14.4 druk

14.4 Druk 
Lesdoel: 
- Berekeningen met de formule voor druk maken.
-Rekenen met Pascal
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

14.4 Druk 
Lesdoel: 
- Berekeningen met de formule voor druk maken.
-Rekenen met Pascal

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoelen; Je kunt
  1. uitleggen hoe de druk op een ondergrond verandert bij een verandering van de grootte van het oppervlak en de grootte van de kracht.
  2. de druk van een voorwerp op een ondergrond berekenen.
  3. de eenheden van druk in elkaar omrekenen.
  4. situaties benoemen waarbij een kleine druk van belang is.
  5. situaties benoemen waarbij een grote druk van belang is.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belang lesdoel
Je begrijpt b.v. hoe je iemand kan redden die door het ijs is gezakt....

De formule van druk komt meestal terug op eindexamens

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis
Ben jij al eens door het ijs gezakt ?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Druk hangt af van kracht en oppervlak:
De druk wordt groter als:
-het oppervlak kleiner wordt.
- de kracht groter wordt.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopdracht 1
Een personenauto oefent een druk op de grond uit van 25 N/cm2. Hoeveel pascal is dat?


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldopdracht
Een personenauto oefent een druk op de grond uit van 25 N/cm2. Hoeveel pascal is dat?
Je moet omrekenen van N/cm2 naar N/m2 (Pa).
Er geldt: 1 m2 = 10 000 cm2
25 N/cm2*10 000 cm2=250 000 N/m2
=250 000 Pa=250 kPa

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Druk verkleinen
Als je het oppervlak vergroot waarop een kracht werkt, verklein je de druk.
Bijvoorbeeld een fundering voor een muur

Slide 10 - Tekstslide

In veel situaties wil je dat de druk onder een bepaalde waarde blijft. 
Je kunt ook de oppervlakte waarop de kracht werkt groter maken. Als de fundering breed genoeg is, wordt de druk op de bodem niet zo groot dat de muur verzakt.
Oefenopdracht 2
Een bouwvakker metselt een muur. De muur en de fundering hebben een lengte van 6,0 m. De totale zwaartekracht die de muur op de fundering uitoefent is 240 000 N.
In de voorschriften staat dat de druk die de muur op de grond uitoefent maximaal 8,0 N/cm2 mag zijn.

  1. Bereken hoe breed de fundering ten minste moet zijn.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voorbeeldopdracht
  1. gegeven: Zwaartekracht Fz = 240 000 N
                        Lengte muurtje l = 6,0 m
                       maximale druk p = 8,0 N/cm2
  2. Gevraagd: breedte b= .... meter
  3. Uitwerking:             -->            =
                       240 000 N/8 N/cm2 =30 000 cm2 =3 m2
    Maar we moeten de breedte hebben? Wat nu???
p=AF
A=pF

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldopdracht
        240 000 N/8 N/cm2 =30 000 cm2 =3 m2
Maar we moeten de breedte hebben? Wat nu???
  1. gegeven: A= 3 m2, l = 6 m
  2. Gevraagd: Breedte b in meters
  3. Formule: A=l*b  --> b=A/l 
  4. Berekening b= 3/6=0,5
  5. Antwoord: de breedte van de fundering moet 0,50 meter breed zijn

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag


Autogordels mogen niet te smal zijn.
Bij een botsing wordt je lichaam met een kracht
van ongeveer 5000N in de gordels geduwd.
Het oppervlak waarmee je lichaam tegen
de gordel drukt is 0,4m2.
Bereken de druk van de gordel op je lichaam.
 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geg 
F = 5000 N
A = 0,4 m2

Gevr:
p

Opl:
p = F/A = 5000/0,4 
p= 12500N/m2  

 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vraag
Op een rijplaat onder de band van een auto werkt een kracht van 36000N.
Hierdoor is de druk onder de rijplaat 2000
N/m2. 
Bereken de oppervlakte van de plaat. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Bereken de oppervlakte van de plaat.   
p =
2000 N/m2
F= 36000N

A
= F/p 
A =36000/2000 
A = 18m2 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten maken


Lezen en maken paragraaf 14.4 druk

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies