5.1 De verovering van Engeland (1V)

5.1 Normandiërs veroveren Engeland
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

5.1 Normandiërs veroveren Engeland

Slide 1 - Tekstslide

In deze paragraaf gaat het over dit kenmerkend aspect:
Het begin van staatsvorming en centralisatie

Slide 2 - Tekstslide

Een verhaal over de verovering van Engeland: het tapijt van Bayeux

Slide 3 - Tekstslide

Het Tapijt van Bayeux
laat het verloop van de strijd om Engeland in 1066 zien
Kijk maar eens naar de volgende animatie!

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

William wordt koning van Engeland

Slide 6 - Tekstslide

Domesday Book van William I

Slide 7 - Tekstslide

Feodaal Engeland
Willem de Veroveraar voert feodale stelsel in Engeland in
Maatregelen om machtig te blijven:
- Leenmannen kregen niet één groot stuk in leen maar kleine stukjes
- Willem hield de beste gebieden voor zichzelf
- Alle bezittingen van de adel werden opgeschreven in het Domesday Book (1086)

Slide 8 - Tekstslide

Welk doel had invoering van het
Domesday boek?
A
Willem wilde de kloosters belasting laten betalen
B
Willem wilde precies weten wat hij veroverd had
C
Willem wilde de macht van hem als koning versterken
D
Willem wilde een Frans sprekende elite vestigen in Engeland

Slide 9 - Quizvraag

In 5.1 gaat het over centralisering en staatsvorming








We zagen dat Willem de Veroveraar een machtige koning wilde zijn. Hoe kan een koning echt de baas worden over zijn eigen grondgebied (=staat)?

Slide 10 - Tekstslide

Staatsvorming
Bekijk via de volgende video hoe Europa er politiek uitzag in de jaren 300, 500, 800 en 1066 en 1500. Wat valt je op?

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Wat viel je op aan de staatsvorming in Europa?

Slide 13 - Open vraag

Rijk Karel de Grote
2 landen ontstaan uit het rijk van Karel de Grote: Frankrijk en Duitsland

Slide 14 - Tekstslide

Centralisatie in Engeland
Engelse koningen centraliseren hun land: bestuur vanuit één plek
Voorbeeld: centrale rekenkamer, speciale rechtbanken
Gevolg: adel en kerk verzetten zich tegen afname macht
Voorbeeld: Koning Jan Zonder Land
Ruzie met kerk: excommunicatie
Ruzie met adel: Magna Carta (1215)

Slide 15 - Tekstslide

Jan zonder Land en de Magna Carta

Slide 16 - Tekstslide

Wat wilde de tekenaar hiermee duidelijk maken?

Slide 17 - Open vraag

Magna Carta
uitleg in het Engels
zie volgende slide!

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Link

Leerstof boek H4 en H5: even vergelijken!
Tot ± 1000 feodaliteit sterk aanwezig in de maatschappij, daarna minder (H4)
Aan het eind van de middeleeuwen (1500) ontstonden vroegmoderne staten (H5)
Koningen moesten steeds meer rekening houden met de macht van de burgers uit de steden die via afgevaardigden met de koning overlegden (H5)

Slide 20 - Tekstslide

Wat hoort allemaal bij staatsvorming?

Slide 21 - Woordweb

Wat hoort bij staatvorming?

  • een hoofdstad
  • wetten die voor alle inwoners gelden
  • overal belasting heffen
  • een parlement
  • edelen onder controle
  • centrale rechtbank
  • ambtenaren 
  • huursoldaten 

Slide 22 - Tekstslide

Een mooi voorbeeld van staatsvorming is Bourgondië, Filips de Goede wordt ook wel gezien als de stichter van Nederland

Slide 23 - Tekstslide

0

Slide 24 - Video

De Bourgondische Nederlanden 

Slide 25 - Tekstslide

Nederland wordt langzamerhand een staat
Rond 1400 overname delen Nederland door hertogen Bourgondië uit Oost-Frankrijk. Dit gebeurt deels door huwelijkspolitiek en verovering.

Vanaf 1464 bespreken die gebieden hun gezamenlijke belangen in de Staten-Generaal. Karel V die vanaf 1540 het gezag hier voert behandelt Nederland als een politieke eenheid.

Slide 26 - Tekstslide

 Nederland
Vanaf de late middeleeuwen (1200-1600) krijgt Nederland dus steeds meer vorm. Langzaam verdween de feodale samenleving met zijn standenmaatschappij (adel, geestelijkheid en derde stand). Opkomst stedelijke burgerij.

Slide 27 - Tekstslide

In 1648 worden de Nederlanden officieel een onafhankelijke staat, maar dat leren we in klas 2 ;-)

Slide 28 - Tekstslide