IEDEREEN WETENSCHAPPER?!
Module 1 • Wetenschappen • 1B
Biologie
Chemie
Fysica
Onderzoeken
Kijken • vragen stellen • voorspellen • meten • onderzoeken
1
IEDEREEN WETENSCHAPPER?!
Module 1 • Wetenschappen • 1B
Biologie
Chemie
Fysica
Onderzoeken
Kijken • vragen stellen • voorspellen • meten • onderzoeken
1
Onze route door deze module
We werken stap voor stap. Niet alles hoeft in één les.
BLOK 1
Wat is wetenschappen?
STEM • biologie • chemie • fysica
BLOK 2
Ik werk als een wetenschapper
onderzoeksvraag • hypothese • waarnemen
BLOK 3
Meten is weten
grootheid • eenheid • meettoestel
BLOK 4
Microscopisch onderzoek
microscoop • preparaat • cellen
2
Wat leren we in deze module?
Deze STEM-doelen komen telkens opnieuw terug.
BV1_06.26
Ik werk veilig en duurzaam met materialen en stoffen.
BV1_06.27
Ik gebruik meetinstrumenten en hulpmiddelen nauwkeurig.
BV1_06.28
Ik gebruik de juiste grootheden en eenheden.
BV1_06.29
Ik gebruik een wetenschappelijke methode om een vraag te onderzoeken.
3
BLOK 1
Wat is wetenschappen?
Eerst ontdekken → dan uitleg → daarna invullen in het boekje
Boekje: p. 3–12 • rustig tempo
4
Wat doet een wetenschapper?
Overleg 2 minuten met je buur.
BLOK 1
kijken
vragen
denken
proberen
meten
VRAAG: Wanneer ben jij zelf al eens een beetje een wetenschapper geweest?
5
Wanneer heb jij je al eens als een wetenschapper gedragen?
Wat hoort volgens jou bij wetenschap?
STEM
Vier domeinen die vaak samenwerken.
BLOK 1
S
Science
Wetenschap
T
Technology
Technologie
E
Engineering
Ingenieurswerk
M
Mathematics
Wiskunde
Boekje p. 3: koppel de beroepen aan S, T, E of M.
6
Natuurwetenschappen heeft drie grote onderdelen
We maken vandaag kennis met alle drie.
BLOK 1
🌱
BIOLOGIE
levende natuur
🧪
CHEMIE
stoffen en reacties
⚙
FYSICA
levenloze natuur
Tijdens het jaar komen deze onderdelen opnieuw terug.
7
Biologie: wat leeft?
Een organisme is een levend wezen.
BLOK 1
🐕
Hond
🌳
Boom
🪨
Steen
🍄
Paddenstoel
🚲
Fiets
Welke zijn organismen? Hoe kan je dat weten?
→ Daarna: boekje p. 4–6
8
De 7 levenskenmerken
Een organisme vertoont levenskenmerken.
BLOK 1
🌬 ademen
🍎 voeden
🚶 bewegen
📈 groeien
👶 voortplanten
⚡ reageren op omgeving
🚽 afvalstoffen verwijderen
KORTE OPDRACHT: bedenk per duo 1 voorbeeld van een levenskenmerk.
9
Levend, dood of levenloos?
Let goed op het verschil.
BLOK 1
LEVEND
🌻
leeft nu
DOOD
🦴
heeft ooit geleefd
LEVENLOOS
🫖
heeft nooit geleefd
Boekje p. 5–6: pas dit onderscheid toe.
10
Welk voorwerp is levend?
steen
kat
hout
skelet
Wat noem je een boom die niet meer leeft?
Levend
Groeiend
Levensloos
Dood
Welk voorwerp is levensloos?
boomblad
paddenstoel
fiets
regenworm
Organen in ons lichaam
Een orgaan heeft een bepaalde taak.
BLOK 1
🧠 hersenen
🫁 longen
❤️ hart
🍽 maag
🫘 nieren
🧻 darmen
Wijs op je eigen lichaam aan waar je denkt dat deze organen liggen.
11
Organen werken samen in stelsels
Een stelsel = organen die samenwerken aan één taak.
BLOK 1
🫁
Ademhalingsstelsel
ademen
🍽
Spijsverteringsstelsel
voedsel verteren
❤️
Transportstelsel
bloed vervoeren
🚽
Uitscheidingsstelsel
afvalstoffen verwijderen
Boekje p. 7–10 • Dit mag rustig verdeeld worden over twee lessen.
12
Welke functie hoort bij het ademhalingsstelsel?
Gasuitwisseling
Voedsel verteren
Bloed rondpompen
Afvalstoffen filteren
Welke functie hoort bij het verteringsstelsel?
