 - Sleepvraag

Bij eenvoudige kleine bouwwerken, bijvoorbeeld een garage of schuur zet men alleen bouwplanken op de hoeken en op de plaatsen van de tussenmuren, men noemt dit een bouwjuk. 
Bouwjukken maak je van 2 of 3 piketten met korte bouwplanken.

Slide 44 - Tekstslide

Bij eenvoudige uitbouw werkzaamheden zet men sneller een juk. Ook bij een eenvoudige garage of schuur zet men sneller alleen bouwplanken op de hoeken en op de plaatsen van de tussenmuren, men noemt dit een bouwjuk. Voordeel is dat je er gemakkelijk tussendoor kan met machines.
Bouwjukken maak je van 2 of 3 piketten met korte bouwplanken.

Slide 45 - Tekstslide

De vorstgrens ligt op 600 mm. beneden het maaiveld, de aanlegdiepte is dus altijd groter dan 600 mm.
De zijkanten van de bouwput worden schuin afgegraven zo dat de grond niet naar beneden kan vallen.
De schuine zijkant noem je een talud.

Slide 46 - Tekstslide

4. Uitloden:
Dit overbrengen van meetpunten en meetlijnen noemen we uitloden, je doet dit met de waterpas of spiegelen.
Het snijpunt wordt aangegeven met piketjes.
Men is nu zover dat begonnen kan worden met het aanbrengen van de funderingen.
De fundering staat op de bouwplanken aangegeven.

Deze gaan we nu uitzetten in de bouwput, dit doe je door draden te spannen en het
snijpunt loodrecht naar beneden over te brengen.

Slide 47 - Tekstslide

spiegelen

Slide 48 - Tekstslide

Hoe heeft jou klasgenoot deze praktijkles voorbereid?

Slide 49 - Open vraag

Wat waren zijn werkzaamheden en zijn inzet tijdens de praktijkles?

Slide 50 - Open vraag