Periode 3 les 5 Dementie

Dementie les 1
Wat is dementie
Verschijnselen en beloop
Medicatie
Verschillende fasen
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 140 min

Onderdelen in deze les

Dementie les 1
Wat is dementie
Verschijnselen en beloop
Medicatie
Verschillende fasen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dementie?
50 hersenziektes
1 op de 5 mensen, meer vrouwen
ongeneeslijke hersenziekte
* Geheugenproblemen                                    
* Handelingen gaan niet goed (apraxie)   
* Moeite met herkennen (agnosie)
* Moeite met taal (afasie)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vrouwen krijgen vaker dementie dan mannen. Waarom is dat zo, denk je?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaat dementie?
Soms door stoornissen in de bloedvoorziening in de hersenen
Soms door verloren gaan (verschrompelen) van de hersencellen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vasculaire dementie
* Trager denken, praten en doen
* moeite zicht te concentreren of meerdere dingen tegelijk doen
* gaat met sprongen achteruit, soms even stabiel

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frontotemporale dementie
Verschillende vormen:
* Gedrag verandert
* Moeite met taal
* Moeite met bewegen

Verschillend beloop. Eindstadium lijkt op Alzheimer

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lewy body dementie
Hoopjes eiwitten/ Lewy body lichaampjes
Parkinsonistisch beeld
Geheugen nog lang goed
Schommelingen in functioneren

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Op de slide is een overzicht van de signalen van dementie te zien. Natuurlijk kun je ook last hebben van de signalen en geen dementie hebben (dat zullen de studenten vast wel herkennen!) Om er achter te komen of iemand daadwerkelijk dementie heeft is er een onderzoek bij een arts nodig.
Signalen
Welke signalen van de vorige slide zie je terugkomen in het filmpje?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Bekijk dit filmpje, laat de studenten nadenken over welke signalen van de vorige slide ze herkennen in het filmpje
4 fasen
1. Bedreigde ik -beginnende dementie
Beginnend- vergeetachtig voor omgeving nog niet altijd zichtbaar 
2. De verdwaalde ik - matige ernstige dementie
Matig- meer complexere taken, overzicht houden bijv financien, 'verdwaaldgevoel' 
3. De verborgen ik - ernstige dementie
Ernstig- orientatieproblemen, herkent
bijv mensen niet meer, tijdsbesef 
4. De verzonken ik - ernstige dementei
Taalproblemen en volledige afhankelijkheid 
Tekst

Slide 14 - Tekstslide

 Bedreigde ik = beginnende dementie
Verdwaalde ik = matig ernstige dementie
Verborgen ik = ernstige dementie (volledig afhankelijk)
Verzonken ik = (cliënt kan niet meer lopen, spreekt nauwelijks, ligt vaak in foetushouding als pasgeboren baby)

Zie thema 4.13 PBSD

Medicijnen bij dementie
Ziektebeeld stabiliseren of vertragen

* Galantamine (Reminyl)
* Rivastigmine (merkloos, Permente en Exelon)
* Donepezil (Navazil)
* Memantine (Ebixa en Nemdatine)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken in de les
Reader opdracht 32; gezamenlijk, inleveren in It's Learning


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie les 2
Benaderingswijzen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benaderen bij dementie?
  • Wijze waarop je een persoon met dementie benaderd is anders dan bij mensen zonder dementie.  
  • Zorg voor veiligheid en neem een persoon serieus 
  • Denk aan houding en taalgebruik
  • Sluit aan bij de belevingswereld
  • Zorg voor rustmomenten 

Slide 18 - Tekstslide

Een groot deel van de communicatie met iemand met dementie bestaat uit lichaamstaal of non-verbale communicatie. Je naaste begrijpt je beter als je je woorden ondersteunt met gebaren. 

Wat je beter kunt laten:
corrigeren of tegenspreken; dat confronteert haar met de dingen die ze niet meer weet of kan en geeft haar het gevoel te falen; 
Met een harde stem of heel snel praten. Fluisteren is ook niet fijn, dat maakt haar achterdochtig;
Je naaste testen door vragen te stellen of door haar bijvoorbeeld de namen van de kinderen en de kleinkinderen op te laten noemen;
Je vrolijker voordoen dan je bent. Jouw humeur heeft invloed op je naaste, maar ze zal het niet begrijpen wanneer je vrolijk doet, maar het niet bent. Gebruik je humeur ook als graadmeter om stil te staan bij hoe je het zelf maakt. Trek op tijd aan de bel als je voelt dat je je groot probeert te houden;
Overvragen. Probeer te achterhalen wat je nog wel en wat je niet meer van je naaste mag verwachten.
Welke benaderingswijze ken je?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ROT-ROB
realiteit oriëntatie benadering
 =een methode om het denkvermogen van oudere mensen te prikkelen. Mensen activeren in het hier en nu.
realiteit oriëntatie training
=training met als doel het dementeringsproces te vertragen door verwarde personen te stimuleren en te activeren om het verloren contact met de werkelijkheid terug te vinden.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ROT-ROB

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Validation
* Herkennen en bevestigen van gevoelens van zorgvrager
* Inleven in belevingswereld van zorgvrager met als doel; vermindering van spanning en onrust
* Communicatie met zorgvrager zowel verbaal als non-verbaal


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reminisentie

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Snoezelen
zintuigactivering, gevoelsactiviteit, primaire activering en sensomotorische stimulatie genaamd)

Voorbeelden?


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belevingsgerichte zorg
Bij belevingsgerichte zorg staat een respecterende houding en lichaamssignalen begrijpen centraal

Het is een verzamelnaam voor andere methoden, zoals validation, reminiscentie, zintuigstimulering en warme zorg

Slide 26 - Tekstslide

PDL is voor jong en oud wordt toegepast bij ernstige, chronisch verpleegbehoeftige patiënten waarbij ADL training en zelfstandige verplaatsing niet mogelijk is. een vast onderdeel van moderne dementiezorg. PDL wordt toegepast in verpleeghuizen, zorgcentra, instellingen voor lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten, in de thuiszorg en in de palliatieve zorg.

PDL tips voor het leggen van contact met de cliënt:
Maak oogcontact
Spreek en werk op ooghoogte van de cliënt
Begeleidt met je stem, maar geef geen instructie
Zorg voor een vertrouwde rustgevende omgeving
Vermijd snelle bewegingen en extreme verplaatsingen
Beperk de fysieke handelingen tot een minimum
Raak de cliënt warm en vol positieve intentie aan
Model van Kitwood

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warme zorg
Zorg waarbij de hulpverlener weinig afstand neemt en niet bang is voor lichamelijk contact (zoals een knuffel) 
Tevens is het van belang dat de hulpverlener mee kan gaan in de belevingswereld van de hulpvrager ( bv bij dementerende) en wezenlijk interesse toont

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 

1) Maak een keuze uit een van onderstaande methodieken en werk deze uit; wat is het, wat doet het hoe pas je het toe etc. 
reminiscentie, zintuigactivering, validation, rob/rot, warme zorg, haptonomie
2) Welke methodiek heb je in je werk wel eens toegepast, hoe ging dat? 
3) Presenteer je kennis zo creatief mogelijk max 5 minuten

         

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies