Werkwoorden Lowan thema 8 de Seizoenen

Werkwoorden

Lowan

de Seizoenen
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsISKLeerroute 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Werkwoorden

Lowan

de Seizoenen

Slide 1 - Tekstslide

schaatsen
glijden

Slide 2 - Tekstslide

schaatsen

Ik schaats op het ijs. 
Jij?
Hij?
Zij?
Wij?
Jullie?
Zij?
glijden

Ik glijd van de berg.
Jij?
Hij?
Zij?
Wij?
Jullie?
Zij?

Slide 3 - Tekstslide

Vallen: Hij valt van de trap.

Slide 4 - Tekstslide

vallen

Ik val van de trap.
Jij ?
Hij ?
Zij ?
Wij ?
Jullie ?
Zij ?

Slide 5 - Tekstslide

Herfst: De blaadjes vallen van de bomen

Slide 6 - Tekstslide

vallen

Ik val van de trap.
Jij ?
Hij ?
Zij ?
Wij ?
Jullie ?
Zij ?

Slide 7 - Tekstslide

Maak een zin met 'glijden'.

Slide 8 - Open vraag

Maak een zin met 'vallen'.

Slide 9 - Open vraag

Maak een zin met 'schaatsen'.

Slide 10 - Open vraag

De temperatuur stijgt.
water -> ijs
De temperatuur daalt.
ijs -> water

Slide 11 - Tekstslide

water -> ijs = vriezen

Slide 12 - Tekstslide

ijs -> water = dooien

Slide 13 - Tekstslide

stijgen


De temperatuur 
........

dalen


De temperatuur
.......


Slide 14 - Tekstslide

schijnen: De zon schijnt.

Slide 15 - Tekstslide

Let op! 

het + werkwoord

Slide 16 - Tekstslide

regenen: Het regent.
regenen

Slide 17 - Tekstslide

waaien: Het waait.

Slide 18 - Tekstslide

vriezen
Het vriest.

Slide 19 - Tekstslide

dooien

Het dooit.
ijs -> water

Slide 20 - Tekstslide

stormen: Het stormt.

Slide 21 - Tekstslide

wij 
het
stijgen
dalen
stijgt
daalt
waait
regent
stormt
vriest
dooit

Slide 22 - Sleepvraag

ik
jij
glijdt
schaatst
glijd
schaats

Slide 23 - Sleepvraag

de zon
A
schijn
B
schijnt

Slide 24 - Quizvraag

Het
A
waaien
B
waait

Slide 25 - Quizvraag

Het
A
dooien
B
dooit

Slide 26 - Quizvraag

ik
A
schaats
B
schaatst

Slide 27 - Quizvraag

Het
A
stormt
B
stormen

Slide 28 - Quizvraag

Ik
A
glijden
B
glijd

Slide 29 - Quizvraag

Het
A
regenen
B
regent

Slide 30 - Quizvraag

Zij
A
glijd
B
glijdt

Slide 31 - Quizvraag

Hij
A
schaatst
B
schaats

Slide 32 - Quizvraag

De temperatuur
A
stijgt
B
stijgen

Slide 33 - Quizvraag

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide


Ik heb de werkwoorden geleerd.
Woord voor woord

Slide 36 - Poll