Geschiedenis van de filosofie 8

Geschiedenis van de filosofie 8
Thomas van Aquino en de Middeleeuwen 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
FilosofieHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Geschiedenis van de filosofie 8
Thomas van Aquino en de Middeleeuwen 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Ik begrijp het belang van dialectiek en discussie in het middeleeuwse denken.

Ik kan uitleggen hoe Thomas de verhouding van geloof en rede ziet.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke orde sloot Thomas van Aquino zich aan?
A
Benedictijnen
B
Dominicanen
C
Franciscanen
D
Norbertijnen

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welk dier werd Thomas vergeleken in zijn studententijd?
A
een leeuw
B
een luiaard
C
een rund
D
een hond

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie was de leraar van Thomas?
A
paus Innocentius IV
B
Siger van Brabant
C
Bonaventura
D
Albertus Magnus

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan welke universiteit gaf Thomas het langste les?
A
Parijs
B
Keulen
C
Napels
D
Rome

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk lied is NIET door Thomas geschreven?
A
Pange lingua gloriosi (Bezing, mijn tong, het glorierijke [sacrament])
B
Panis angelicus (Brood van engelen)
C
Credo in unum Deum (Ik geloof in één God)
D
Adoro te devote (Eerbiedig aanbid ik u)

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Men zegt dat Jezus aan Thomas vroeg welke beloning hij wilde voor zijn boeken; wat was zijn antwoord?
A
"Meer tijd om te schrijven"
B
"Wijsheid om te oordelen"
C
"Kennis van alle essenties"
D
"Alleen Uzelf, Heer"

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarmee vergeleek Thomas zijn boeken aan het eind van zijn leven?
A
Met stro
B
Met een zuiverend vuur
C
Met een schat van goud, zilver en brons
D
Met een rotsblok

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Thomas stierf onderweg naar het Concilie van Lyon (1274); welk onderwerp werd hier besproken?
A
de godheid van Christus
B
hereniging met de oosterse kerken
C
de aflaathandel
D
de bewijsbaarheid van Gods bestaan

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke paus zei dat alle katholieke theologische opleidingen Thomas als basis moesten gebruiken?
A
Paulus III (1534-1549)
B
Pius VI (1775-1799)
C
Leo XIII (1878-1903)
D
Johannes XXIII (1958-1963)

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

''Vroege middeleeuwen''
''late middeleeuwen''

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De middeleeuwen

Slide 13 - Tekstslide

De Pest vond vooral plaats in de middeleeuwen en daarom gaan we ook nog even kort bespreken wat de middeleeuwen nou precies zijn en wat het betekent. 

De middeleeuwen is de tijd van ca. 500-1500. In de middeleeuwen was er een groot verschil tussen arm en rijk. De rijke mensen leefden rond het kasteel dat zich in iedere stad bevond en de armere mensen leefden in het dorp eromheen, maar ook binnen de stadsmuren. Er was geen geld in het begin van de middeleeuwen en dus moesten mensen ruilen om aan nieuwe spullen te komen. 
Er werd ook veel gevochten. Daarom werd er om een stad een grote muur gebouwd (net zoals op het plaatje). De muur was bedoelt om de stad te beschermen tegen de oorlogen en gevechten. In ruil voor het mogen wonen in de stad met de bijbehorende bescherming verbouwden de boeren eten en hielden ze vee dat voor een groot deel voor de rijke mensen in het kasteel bedoelt was. Een klein deel mochten de mensen zelf houden om van te kunnen leven. Ook waren er veel kooplieden in de stad. Dit zijn mensen die spullen maken om aan andere mensen te kunnen verkopen, op deze manier verdienden zij hun brood.

Wist je dat mensen in de middeleeuwen gemiddeld maar 40 jaar werden?!
Christendom in de middeleeuwen
Monniken leefden in kloosters. Rondom kloosters gingen mensen wonen, dit was ook een domein. 

Klooster: Een gebouw waar monniken of nonnen bij elkaar wonen.
Non: Een geestelijke (vrouw) die in een klooster woont.
Abt: De baas van een klooster.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kloosters

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belang van kloosters
Kloosters werden belangrijk om kennis te bewaren en te verspreiden.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Die kloosters...
... stonden in de middeleeuwen overal in Europa. 
Iedereen wist wat een klooster was en wat de geestelijken daar deden.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunst uit de middeleeuwen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Universiteiten
  • meer 'burgerlijke' variant van kloosterscholen
  • gildes van studenten, die soms een leidende positie hadden
  • privileges
  • vanaf 13e eeuw: interdisciplinariteit
  • vroege voorbeelden: Bologna (1088), Parijs (1208)
  • artes liberales, theologie, rechten, geneeskunde

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dialectiek
  • disputatio: debat om tot beter begrip van waarheid te komen
  • grote rol voor autoriteiten, maar ook voor logica
  • goed begrip van beide kanten vereist
  • gebruikt als lesvorm
  • noodzakelijke stap om leraar te worden

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag
Wat is de grootste bron van geluk?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Disputatie over geluk

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De opkomst4.5 Opkomst van de islam van de islam
Opkomst van de islam 7e eeuw n.C.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aristoteles
  • Syrische en Perzische vertalingen
  • 8e eeuw: Arabische vertalingen dankzij kalief al-Mansur
  • commentatoren op Aristoteles: al-Kindi (801-873), al-Farabi (870-950), Ibn Sina (980-1037), Ibn Rushd (1126-1198)
  • nieuwe vertaling van Griekse teksten: Willem van Moerbeke (1215-1286)
  • zorgt voor interesse in Aristoteles i.p.v. Plato

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Top-10 bronnen van Thomas
10. Cicero
9. Mozes Maimonides
8. Ibn Sina ("Avicenna")
7. Johannes de Damascener
6. Ibn Rushd ("Averroes") de Commentator

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Top-10 bronnen van Thomas
5. Petrus Lombardus de Meester (van de Sententiën)
4. Dionysius de Areopagiet
3. Augustinus de Theoloog
2. Aristoteles de Filosoof
1. de Bijbel / Paulus de Apostel

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conclusies
  • het doel van de mens ligt buiten zijn begripsvermogen;
    hij heeft dus openbaring nodig om zijn daden te oriënteren
  • zelfs de dingen die toegankelijk zijn voor de menselijke rede, kunnen verkeerd / beperkt worden begrepen
  • principe van openbaring: de kennis van God en de zaligen
  • onderwerp: God
  • edeler en zekerder dan andere wetenschappen

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies