3.3 Welvarende tijd

3. Welvarende tijd

- Ga zitten 
- Pak je boeken en aantekeningenschrift

- Kauwgom in de prullenbak

1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisSpeciaal OnderwijsLeerroute 1Leerroute 2

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

3. Welvarende tijd

- Ga zitten 
- Pak je boeken en aantekeningenschrift

- Kauwgom in de prullenbak

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen paragraaf 3:

15. Je kunt twee redenen geven waarom er in de jaren twintig een consumptiemaatschappij ontstond.
16. Je kunt uitleggen wat de ideologie fascisme is.








Lesplanning:

  • Herhaling leerdoelen P2
  • Leerdoelen 15 en 16 bespreken
  • Filmpje kijken of opdrachten maken
  • Afsluiting: elkaar overhoren over leerdoel 15 en 16.


Slide 2 - Tekstslide

Wie kreeg de schuld na de eerste wereld oorlog
A
Frankrijk
B
Oostenrijk
C
Duitsland
D
Rusland

Slide 3 - Quizvraag

Welk land mocht na de eerste wereld oorlog geen groot leger meer hebben?
A
Duitsland
B
Oostenrijk
C
Engeland
D
Frankrijk

Slide 4 - Quizvraag

Duitsland moest een enorme schadenvergoeding betalen aan de landen die Duitsland heeft aangevallen. Is dit juist of onjuist.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Communisten waren voor het kapitalisme?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Lenin was een...
A
Communist
B
Fascist
C
Sociaal-Democraat
D
Nationaal-socialist

Slide 7 - Quizvraag

Voor wie komt Lenin op?
A
Boeren en arme mensen
B
De Tsaar
C
Niemand
D
Alleen zichzelf

Slide 8 - Quizvraag

De opvolger van Lenin?
A
Stalin
B
Chroetsjov
C
Brezjnev
D
Gorbatsjov

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een planeconomie?
A
De overheid bepaalt wat bedrijven produceren
B
Bedrijven bepalen zelf wat er geproduceerd wordt
C
Hulpmiddelen die je nodig hebt om te produceren
D
Een planeconomie heeft nooit bestaan

Slide 10 - Quizvraag

Het communisme wil...
A
Een sterke leider, aan wie iedereen gehoorzaam is.
B
Gelijke verdeling van bezit en macht.
C
Democratie
D
De mogelijkheid om winst te maken en rijk te worden

Slide 11 - Quizvraag

Leerdoel 15: 
Je kunt twee redenen geven waarom er in de jaren twintig een consumptiemaatschappij ontstond.


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welvaart in de jaren 1920
- In 1928 waren de Amerikanen blij en tevreden
- President Hoover (gekozen in 1928) zei dat armoede in Amerika helemaal zou verdwijnen
- Na WO I was de VS het rijkste land ter wereld 

Slide 14 - Tekstslide

In Amerika:
kapitalisme:  economisch systeem gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting winst te maken.

Bedrijven zijn eigendom van de mensen zelf.


Slide 15 - Tekstslide

Door industrialisatie:
Sneller en goedkoper geproduceerd: hierdoor konden lonen omhoog en prijzen omlaag. 

Dit leidde tot meer vraag naar producten zoals koelkasten en stofzuigers.

Zo ontstond in de VS een consumptiemaatschappij: een samenleving waarin veel consumptiegoederen worden gekocht.

Slide 16 - Tekstslide

Opkomst auto:
- Ook de auto werd betaalbaar voor de middenklasse

- In 1929 had 60% van de Amerikaanse gezinnen een auto, wat in Europa onvoorstelbaar was

Slide 17 - Tekstslide

"Roaring Twenties"
Filmpje om jullie een beeld te geven hoe het leven in Amerika eruitzag in de jaren 20 (1920-1929). 

Slide 18 - Tekstslide

15. Je kunt twee redenen geven waarom er in de jaren twintig een consumptiemaatschappij ontstond.




1. De lonen stegen.
2. Door de industrie werden producten goedkoper.

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoel 16:


Je kunt uitleggen wat de ideologie 'fascisme' is.


Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Wat is een ideologie?
Een ideologie is een geheel van ideeën over hoe de samenleving zou moeten zijn.

Wie kan een voorbeeld bedenken?
Hint: ideologieën eindigen bijna altijd op -isme.

