Grieks voornaamwoorden

Persoonlijk voornaamwoord
ik, jij, hij/zij/het etc.
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Persoonlijk voornaamwoord
ik, jij, hij/zij/het etc.

Slide 1 - Tekstslide

1e persoon - enkelvoud
NL
GR
nom. ev.
ik
gen. ev.
van mij
dat. ev.
aan/voor/
met/door    mij
acc. ev.
mij

Slide 2 - Tekstslide

1e persoon ev. > ik
nom
gen
dat
acc
ἐμοῦ
ἐμέ
ἐγώ
ἐμοί
μου
μοι
με
ἐγωγε

Slide 3 - Sleepvraag

1e persoon - enkelvoud
NL
GR
nom. ev.
ik
ἐγω / ἐγωγε
gen. ev.
van mij
ἐμου / μου
dat. ev.
aan/voor/
met/door    mij
ἐμοι / μοι
acc. ev.
mij
ἐμε / με

Slide 4 - Tekstslide

1e persoon - meervoud
NL
GR
nom. mv.
wij
gen. mv.
van ons
dat. mv.
aan/voor/
met/door    ons
acc. mv.
ons

Slide 5 - Tekstslide

1e persoon meervoud > wij
nom
gen
dat
acc
ἡμῖν
ἡμᾶς
ἡμεῖς
ἡμῶν

Slide 6 - Sleepvraag

1e persoon - meervoud
NL
GR
nom. mv.
wij
ἡμεις
gen. mv.
van ons
ἡμων
dat. mv.
aan/voor/
met/door    ons
ἡμιν
acc. mv.
ons
ἡμας

Slide 7 - Tekstslide

2e persoon - enkelvoud
NL
GR
nom. ev.
jij
gen. ev.
van jou
dat. ev.
aan/voor/
met/door    jou
acc. ev.
jou

Slide 8 - Tekstslide

2e persoon ev. > jij
nom
gen
dat
acc
σοί
σέ
σύ
σοῦ

Slide 9 - Sleepvraag

2e persoon - enkelvoud
NL
GR
nom. ev.
jij
συ
gen. ev.
van jou
σου
dat. ev.
aan/voor/
met/door    jou
σοι
acc. ev.
jou
σε

Slide 10 - Tekstslide

2e persoon - meervoud
NL
GR
nom. ev.
jullie
gen. ev.
van jullie
dat. ev.
aan/voor/
met/door    jullie
acc. ev.
jullie

Slide 11 - Tekstslide

2e persoon meervoud > jullie
nom
gen
dat
acc
ὑμῖν
ὑμᾶς
ὑμεῖς
ὑμῶν

Slide 12 - Sleepvraag

2e persoon - meervoud
NL
GR
nom. ev.
jullie
ὑμεις
gen. ev.
van jullie
ὑμων
dat. ev.
aan/voor/
met/door    jullie
ὑμιν
acc. ev.
jullie
ὑμας

Slide 13 - Tekstslide

3e persoon
naamval > BESTAAT NIET in de nom.
getal > ev. / mv.

GESLACHT > M (hem), V (haar), O (het)

vorming: αὐ + lidwoord

Slide 14 - Tekstslide

3e persoon
M
O
V
gen ev
gen ev
gen ev
dat ev
dat ev
dat ev
acc ev
acc ev
acc ev
gen mv
gen mv
gen mv
dat mv
dat mv
dat mv
acc mv
acc mv
acc mv
αὐτο
αὐτον
αὐτων
αὐτης
αὐταις
αὐτοις
αὐτην
αὐτῷ
αὐτα
αὐτου
αὐτους
αὐτῇ

Slide 15 - Sleepvraag

3e persoon enkelvoud
M
V
O
nom. ev.
-
-
-
gen. ev.
αὐτου
αὐτης
αὐτου
dat. ev.
αὐτῷ
αὐτῇ
αὐτῷ
acc. ev.
αὐτον
αὐτην
αὐτο

Slide 16 - Tekstslide

3e persoon meervoud
M
V
O
nom. mv.
-
-
-
gen. mv.
αὐτων
αὐτων
αὐτων
dat. mv.
αὐτοις
αὐταις
αὐτοις
acc. mv.
αὐτους
αὐτας
αὐτα

Slide 17 - Tekstslide

Welke past niet in de reeks?
A
ὑμεις
B
ὑμων
C
ἐμου
D
σου

Slide 18 - Quizvraag

Welke past niet in de reeks?
A
ἐμοι
B
σε
C
αὐτους
D
ὑμας

Slide 19 - Quizvraag

Welke past niet in de reeks?
A
ἐμοι
B
σοι
C
αὐτῇ
D
ἡμιν

Slide 20 - Quizvraag

Welke past niet in de reeks?
A
ἡμας
B
ἡμιν
C
ὑμων
D
ἡμεις

Slide 21 - Quizvraag

Welke past niet in de reeks?
A
ἐγω
B
αὐτῷ
C
αὐταις
D
αὐτοις

Slide 22 - Quizvraag