cross

Atomen tellen & de praktijk in

Atomen tellen & de praktijk in
§4.5 & 4.6
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Atomen tellen & de praktijk in
§4.5 & 4.6

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
  1. Ik kan omschrijven wat een molecuulformule is en kan hier een voorbeeld van geven.
  2. Ik kan uitleggen wat een verbinding is en kan hier een voorbeeld van benoemen.
  3. Ik kan de vier verschillende fases benoemen.
  4. Ik kan een reactie vergelijking opstellen in molecuulformules. 

Slide 2 - Tekstslide

Molecuulformules
  • Elke stof kan aangegeven worden met een molecuulformule.

  • Water: H2
  • Waterstofperoxide: H2O2

  • Index geeft aan hoeveel atomen er zijn. 

Slide 3 - Tekstslide


Mono betekent 1
Di betekent 2

koolstofdioxide: CO2 

  • Bij een molecuulformule plaats je het telwoord achter de stof. 
  • In de naam van de stof zet je het telwoord er vóór .

Slide 4 - Tekstslide

Enkele verbindingen
  • Waterstof (H2)
  • Zuurstof (O2)
  • stikstof (N2)
  • Jood (I2)                                                                        Br I N Cl H O F
  • Broom (Br2)
  • Chloor (Cl2)
  • Fluor (F2)

Slide 5 - Tekstslide

De vier fases
Vaste fase: (s)olid
Vloeibare fase: (l)iquid
Gas fase: (g)aseous 


Opgelost in water: (aq)ua

Slide 6 - Tekstslide

Reactievergelijkingen
Bij de ontleding van methaan ontstaat koolstof en waterstof 
CH4 -> C + H
CH4 -> C + H2

CH4 -> C + 2 H2

Slide 7 - Tekstslide

Reactievergelijkingen
Bij de ontleding van methaan ontstaat koolstof en waterstof 
CH4 -> C + H
CH4 -> C + H2

CH4 -> C + 2 H2

Slide 8 - Tekstslide

Reactievergelijkingen
Bij de ontleding van methaan ontstaat koolstof en waterstof 
CH4 -> C + H
CH4 -> C + H2

CH4 -> C + 2 H2
Je bent de reactie kloppend aan het maken!

Slide 9 - Tekstslide

Bij de verbranding van buteen (C4H8) ontstaan koolstofdioxide en water

buteen + zuurstof -> koolstofdioxide + water

C4H8 + O2 -> CO2 + H2O
C4H8 + 6 O2 -> 4 CO2 + 8 H2O

Slide 10 - Tekstslide

Bij de verbranding van buteen (C4H8) ontstaan koolstofdioxide en water

buteen + zuurstof -> koolstofdioxide + water

C4H8 + O2 -> CO2 + H2O
C4H8 + 6 O2 -> 4 CO2 + 8 H2O

Slide 11 - Tekstslide

Bij de verbranding van buteen (C4H8) ontstaan koolstofdioxide en water

buteen + zuurstof -> koolstofdioxide + water

C4H8 + O2 -> CO2 + H2O
C4H8 + 6 O2 -> 4 CO2 + 8 H2O

Slide 12 - Tekstslide

Bij de verbranding van buteen (C4H8) ontstaan koolstofdioxide en water

buteen + zuurstof -> koolstofdioxide + water

C4H8 + O2 -> CO2 + H2O
C4H8 + 6 O2 -> 4 CO2 + 8 H2O

De getallen voor de moleculen noem je coëfficiënten

Slide 13 - Tekstslide

Paragraaf 5.6
Theorie lezen uit het boek 
Veel antwoorden staan weergeven in de tekst

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Lesdoelen herhalen
  1. Ik kan omschrijven wat een molecuulformule is en kan hier een voorbeeld van geven.
  2. Ik kan uitleggen wat een verbinding is en kan hier een voorbeeld van benoemen.
  3. Ik kan de vier verschillende fases benoemen.
  4. Ik kan een reactie vergelijking opstellen in molecuulformules. 

Slide 16 - Tekstslide

Opdrachten maken
Wat: maak de opgave van paragraaf 4.5 & 4.6
Hoe: individueel of met z’n tweeën (wel zachtjes)
Hulp: theorie boek, docent of je buurman/buurvrouw
Tijd: totdat de les is afgelopen
Uitkomst: je hebt minder of geen huiswerk meer!
Klaar: begin met de test je zelf

Slide 17 - Tekstslide

It is Quiz time!
We testen even jullie kennis over het hoofdstuk!

Slide 18 - Tekstslide

Welke stof is er nodig voor een verbranding (op de brandstof na dan).
A
Zuurstof
B
Water
C
Koolstofdioxide
D
Zwaveldioxide

Slide 19 - Quizvraag

Welke verschillende ontledingsreacties zijn er.
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Thermolyse
B
Fotolyse
C
Verbindinglyse
D
Elektrolyse

Slide 20 - Quizvraag

Hoe noemen we het getal dat voor het molecuul staat? 2 CO2

A
Index
B
Coëfficiënt
C
Molecuulformule
D
Atoom

Slide 21 - Quizvraag

Wat is de aanduidingen voor stof die opgelost is in water?
A
s
B
g
C
aq
D
l

Slide 22 - Quizvraag

Welke stoffen zijn beide metalen?

A
ijzer & chloor
B
goud & zuurstof
C
jood & waterstof
D
ijzer & goud

Slide 23 - Quizvraag

Welke bewering is juist?
A
Een molecuul bestaat uit atomen
B
Een atoom bestaat uit moleculen

Slide 24 - Quizvraag

welke molecuul is afgebeeld op de afbeelding hiernaast
A
Koolstof
B
Koolstofdioxide
C
stikstofdioxide
D
Koolstofmono-oxide

Slide 25 - Quizvraag

Een mengsel kun je scheiden in ...
A
Ontleedbare stoffen
B
Niet-ontleedbare stoffen
C
Atomen
D
Zuivere stoffen

Slide 26 - Quizvraag

Welke uitgangspunten is niet gebaseerd op het deeltjes model

A
Alle stoffen bestaan uit moleculen
B
Elk molecuul is opgebouwd uit atomen
C
Elk soort stof heeft zijn eigen soort moleculen
D
Meerdere moleculen noemen we dimoleculen

Slide 27 - Quizvraag

Wat zijn de juiste symbolen van goud, zilver en kalium.
A
Go, Zi en K
B
Au, Ag en K
C
Au, Zi en K
D
Go, Ag en Ka

Slide 28 - Quizvraag