Prikkels verwerken
Voedsel afbreken
Zuurstof opnemen
Lichaam steunen
Welke functie hoort bij het bloedvatenstelsel?
Hormonen maken
Urine vormen
Bloed vervoeren
Beweging mogelijk maken
Maak je oefeningen in je boek van blz 3 tem 12
ben je klaar? even terug naar de les.
Chemie: wat gebeurt er met stoffen?
DEMO • Eerst voorspellen, daarna pas uitvoeren.
BLOK 1
🧴 AZIJN
🥄 BAKPOEDER
🎈 BALLON
VOORSPEL: Wat denk je dat er zal gebeuren?
Chemie onderzoekt de opbouw en reacties van stoffen. → boekje p. 11
13
Fysica: krachten en balans
Wat gebeurt er met een wip?
BLOK 1
👨
👦
Hoe krijg je de wip in evenwicht? Wat verandert als iemand beweegt?
Fysica onderzoekt de levenloze natuur. → boekje p. 12
14
Korte opdracht: de drie hoeken
Werk per 2 of 3. Kies bij elke situatie het juiste domein.
BLOK 1
Een plant groeit naar het licht.
BIO • CHEMIE • FYSICA
Een bruistablet lost op en er ontstaan belletjes.
BIO • CHEMIE • FYSICA
Een fiets remt en komt tot stilstand.
BIO • CHEMIE • FYSICA
Je hart klopt sneller na het lopen.
BIO • CHEMIE • FYSICA
Een ijsblokje smelt.
BIO • CHEMIE • FYSICA
Bespreek vooral WAAROM je dat kiest.
15
maak de oefeningen in je boek blz 11 - 12
KLAAR? --> Maak per 2 de bijbehorende opdracht en check je planfiche!
BLOK 2
Ik werk als een wetenschapper
Hoofddoel: BV1_06.29 • een wetenschappelijke methode toepassen
Boekje: p. 13–23
16
De wetenschappelijke methode
Een onderzoek verloopt in stappen.
BLOK 2
1 Onderzoeksvraag
2 Hypothese
3 Materiaal
4 Stappenplan
5 Resultaten
6 Besluit
7 Reflectie
Denk aan een recept: je volgt de stappen in de juiste volgorde.
→ boekje p. 13–15
17
Een goede onderzoeksvraag
Wat wil je precies te weten komen?
BLOK 2
• is een open vraag
• is kort en duidelijk
• is nuttig
• kan je echt onderzoeken
• maakt duidelijk wat je wil weten
GOED 👍 In welke lokalen brandt het licht tijdens de speeltijd?
MINDER GOED 👎 Is er leven op Mars?
→ boekje p. 15–16
18
Welke onderzoeksvraag is het best geformuleerd voor een natuurwetenschappelijk onderzoek?
Waarom is water belangrijk?
Hoe beïnvloedt licht de groei van tuinkers?
Wat vind je van zonne-energie?
Is vervuiling slecht?
Welke eigenschap hoort bij een goede onderzoeksvraag?
Meetbaar
Grappig
Persoonlijk
Ingewikkeld
Welke vraag is te vaag om als goede onderzoeksvraag te gebruiken?
Hoe snel smelt ijs bij 20 °C?
Heeft temperatuur invloed op verdamping?
Waarom is de natuur mooi?
Welke meststof bevordert plantengroei?
Hypothese = wat denk jij?
Een mogelijk antwoord op de onderzoeksvraag.
BLOK 2
ONDERZOEKSVRAAG Wat gebeurt er met een ijsblokje op een warme plaats?
HYPOTHESE Ik denk dat ...
Een hypothese hoeft niet juist te zijn. Ze moet wel bij de vraag passen.
→ boekje p. 17
19
Materiaal & stappenplan
Voorbereiden vóór je begint.
BLOK 2
MATERIAAL 🧫 schaaltje 💧 water 🌱 zaden ☁ watten
STAPPENPLAN 1. Lees stap 1. 2. Voer stap 1 uit. 3. Ga pas dan naar stap 2. 4. Werk rustig en veilig.
→ boekje p. 18–19
20
BLZ 19 --> Voer het stappenplan correct uit?
Welk dier krijg je?
Iedereen hetzelfde? Waarom wel/niet?
Waarnemen: objectief of subjectief?
Een wetenschapper beschrijft wat hij echt waarneemt.
BLOK 2
OBJECTIEF ✅ 'Ik zie twee vogels.' 'Ik hoor een hond blaffen.' = feitelijke waarneming
SUBJECTIEF ⚠ 'Ik zie een mooie jas.' 'Het voelt koud.' = mening of gevoel
KORTE OPDRACHT: geef 1 objectieve waarneming over het klaslokaal.
