Les 1;Wat is geld.

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar 
       
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Start je Chromebook/ laptop op
       Log in op www.lessonup.app 
       Stop je telefoon in je tas of in je jas
---   Leg je kernboek op tafel!
      
timer
2:30

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Inleiding
Vandaag beginnen we met Het te gekke geldboek.
We gaan praten over iets wat we allemaal gebruiken: geld.
Geld zie je elke dag.
Je koopt er eten mee, kleding, een kaartje voor de bus of iets leuks voor jezelf.
Maar…
Waar komt geld eigenlijk vandaan?
Wat is het verschil tussen contant geld en pinnen?
En wat zijn inkomsten en uitgaven?
In deze les gaan we samen ontdekken hoe geld werkt.
Je mag meedenken, vragen stellen en je eigen voorbeelden geven.
Aan het einde van de les weet jij precies wat geld is en waar je het voor gebruikt.

Wil je dat ik er ook een leerdoelen-slide of startvraag-slide bij maak?Bevalt deze persoonlijkheid je?

Slide 3 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
           Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
  •  weet je wat geld is en waar je het voor gebruikt.
  • kun je voorbeelden geven van inkomsten en uitgaven.
  • begrijp je verschil tussen contant en digitaal geld.

Slide 4 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Waar gebruik jij geld voor?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geld?
Geld is iets waarmee je dingen kunt kopen.
Je kunt er producten (zoals eten, kleding of spullen) mee betalen, maar ook diensten (zoals kapsels of een busrit).
Het boek legt uit dat geld eigenlijk een hulpmiddel is: je hoeft niet te ruilen zoals vroeger, maar gebruikt geld om te laten zien hoeveel iets waard is.
Geld kan dus:
laten zien wat iets kost,
helpen om eerlijk te ruilen,
en zorgen dat je kunt sparen voor later.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil contant/pin/online betalen
In Het te gekke geldboek wordt uitgelegd dat je op verschillende manieren kunt betalen.
Kort samengevat:
Contant geld
Munten en biljetten in je hand.
Je ziet precies wat je hebt.
Je kunt niet méér uitgeven dan je bij je hebt.
Pinnen
Betalen met je pinpas of bankpas.
Je geld staat op de bank.
Je ziet het bedrag op je bankrekening dalen.
Online betalen
Betalen via je telefoon, computer of apps.
Je gebruikt bijvoorbeeld iDEAL of een betaalapp.
Handig voor webshops en digitale diensten.


Het boek benadrukt dat het voor jongeren soms lastiger is om overzicht te houden bij pinnen/online betalen, omdat je het geld niet letterlijk ziet verdwijnen.

⭐ Inkomsten vs. uitgaven
Het boek maakt een duidelijk verschil tussen geld dat binnenkomt en geld dat eruit gaat.
Inkomsten
Dit is geld dat jij krijgt.
Bijvoorbeeld:


zakgeld


loon van een bijbaantje


geld dat je cadeau krijgt


geld dat je terugkrijgt (bv. als je iets hebt geretourneerd)


Uitgaven
Dit is geld dat jij uitgeeft.
Bijvoorbeeld:


eten of drinken kopen


een abonnement


kleding


een spel, buskaart of bioscoopkaartje


Het boek laat zien dat iedereen een soort geldstroom heeft: inkomsten komen binnen, uitgaven gaan eruit, en wat overblijft kun je sparen.

Wil je dat ik dit omzet in LessonUp-slides (bijv. 1 uitlegslide per onderwerp + een quiz)?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inkomsten vs. uitgaven
Het boek maakt een duidelijk verschil tussen geld dat binnenkomt en geld dat eruit gaat.
Inkomsten
Dit is geld dat jij krijgt.
Bijvoorbeeld:
zakgeld
loon van een bijbaantje
geld dat je cadeau krijgt
geld dat je terugkrijgt (bv. als je iets hebt geretourneerd)
Uitgaven
Dit is geld dat jij uitgeeft.
Bijvoorbeeld:
eten of drinken kopen
een abonnement
kleding

een spel, buskaart of bioscoopkaartje

Het boek laat zien dat iedereen een soort geldstroom heeft: inkomsten komen binnen, uitgaven gaan eruit, en wat overblijft kun je sparen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van inkomsten?
A
Salaris
B
Pensioen
C
Uitkering
D
Uitgaven

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is contant geld?
A

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tabel met INKOMSTEN / UITGAVEN.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat begrijp je na deze les beter?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de afgelopen les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies