ISK H Week 43 bezittelijik vnw test

Ik ben juf Jansen.
Mijn vader heet René.
Mijn moeder heet Aase.
Jij heet Roya.
Jouw zus heet Arjin.
Hij heet Juan. 
Zijn broer heet Shfan.
Waar is jullie schrift?
Waar is jouw pen?
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Speciaal OnderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Ik ben juf Jansen.
Mijn vader heet René.
Mijn moeder heet Aase.
Jij heet Roya.
Jouw zus heet Arjin.
Hij heet Juan. 
Zijn broer heet Shfan.
Waar is jullie schrift?
Waar is jouw pen?

Slide 1 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
Ik heb een pen. Het is mijn pen.
Jij hebt een boek. Het is jouw boek.
Hij heeft een bal. Het is zijn bal.
Zij heeft een vriendin. Het is haar vriendin.
Wij hebben een huis. Het is ons huis. (het huis)
Wij hebben een hond. Het is onze hond. (de hond)
Jullie hebben een tuin. Het is jullie tuin.
Zij hebben een kat. Het is hun kat.

Slide 2 - Tekstslide

Laila heeft een telefoon.
Het is ............... telefoon.
A
jouw
B
mijn
C
zijn
D
haar

Slide 3 - Quizvraag

De mannen hebben een auto.
Het is ............... auto.
A
hun
B
zij
C
zijn
D
jullie

Slide 4 - Quizvraag

Ali heeft een jas.
Het is ............. jas.
A
zijn
B
zij
C
haar
D
uw

Slide 5 - Quizvraag

Wij hebben een toets.
Het is ............. toets.

Slide 6 - Open vraag

Jullie hebben veel geld.
Het is .............. geld.

Slide 7 - Open vraag

Jij hebt een nieuwe broek.
Het is .............. broek.

Slide 8 - Open vraag

Maria heeft een boek.
Het is ................ boek.

Slide 9 - Open vraag

Ik heb een appel.
Het is ........... appel.

Slide 10 - Open vraag

De leerlingen hebben een beker.
Het is .................. beker.

Slide 11 - Open vraag

U heeft een mooie auto.
Het is ............ auto.

Slide 12 - Open vraag

Mays heeft een pen.
Het is ...............pen.

Slide 13 - Open vraag

( hebben) Moustafa _________ een auto.

Slide 14 - Open vraag

( zijn) Diana ________ op school.

Slide 15 - Open vraag

(hebben) Mirela _________ een OV kaart.

Slide 16 - Open vraag

(hebben) Ahmed _________ een fiets.

Slide 17 - Open vraag

(zijn) Jij _________ te laat.

Slide 18 - Open vraag

(zijn) Wij _________ blij.

Slide 19 - Open vraag

(hebben) Zij _________ een toets.

Slide 20 - Open vraag