→ boekje p. 20–21
21
Besluit, reflectie en veilig werken
Na het onderzoek denk je terug.
BLOK 2
BESLUIT
🎯
Geeft antwoord op de onderzoeksvraag.
REFLECTIE
💭
Wat ging goed? Wat kan beter?
VEILIG
🥽
Werk rustig, netjes en volgens de afspraken.
BV1_06.26: veilig en duurzaam werken • boekje p. 22–23
22
BLOK 3
Meten is weten
BV1_06.27 + BV1_06.28 • nauwkeurig meten en correct noteren
Boekje: p. 24–26 + p. 33–34
23
Grootheid – maatgetal – eenheid
Een meetresultaat bestaat uit drie delen.
BLOK 3
Lengte = 140 cm
GROOTHEID lengte
MAATGETAL 140
EENHEID cm
→ boekje p. 24
24
Welk meettoestel kies je?
Koppel grootheid, eenheid en meettoestel.
BLOK 3
lengte
cm
📏 rolmeter
massa
g
⚖ weegschaal
temperatuur
°C
🌡 thermometer
tijd
s
⏱ chronometer
inhoud
ml
🥛 maatbeker
→ boekje p. 25
25
Een meetresultaat correct aflezen
Kijk goed: wat meet je, welk getal zie je, welke eenheid hoort erbij?
BLOK 3
🌡
temperatuur
21 °C
⚖
massa
350 g
⏱
tijd
12 s
LET OP: schrijf de eenheid altijd bij je maatgetal.
26
Korte opdracht: meetstations
Werk per 2 of 3. Iedereen heeft een taak.
BLOK 3
1
⏱ Tijd
Hoe lang duurt 10 stappen?
2
⚖ Massa
Massa van je pennenzak
3
🥛 Inhoud
Hoeveel ml in een glas?
4
🌡 Temperatuur
Temperatuur van het lokaal
5
📏 Lengte
Meet je spanwijdte
Daarna invullen: boekje p. 33–34.
27
BLOK 4
Een microscopisch onderzoek
We passen de onderzoeksvaardigheden toe.
Boekje: p. 27–29 • daarna oefeningen/finale
28
De microscoop
Een hulpmiddel om heel kleine dingen te bekijken.
BLOK 4
🔬
• oculair
• objectief
• tafel
• grote schroef
• kleine schroef
• lamp
• voet
Eerst onderdelen herkennen, daarna pas gebruiken. → boekje p. 27
29
Veilig werken met de microscoop
Volg altijd het stappenplan.
BLOK 4
1. Tafel naar beneden.
2. Kleinste objectief kiezen.
3. Preparaat vastleggen.
4. Van opzij tafel omhoog brengen.
5. Door oculair kijken en scherpstellen.
BV1_06.26: veilig werken • BV1_06.27: hulpmiddelen nauwkeurig gebruiken
30
Onderzoek: waaruit is ons lichaam opgebouwd?
We volgen opnieuw de wetenschappelijke methode.
BLOK 4
❓ Onderzoeksvraag
💭 Hypothese
🧰 Materiaal
🧪 Uitvoering
👀 Resultaat
🎯 Besluit
Bij het wangslijm-preparaat zie je meerdere cellen. Organen zijn opgebouwd uit weefsels; weefsels uit cellen.
→ boekje p. 28–29
31
Van klein naar groot
Zet de bouw van het lichaam in de juiste volgorde.
BLOK 4
1
CEL
→
2
WEEFSEL
→
3
ORGAAN
→
4
STELSEL
→
5
ORGANISME
KORTE OPDRACHT: geef zelf een voorbeeld van een orgaan en een stelsel.
32
Finale: nu ben jij de onderzoeker
Werk in groepjes van 2 of 3.
BLOK 4
JULLIE DOEL 🎯 Niet 'het juiste antwoord' vinden, maar correct onderzoeken.
SAMENWERKEN 🤝 Verdeler • uitvoerder • schrijver (wissel rollen)
→ boekje p. 37–39
33
Ga naar blz 36 en en ga zelf aan de slag
Ik kan ...
Korte zelfcheck na de module.
☐
het verschil tussen levend, levenloos en dood uitleggen.
☐
de stappen van een wetenschappelijk onderzoek herkennen en uitvoeren.
☐
een goede onderzoeksvraag herkennen.
☐
grootheden, eenheden en meettoestellen koppelen.
☐
veilig en nauwkeurig werken.
☐
uitleggen dat organen uit weefsels en cellen zijn opgebouwd.
Kijk ook naar de 'Ik kan'-lijst op p. 40 van je boekje.
34