7.2 Energie

7.2 Energie
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

7.2 Energie

Slide 1 - Tekstslide

Even herhalen 7.1
Bespreken opdr 20 
Vragen over 7.1??

Slide 2 - Tekstslide

groepen voedingsstoffen
voedingsstoffen
Zoek bij elkaar
energierijke stoffen
bouwstoffen
beschermende stoffen
koolhydraten
vetten
eiwitten, vetten
mineralen, water


vitaminen
mineralen

Slide 3 - Sleepvraag

Waar zijn voedingsvezels belangrijk voor?
A
voor de smaak
B
voor het kauwen
C
voor de darmen
D
voor het slikken

Slide 4 - Quizvraag

Wat hoort bij wat? 
Voedings middel
Eiwitten
Suikers & zetmeel
Vitamines

Slide 5 - Sleepvraag

Zet de voedingsmiddelen op de juiste voedingsstoffen.
brandstoffen
koolhydraten en vetten
bouwstoffen
eiwitten en water
beschermstoffen
vitaminen en mineralen

Slide 6 - Sleepvraag

Waar zorgen de voedingsstoffen voor?
Energierijke stoffen
Bouwstoffen
Beschermstoffen
Energie
Groeien
Beschermen tegen ziektes

Slide 7 - Sleepvraag

Leerdoelen 7.2  
- Je kunt uitleggen hoe je aan energie komt.
- Je kunt uitleggen hoeveel ernergie je nodig hebt en waar dat van afhangt.
- Je kunt uitleggen waarom je matig moet zijn met suiker en vet.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe kom je aan ernergie?
Je gebruikt energie om:
warm te blijven, te bewegen, na te denken, je eten te verteren

Deze energie haal je uit je eten en drinken.
Hierin zitten energierijke stoffen.
Energierijke stoffen:
  1. koolhydraten = verzamelnaam voor zetmeel en suikers (glucose en gewone tafelsuiker)
  2. vetten

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel energie heb je nodig?

Dat hangt af van je:

-  leeftijd.

-  hoeveel je beweegt.

-  geslacht.

Slide 10 - Tekstslide

Hoeveel energie heb je nodig?
Energie wordt aangegeven met joules.
Verpakking: kilojoules (Kj) = 1000 joules
Energie ook vaak aangegeven in calorieën
1 kilocalorie (1 kcal) 1 kcal= 1000 calorieën.



Je kunt kilojoules en kilocalorieën 
in elkaar omrekenen

Slide 11 - Tekstslide

Calorieën
Bekijk het filmpje over calorieën in de volgende dia.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

BMI
het BMI (body mass index) kan je gebruiken om te bepalen of je ondergewicht hebt of overgewicht. 

BMI=(gewicht in kg)/(lengte in meter)^2

Slide 14 - Tekstslide

BMI: wat betekent het?
Berekenen met formule
of
Aflezen in de tabel

  • <20: ondergewicht
  • 20-25: gezond gewicht
  • 25-30: overgewicht
  • >30: obesitas

Slide 15 - Tekstslide

Overgewicht en ondergewicht

Als je te veel eet en te weinig beweegt kun je overgewicht krijgen.
Als je te veel beweegt en te weinig eet kun je ondergewicht krijgen.

Slide 16 - Tekstslide

Overgewicht (BMI veel te hoog)
-  meer kans op hart- en vaatziekten


-  meer kans op suikerziekte
 
-  slecht voor je gewrichten
 door overbelasting

Slide 17 - Tekstslide

7.2 les 1 
Maken opdr 1 t/m 10 

Slide 18 - Tekstslide

7.2 Les 2 

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen 7.2  
- Je kunt uitleggen hoe je aan energie komt.
- Je kunt uitleggen hoeveel ernergie je nodig hebt en waar dat van afhangt.
- Je kunt uitleggen waarom je matig moet zijn met suiker en vet.

Slide 20 - Tekstslide

ondergewicht
ondergewicht betekent dat je te weinig weegt.  
Gevaar bij ondergewicht is, dat bepaalde lichaamsfuncties uitvallen en het lichaam eigen eiwitten (van organen) gaat gebruiken om aan energie te komen

Slide 21 - Tekstslide

Waarom matig met suiker en vet?
Leerdoel: Je kunt uitleggen waarom teveel vet en teveel suiker eten niet goed voor je is.

Je hebt ongeveer 250 gram koolhydraten (suikers & zetmeel) per dag nodig:
Wanneer heb je meer nodig?

Niet alle koolhydraten zijn gezond, bijvoorbeeld suikers.
Suikers kunnen zorgen voor tandbederf/ cariës (=gaatjes in je tanden en kiezen)

Slide 22 - Tekstslide

Waarom matig met vet?
Je hebt ongeveer 70 gram vet per dag nodig.
Krijg je meer energierijke stoffen binnen 
dan je lichaam nodig heeft dan slaat je lichaam 
dit op als vet en word je dik.
Overgewicht is ongezond

Slide 23 - Tekstslide

Hartziekten
Vernauwing bloedvaten- hoge bloeddruk
Vernauwing van bloedvaten in kransslagader: gevaar hartinfarct

Hartinfarct= door een vernauwing in de kransslagader komt er te weinig bloed met zuurstof en voedingstoffen bij het hart, hierdoor sterft een stukje van de hartspier af.



Slide 24 - Tekstslide

Hoe ontstaat een gaatje?

Leerdoel: je kunt uitleggen hoe een gaatje ontstaat, hiervoor moet je de onderdelen van een tand/ kies in een schematische tekening kennen.
  • Suiker wordt omgezet in zuur door bacteriën, dit zuur tast tandglazuur aan.
  • Hierdoor lost tandbeen op en ontstaat een gaatje.
Waarom niet teveel frisdranken / fruitdranken?
Deze dranken zijn al zuur en zit ook veel suiker in!
Waarom 2x per dag poetsen met fluoride tandpasta?
Fluoride maakt glazuur sterker!


Slide 25 - Tekstslide

7.2 Les 2 
Maken opdr 11 t/m 19

Slide 26 - Tekstslide