5.2 Democratie in Nederland

Democratie in Nederland
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Democratie in Nederland

Slide 1 - Tekstslide

Het bestuur van Nederland
1815: Nederland wordt een koninkrijk met Willem (VI) I als koning der (Belgie en Nederland) Nederlanden

Rechten van de Koning: 
  1. Staatshoofd en regeringsleider. 
  2. Koos de leden van de Eerste Kamer. 
  3. Mocht minister benoemen en ontslaan. 
  4. Beslissingen nemen over het leger. 
  5. Beslissingen nemen over de buitenlandse politiek. 
  6. Beslissingen nemen over de kolonies. 
  7. Geld uitgeven zonder het parlement daarover te informeren. 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Het bestuur van Nederland
Staten-Generaal der Nederland (Parlement): 
  • Bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer. 
  • Eerste Kamer werd gekozen door de koning. 
  • Tweede Kamer werd gekozen door De Provinciale Staten.  Leden van Provinciale Staten werden gekozen door edelen en regenten. 

Slide 4 - Tekstslide

Het bestuur van Nederland
Macht van het Parlement in 1815: 

  1. Moest nieuwe wetten goedkeuren. 

Slide 5 - Tekstslide

De grondwet van 1848
Oorzaken grondwetswijziging van 1848: 
  1. Willem I had te veel geld uit gegeven (Oorlog tegen Belgie)
  2. Opkomst het liberalisme zoals godsdienstvrijheid en persvriheid. 
  3. Burgers wilden het parlement kiezen. 
  4. Burgers wilden meer invloed in de politiek. 
  5. Burgers wilden de regering kunnen controleren. 
  6. (Over heel Europa werden monarchien vervangen door republieken in revoluties.)

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

De Grondwet van 1848
Macht van de koning: 
  1. Was niet meer regeringsleider. 
  2. Werd politiek immuun. 
  3. Bleef wel staatshoofd. 
  4. Mocht zich bemoeien met vormen van nieuwe regeringen. 
  5. Het recht om geinformeerd te worden door ministers en die te informeren. 

Slide 8 - Tekstslide

Grondwet van 1848
Macht van het Parlement: 

  1. Parlement heeft de hoogste macht. 
  2. Nieuwe wetten goed keuren.
  3. Goedkeuren van de uitgaven van de regering. 
  4. De regering controleren op zijn handelen. 
  5. Regering moet het parlement over alles informeren. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Grondwet van 1848
In de grondwet van 1848 bestaat het parlement uit: 
  1. Eerste Kamer: Gekozen door de Provinciale Staten. 
  2. Tweede Kamer: Gekozen door de Nederlandse burgers. 

Slide 11 - Tekstslide

De Grondwet van 1848
  1. De Minister-president wordt regeringsleider. 
  2. Hij is aanvoerder van de ministerraad of kabinet. 
  3. De ministerraad/kabinet moet toestemming vragen aan het parlement over wat zij willen gaan doen. 

Slide 12 - Tekstslide

Leg chronologisch uit hoe het kiesrecht werd uitgebreid.

Slide 13 - Open vraag

Uitbreiding van het kiestrecht: 
  1. 1815: Edelen en regenten kozen de Provinciale Staten. 
  2. 1815: De Provinciale Staten kozen de Tweede Kamer. 
  3. 1848: Verstandige mensen mogen stemmen. 
  4. 1887: Kwart van de mensen mag stemmen. 
  5. 1896: 50% van de mensen mag stemmen. 
  6. 1917: Algemeen kiesrecht voor mannen. 
  7. 1919: Algemeen kiesrecht voor vrouwen. 

Slide 14 - Tekstslide

Uitbreiding van het kiesrecht
Bestuursysteem van Nederland na 1917: 

  1. Het parlement heeft de hoogste macht. 
  2. Regering is afhankelijk van het parlement (Meerderheid plus 1)
  3. Parlement wordt gekozen door een land met algemeen kiesrecht en is daarom afhankelijk van deze burgers van dit land. 

Slide 15 - Tekstslide

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'Het ontstaan van een parlementair stelsel en de toename van volksinvloed'.

Slide 16 - Open vraag

Aan de slag: Huiswerk
  1. Maken paragraaf 3.2. 
  2. Nakijken paragraaf 3.2. 
  3. Nakijken vorige paragrafen. 
  4. Leren leerdoelen paragraaf 3.2. 

Slide 17 - Tekstslide

Je kan het verschil uitleggen tussen de macht van het parlement voor 1848 en na 1848.

Slide 18 - Open vraag

Noem 4 ideeën van het liberalisme .

Slide 19 - Open vraag

Huiswerk
  1. Maken paragraaf 3.2. 
  2. Nakijken paragraaf 3.2. 
  3. Nakijken vorige paragrafen. 
  4. Leren leerdoelen paragraaf 3.2. 

Slide 20 - Tekstslide