Slide 22 - Tekstslide

Wat is fascisme?
Ideologie uit Italië van Mussolini (zie afbeelding): 
één leider (dictator) die alles bepaalt door middel van geweld en terreur. 
Mussolini

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

16. Je kunt uitleggen wat de ideologie 'fascisme' is.



Ideologie uit Italië van Mussolini: 1 dictator die alles bepaalt door middel van geweld en terreur. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Nu: 
Elkaar overhoren over 
leerdoel 15 en 16.

Slide 27 - Tekstslide

3. Welvarende tijd

- Ga zitten 
- Pak je boeken en aantekeningenschrift

- Kauwgom in de prullenbak

Slide 28 - Tekstslide

Leerdoelen paragraaf 3:


17. Je kent drie kenmerken van het fascisme.
18. Je kent de begrippen propaganda en persoonsverheerlijking.








Lesplanning:

- Herhaling leerdoel 15 en 16.
- Leerdoelen 17 en 18 bespreken
- Filmpje: Benito Mussolini

Afsluiting: elkaar overhoren over leerdoel 15 t/m 18.


Slide 29 - Tekstslide

Fascisme

Slide 30 - Woordweb

Leerdoel 17:


Je kent drie kenmerken van het fascisme.


Slide 31 - Tekstslide

Kenmerken fascisme:

  1. Extreem-nationalistisch: liefde voor het eigen land.
  2. Militaristisch: liefde voor het leger.
  3. Dictatuur: één leider.

Slide 32 - Tekstslide

17. Je kent drie kenmerken van het fascisme.
1. Extreem-nationalistisch: liefde voor het eigen land.
2. Militaristisch: liefde voor het leger.
3. Dictatuur: één leider.



Slide 33 - Tekstslide

Leerdoel 18:


Je kent de begrippen propaganda en persoonsverheerlijking.


Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Deze mannen hebben meer overeenkomsten dan je zou denken. 
Twee overeenkomsten zijn propaganda en persoonsverheerlijking. 

Samen lezen blz. 37: 
Je kent de begrippen propaganda en persoonsverheerlijking.


Slide 36 - Tekstslide

18. Je kent de begrippen propaganda en persoonsverheerlijking.

Propaganda: verspreiding van politieke ideeën
Persoonsverheerlijking: iemand laten zien dat je heel goed bent.


Slide 37 - Tekstslide

Nu: film over Mussolini


Beantwoord de volgende vraag:
Hoe kon Mussolini zo machtig worden?

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Link

Quiz over P3

Slide 40 - Tekstslide

In de jaren 20 nam de consumptie toe.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 41 - Quizvraag

In de jaren 20 ging het goed met de westerse economie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 42 - Quizvraag

Wat zijn de roaring twenties?
A
Een periode in de jaren 20 met veel rumoer en onrust
B
Een groep jongens van 20 jaar die onrust veroorzaken
C
Een periode in de jaren 20 met oorlog
D
Een periode in de jaren 20 met veel welvaart en plezier

Slide 43 - Quizvraag

Wat is de beste omschrijving van een ideologie?
A
Verspreiding van politieke ideeën
B
Uitbundig prijzen van een persoon
C
Geheel van ideeën over de samenleving
D
Door middel van terreur en geweld de bevolking onderdrukken

Slide 44 - Quizvraag

Wat is de beste omschrijving van een propaganda?
A
Verspreiding van politieke ideeën
B
Uitbundig prijzen van een persoon
C
Geheel van ideeën over de samenleving
D
Door middel van terreur en geweld de bevolking onderdrukken

Slide 45 - Quizvraag

Wat is de beste omschrijving van een persoonsverheerlijking?
A
Verspreiding van ideeën
B
Uitbundig prijzen van een persoon
C
Geheel van ideeën over de samenleving
D
Door middel van terreur en geweld de bevolking onderdrukken

Slide 46 - Quizvraag

Wat zijn de vier kenmerken van het fascisme.

Slide 47 - Open vraag

Mussolini wordt door veel Italianen geprezen als de grote leider (duce) van Italië.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 48 - Quizvraag

Onder leiding van Mussolini en de fascisten wordt Italië een totalitaire dictatuur
A
Waar
B
Niet waar

Slide 49 - Quizvraag

Mussolini is een voorstander van democratie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 50 - Quizvraag

De koning van Italië benoemt Benito Mussolini tot regeringsleider (1922).
A
Waar
B
Niet waar

Slide 51 - Quizvraag