Voorkennis toetsen (Converteerbare) Obligatielening

Schrijf 2 verschillen tussen
aandelen en obligaties op
1 / 15
volgende
Slide 1: Woordweb
BedrijfsadministratieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Schrijf 2 verschillen tussen
aandelen en obligaties op

Slide 1 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Plaats de balansposten in de juiste categorie
EV
Lang VV
Kort VV
Bank
Crediteuren
Obligaties
Hypotheek
Te betalen BTW
Reserves

Slide 2 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een kenmerkend verschil tussen een aandeel en een obligatie?
A
Aandeel is een eigendomsbewijs, obligatie is een schuldbewijs
B
Aandeel krijg je rente, obligatie krijg je dividend
C
Aandelen kun je zo kopen, voor een obligatie moet je naar de notaris
D
Aandelen koop je op de effectenbeurs en obligaties op de rommelmarkt

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nog een verschil tussen aandelen en obligaties is:
A
Aandelen worden op de beurs verhandeld en obligaties niet
B
De koers van een obligatie staat vast
C
Aandelen moeten worden terugbetaald en obligaties niet
D
Een obligatiehouder heeft geen zeggenschap

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 1: Bij beleggen in aandelen wordt je mede-eigenaar van het bedrijf
Stelling 2: Een obligatie is een belegging in de vorm van een lening aan een bedrijf of overheid.
A
1:Juist 2: Juist
B
1:Onjuist 2: Juist
C
1:Juist 2: Onjuist
D
1: Onjuist 2: Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

NV Palomar heeft een 3,5% converteerbare obligatielening uitstaan. De conversievoorwaarden zijn: 7 obligaties (nominaal €35) met bijbetaling van €250 levert 5 aandelen (nominaal €100) op.
Wat is de conversieprijs (van één aandeel)?
A
€304
B
€64
C
€114
D
€99

Slide 6 - Quizvraag

€250 + 7 * €35 / 5 = €99

Veerman bv onderzoekt de mogelijkheid om een obligatielening af te sluiten. Tot welke vermogensvorm behoort een obligatielening?
A
korstondig tijdelijk vermogen
B
langdurig tijdelijk vermogen
C
permanent vermogen

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:30
Wordt
Krijgt bij faillissement eerst geld terug
Schuldbewijs
Eigendomsbewijs
Aandelen
Obligaties
Eigen vermogen 
Vreemd vermogen
Rente
Dividend
Zeggenschap
Laag risico
Hoog risico

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke stelling is goed en welke fout?
I. Aandelen en obligaties zijn eigendomsbewijzen: dit betekent dat de bezitter ervan voor een deel(tje) eigenaar is van de NV.
II. De waarde die op een obligatie gedrukt staat noemen we de nominale waarde.
A
Beide zijn goed
B
I is goed en II is fout
C
I is fout en II is goed
D
Beide zijn fout

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij aandelen heb je vaak een ..... rendement, maar een ..... risico, in vergelijking met obligaties.
A
lager / lager
B
hoger / hoger
C
lager / hoger
D
hoger / lager

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een NV plaatst obligaties met een nominale waarde van € 100.
De emissiekoers is 98%. Hierdoor ontstaat..
A
Agio
B
Disagio

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is, voor de NV, een voordeel van het uitgeven van obligaties vs. het uitgeven van aandelen?
A
Moet schuld aflossen
B
Geeft geen zeggenschap weg
C
Moet interest betalen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I. Een risico-avers persoon koopt (belegt) eerder (in) aandelen dan (in) obligaties.
II. Als de rente op de vermogensmarkt stijgt, dalen de koersen van bestaande obligaties.
Welke bewering(en) is/zijn goed?

A
I is fout en II is goed
B
I is goed en II is fout
C
Beide zijn goed
D
Beide zijn fout

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Converteerbare obligaties:
Stel je kunt twee converteerbare obligaties met een nominale waarde van € 500 per stuk tegen bijbetaling van € 100 inwisselen tegen 10 aandelen. Wat is de conversiekoers per aandeel?
A
€ 50
B
€ 60
C
€ 100
D
€ 110

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

NV Palomar heeft een 3,5% converteerbare obligatielening uitstaan. De conversievoorwaarden zijn: 7 obligaties (nominaal €35) met bijbetaling van €250 levert 5 aandelen (nominaal €100) op. De beurswaarde van een aandeel is €90. Raad jij de obligatiehouder aan om te converteren?
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quizvraag

Conversiekoers per aandeel: (7 x € 35 + € 250) / 5 = € 99.
De conversiekoers per aandeel is hoger dan de beurskoers, dus betaalt een obligatiehouder méér bij het omwisselen van zijn obligaties dan hij/zij zou doen als hij/zij de aandelen op de beurs koopt. Het is dus niet slim om te converteren.