Faire les courses, les nombres

Faire les courses, les nombres
le mardi 28 novembre
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Faire les courses, les nombres
le mardi 28 novembre

Slide 1 - Tekstslide

Aujourd'hui
- Tellen tot 100
- De ontkenning

Slide 2 - Tekstslide

Les nombres 0-69
Bij de getallen van 21-69 noem je steeds eerst het tiental, daarna het getal van 1-9.

Bijvoorbeeld:

21 = vingt-et-un
49 = quarante-neuf
64 = soixante-quatre

Slide 3 - Tekstslide

LES NOMBRES
Sleep blauw naar rood.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
cinq
six
un
deux
trois
quatre
neuf
dix
huit
sept

Slide 4 - Sleepvraag

sept
dix
quatre
six
un
neuf
cinq
huit
deux
trois
quinze
onze
quatorze
dix-sept
dix-huit
dix-neuf
douze
seize
vingt
treize
1
2
3
5
4
6
7
8
9
10
11
17
16
18
20
12
13
14
15
19
Les nombres

Slide 5 - Sleepvraag

Les nombres
Les nombres 21-69
25 b = écoute et choisis
25 d écoute et écris

Slide 6 - Tekstslide

C'est à vous
Fais:
25 c p.83
26 
timer
4:00

Slide 7 - Tekstslide

cinquante-quatre
A
44
B
56
C
54
D
64

Slide 8 - Quizvraag

Traduis:

48

Slide 9 - Open vraag

Traduis:

35

Slide 10 - Open vraag

Écoute et répète

Slide 11 - Tekstslide

Au travail
Fais: ex. 27a + 27c + 27d

Fini? Apprendre les nombres! 

Slide 12 - Tekstslide

Maintenant ...
BINGO 


Jeu avec le "ballon"

Slide 13 - Tekstslide

Ontkenning
Je gaat in het Frans leren hoe je niet en geen zegt!

Wat zijn ontkennende zinnen in het Nederlands?

Slide 14 - Tekstslide

Maak de volgende zin ontkennend:

Ik houd van pizza.

Slide 15 - Open vraag

De ontkenning in het Frans
Het woordje niet of geen bestaat in het Frans uit 2 delen:

ne ... pas

Je n'aime pas la pizza.
Il ne déteste pas les maths.

ne staat voor de persoonsvorm (het eerste werkwoord) en pas erna.
ne wordt n' voor een klinker of stomme h

Slide 16 - Tekstslide

De ontkenning in het Frans
Je n'aime pas la pizza.
Il ne déteste pas les maths.

Let goed op de ontkenning van c'est (het is):

C'est une fille. Ce n'est pas une fille.

Slide 17 - Tekstslide

Maak de volgende zin ontkennend:

Elle déteste le poisson.

Slide 18 - Open vraag

Maak de volgende zin ontkennend:

Il aime la viande.

Slide 19 - Open vraag

Maak de volgende zin ontkennend:

C'est délicieux!

Slide 20 - Open vraag

Au travail
Souligne (onderstreep) alle ontkenningen in het liedje bij 31a.




Maak nu:
31 b + 32 (helemaal) + 33
Je voudrais un coca

Slide 21 - Tekstslide