cross

H5.2 Reliëf en klimaat

Reliëf en klimaat (1/2)

Nakijken huiswerk paragraaf 5.1

Leerdoelen
Uitleg



1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundevwoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Reliëf en klimaat (1/2)

Nakijken huiswerk paragraaf 5.1

Leerdoelen
Uitleg



Slide 1 - Tekstslide

Nakijken huiswerk paragraaf 5.1

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Deze les leer je:
  • Je kunt uitleggen wat de invloed van reliëf op het klimaat is
  • Je kunt de kenmerken noemen van de vorm en het reliëf van Europa
  • Je kunt verbanden leggen:
  1. Tussen reliëf en temperatuur
  2. Tussen aanlandige wind en het ontbreken van reliëf
  • Je kunt de volgende begrippen uitleggen: hooggebergte, eeuwige sneeuw, laagland, reliëf, schiereiland, gelede kust, gletsjers,  laagvlakte, hoogvlakte (plateau)

Slide 3 - Tekstslide

Vorm en reliëf van Europa
Het belangrijkste hooggebergte van Europa: de Alpen
Top van de Alpen is de Mont Blanc. De top ligt in een gebied van eeuwige sneeuw.

Slide 4 - Tekstslide

Van hoog naar laag

Slide 5 - Tekstslide

Hooggebergte: gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
Hoogvlakte: vlak of golvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt.
Laagvlakte: gebied zonder hoogteverschillen dat lager ligt dan 500 m.
Laagland:

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 1 bladzijde 8
timer
8:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Er zijn 4 vormen reliëf van hoog naar laag:
1- hooggebergte > 1500m
2- middelgebergte 500-1500m
3- heuvelland 200-500m
4- laagland < 200m

LET OP: afbeelding is eigenlijk fout. De vormen worden ingedeeld op basis van hoogte. Vlakken zouden dus horizontaal ingekleurd moeten zijn.

Slide 9 - Tekstslide

Europa is een schiereiland: het is aan drie kanten begrensd door zee

Slide 10 - Tekstslide

Gelede kust: kust met veel inhammen. De zee kan via de inhammen diep naar binnen dringen.

Slide 11 - Tekstslide

Reliëf en temperatuur
De Noorse kust: Scandinavisch hoogland

Temperatuur aan de Noorse kust, wat weten we nog van de vorige lessen?



Slide 12 - Tekstslide

Verder naar het binnenland..
Aanlandige winden botsen tegen hooggebergte. In het binnenland heeft de aanlandige wind geen invloed meer.

De Noorse havens vriezen in de winter niet dicht, maar die in Zweden, aan de oostkust, wel.


Slide 13 - Tekstslide

Leerdoelen
Deze les leer je:
  • Je kunt uitleggen wat de invloed van reliëf op het klimaat is
  • Je kunt de kenmerken noemen van de vorm en het reliëf van Europa
  • Je kunt verbanden leggen:
  1. Tussen reliëf en temperatuur
  2. Tussen aanlandige wind en het ontbreken van reliëf
  • Je kunt de volgende begrippen uitleggen: hooggebergte, eeuwige sneeuw, laagland, reliëf, schiereiland, gelede kust, gletsjers,  laagvlakte, hoogvlakte (plateau)

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk


Huiswerk: Leren paragraaf 5.2
Invullen bekend, benieuwd, bewaard

Slide 15 - Tekstslide

Reliëf en klimaat (2/2)



Werken aan opdrachten



Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
Deze les leer je:
  • Je kunt een verband leggen:
  1. Tussen reliëf en neerslag (loefzijde, lijzijde, stuwregens, regenschaduw)

Slide 17 - Tekstslide

Kennis koppelen
  • Wat heeft paragraaf 5.1 te maken met paragraaf 5.2?
  • Paragraaf 5.1 temperatuur afhankelijk van breedteligging (zon), zeestromen en wind
  • Paragraaf 5.2 temperatuur ook afhankelijk van reliëf en hoogteligging

Slide 18 - Tekstslide

Reliëf en temperatuur
  • Hoog in de bergen van het Scandinavisch hoogland liggen gletsjers en eeuwige sneeuw.

  • Waarom is het eigenlijk kouder boven op een berg? Hoger is toch dichterbij de zon?
  • De zon verwarmt het aardoppervlak. Bij elke 100 m stijging, daalt de temperatuur met 0,6 ºC.

Slide 19 - Tekstslide

Reliëf en neerslag
stuwingsregens

Slide 20 - Tekstslide

Reliëf en neerslag
Als er geen bergen zijn, kunnen aanlandige winden ver het binnenland binnendringen. Dit komt veel voor in het laagland van West- en Oost-Europa. Hoe verder naar het oosten, hoe minder neerslag de winden kunnen meenemen.

Slide 21 - Tekstslide

Kijk eens naar de neerslag kaart links (gemiddelde jaarlijkse neerslag) en vergelijk dit met de topografie in Europa. Herken je het verband tussen reliëf en neerslag?

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

Werken aan opdrachten

Maak de opdrachten van paragraaf 5.2

Als je daarmee klaar bent: Werk verder volgens de studiewijzer.

Huiswerk: Maak de opdrachten van paragraaf 5.2

Slide 24 - Tekstslide