LJ2 Nederlands H5, 5.15 + 5.16

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: LJ2 Hoofdstuk 5, 5.15 + 5.16
1.
Lesopening
2.
Lesdoel + Leergebiedoverstijgende doelen
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: LJ2 Hoofdstuk 5, 5.15 + 5.16
1.
Lesopening
2.
Lesdoel + Leergebiedoverstijgende doelen
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

1. Lesopening
Pak je lesboek van Nederlands en open je boek op p. 241. 


Slide 2 - Tekstslide

2. Lesdoel +Leergebiedoverstijgende doelen
Aan het eind van deze les:
- Kun je een uitnodiging schrijven;
- Kun je een zakelijke e-mail schrijven;
- Kun je een review schrijven;
- Kun je een zakelijke brief schrijven;

Leergebiedoverstijgende doelen:

Slide 3 - Tekstslide

3. Arrangementen + mini-check
Geen mini-check voor deze les. 

Slide 4 - Tekstslide

Wie maakt wat?
Iedereen doet mee met de instructie. 

Slide 5 - Tekstslide

4. Instructie
Vorig jaar heb je geleerd hoe je een nette e-mail schrijft. In deze paragraaf leer je hoe je een zakelijke mail schrijft. Een zakelijke mail stuur je aan een bedrijf of aan iemand die je niet goed kent als je bijvoorbeeld informatie wilt vragen of doorgeven. Bij het schrijven van een e-mail houd je je aan regel 4 van de Afspraken en regels Schrijven. 

Slide 6 - Tekstslide

Let bij het schrijven van een zakelijke mail extra op de volgende punten:
- De aanhef: Geachte heer ... 
- De slotgroet: Met vriendelijke groet ... 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Als je een e-mail schrijft aan je vrienden, kun je net zo schrijven als je wilt. Je hoeft dan niet zo nat e denken over de woorden die je gebruikt. Je gebruikt dan informele taal. Schrijf je een zakelijke mail, dan moe tje doet nadenken hoe je iets schrijft. Je bent dan beleefder, spreekt de ander aan met u en gebruikt nettere woorden. Je gebruikt dan formele taal. 

Slide 9 - Tekstslide

5. Begeleid inoefenen
Intensief -->
Je maakt samen met de leerkracht opdracht 

Slide 10 - Tekstslide

6. Zelfstandig werken
Je maakt zelfstandig opdracht ... op bladzijde 241.



Ben je klaar?
Dan kijk je de opdrachten na.
Daarna pak je een boek en ga je in stilte lezen. 
timer
1:00

Slide 11 - Tekstslide

7. Evaluatie
Hoe ging de les?
Weet je het verschil tussen informeel en formeel?
Had je nog ergens hulp bij nodig? 


Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk
Maandag 16 januari
4.4 en 4,5 opdracht ...



Slide 13 - Tekstslide