les 2 Spanningsbronnen

les 2 Spanningsbronnen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

les 2 Spanningsbronnen

Slide 1 - Tekstslide

nakijken

opdracht 1 t/m 15
BLZ 143 t/m 147

Slide 2 - Tekstslide

leerdoelen
4.2.1 Je kunt beschrijven hoe je spanning meet.
4.2.2 Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen spanning en stroomsterkte.
4.2.3 Je kunt een aantal spanningsbronnen noemen.
4.2.4 Je kunt de spanning berekenen als je batterijen in serie schakelt.
4.2.5 Je kunt uitleggen wat er gebeurt als je een elektrisch apparaat niet op de juiste spanning aansluit.
4.2.6 Je kunt de werking van een dynamo uitleggen. (PLUS)

Slide 3 - Tekstslide

Spanning
Op een batterij of accu staat altijd vermeld welke spanning hij levert.
 Bijvoorbeeld 1,5 volt of 9 volt of 12 volt.
 Je kunt de vermelde spanning controleren met een spanningsmeter. 
Daarvoor moet je de spanningsmeter verbinden met de pluspool en de minpool van de batterij. 
De spanning wordt gemeten in volt (V). Daarom wordt een spanningsmeter ook wel een voltmeter genoemd.

Slide 4 - Tekstslide

Spanningsmeter
Stroommeter
Volt
Ampere
V
A

Slide 5 - Sleepvraag

Maar wat is spanning eigenlijk?
 Je kunt een elektrische spanning vergelijken met de spanning van een opgeblazen ballon. Als je een ballon ver opblaast, krijgt hij een hoge spanning.
 Er komt een grote druk op de ballon te staan. Dat voel je als je op de ballon duwt. 
Het rubber staat dan strakgespannen. 
Als je een ballon maar halfvol blaast, is de spanning veel lager.
 Het rubber geeft dan gemakkelijk mee.

Slide 6 - Tekstslide

condensator
Als je het tuitje van een ballon een eindje opent, stroomt er lucht uit de ballon. 
Hierdoor neemt de spanning van de ballon af.
 De lucht die uit de ballon stroomt, kun je vergelijken met elektrische stroom.
 De stroomsterkte is dan de hoeveelheid lucht die in één seconde uit de ballon stroomt.

 Als de spanning afneemt, wordt ook de stroomsterkte kleiner.

Een tijdje later is de spanning helemaal weg en stroomt er geen lucht meer uit de ballon.

Slide 7 - Tekstslide

condensator
Een condensator is een elektrisch onderdeel dat zich net zo gedraagt als een ballon. 
Je kunt een condensator opladen door er lading in op te slaan.
De spanning neemt dan toe tot er geen lading meer bij kan.
Daarna kun je de condensator ontladen. 
Alle lading loopt dan weg en de spanning neemt af tot nul.

Slide 8 - Tekstslide

condensator
Condensatoren worden veel gebruikt in elektronica.
 De flitser op je mobiel werkt bijvoorbeeld met een condensator. 
Maar condensatoren zijn niet geschikt om apparaten op te laten werken. 
Dat komt doordat ze alleen lading kunnen opslaan en afgeven.

 Net als een ballon. Om een apparaat te laten werken, is een constante elektrische stroom nodig. En dus een spanning die steeds even groot blijft.
Alle lading loopt dan weg en de spanning neemt af tot nul.

Slide 9 - Tekstslide

batterijen
Batterijen en accu’s leveren wel een gelijkblijvende spanning. 
Als je een batterij gebruikt, dan stroomt er steeds lading uit de batterij de stroomkring in.

 Toch verandert de spanning daardoor niet. 
Dat komt doordat in een batterij voortdurend nieuwe lading vrijkomt. 
Daardoor blijft de spanning steeds even groot. Een batterij is daarom een spanningsbron.

Slide 10 - Tekstslide

herbruikbare batterijen
De lading die uit een batterij stroomt, komt van stoffen binnen in de batterij. 
Die stoffen worden daarbij langzaam opgebruikt. Als ze bijna op zijn, kunnen ze niet genoeg lading meer produceren. 
De spanning begint dan af te nemen.

Gewone batterijen kun je maar één keer gebruiken.

Er zijn ook herbruikbare batterijen. Die kun je opladen, waarna ze weer spanning kunnen leveren. Opladen doe je door de stroom er in omgekeerde richting doorheen te sturen. Daardoor worden de veranderingen in de batterij teruggedraaid. De oorspronkelijke stoffen komen dan weer terug.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

De Dynamo
Een batterij en een dynamo zijn spanningsbronnen. 
Een spanningsbron geeft elektriciteit.


Bij oudere fietsen kun je de dynamo zien.
 Als je fietst, dan draait het wieltje rond. 
Als het wieltje van een dynamo tegen de band van een fiets komt, moet je zwaarder trappen. 

De dynamo geeft nu een spanning van ongeveer 6 volt.

Slide 13 - Tekstslide

serie
Vaak heb je meer dan één batterij nodig om aan de juiste spanning te komen. Voor de afstandsbediening .

Je moet die batterijen in serie schakelen. 
Dat doe je door de pluspool van de ene batterij tegen de minpool van de andere batterij te leggen.

Als je batterijen in serie schakelt, mag je hun spanningen bij elkaar optellen.

De meeste huishoudelijke apparaten zijn ontworpen voor een spanning van 230 volt.
 230 volt is de spanning van de stopcontacten in huis.
 

Slide 14 - Tekstslide

huiswerk

opdracht 1 t/m 13
BLZ 151 t/m 156

Slide 15 - Tekstslide