In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 90 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Wanneer ben je arbeidsongeschikt?
Een werknemer is arbeidsongeschikt als hij door een ziekte of een gebrek zijn werk niet kan doen.
Slide 4 - Tekstslide
Een gymleraar heeft zijn voet verstuikt en moet een paar dagen zo min mogelijk op deze voet steunen.
De gymleraar is
A
arbeidsongeschikt
B
niet arbeidsongeschikt
Slide 5 - Quizvraag
Een directiesecretaresse heeft haar voet verstuikt en moet een paar dagen zo min mogelijk op deze voet steunen. De directiesecretaresse is
A
arbeidsongeschikt
B
niet arbeidsongeschikt
Slide 6 - Quizvraag
Een magazijnmedewerker heeft een arm gebroken tijdens zijn wintersportvakantie. Zijn val werd veroorzaakt door roekeloos skiën. De magazijnmedewerker is
A
arbeidsongeschikt
B
niet arbeidsongeschikt
Slide 7 - Quizvraag
Slide 8 - Tekstslide
Een werknemer heeft een aanstelling voor acht maanden. Aan het begin van de zevende maand wordt hij zo ernstig ziek dat zijn herstel wel een jaar zal duren.
Tot hoe lang loopt de doorbetalingsverplichting van de werkgever?
A
De loondoorbetalingsverplichting duurt twee jaar
B
De loondoorbetalingsverplichting duurt twee maanden
Slide 9 - Quizvraag
Een werknemer heeft bij zijn sollicitatiegesprek verzwegen dat hij een ongeneeslijke ziekte heeft. Na vier maanden raakt hij arbeidsongeschikt. Moet de werkgever hem loon doorbetalen?
Slide 10 - Open vraag
Wat mag je als werkgever vragen als een werknemer zich ziek meldt?
Slide 11 - Open vraag
Slide 12 - Video
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Een werknemer is al vier maanden ziek. Hij heeft nog niets van zijn werkgever gehoord.
Wat had er in die eerste vier maanden NIET moeten gebeuren, gelet op de poortwachtersverplichtingen van werkgever en werknemer?
A
De arbodienst of de bedrijfsarts had een analyse moeten opstellen over de aard en
de oorzaken van de arbeidsongeschiktheid
B
De werkgever en werknemer hadden een plan van aanpak voor de re-integratie moeten maken.
C
De werknemer had bij het UWV een aanvraag voor een WIA-uitkering moeten indienen
D
De werkgever had een re-integratiedossier moeten aanleggen en bijhouden.
Slide 16 - Quizvraag
Een werkgever biedt een vertegenwoordiger die na een oogoperatie geen auto meer mag rijden, een baan aan bij de afdeling Relatiebeheer, waarin hij administratieve en technische contacten onderhoudt met de klanten van het bedrijf. De bedrijfsarts heeft hem geschikt verklaard voor deze werkzaamheden. De vertegenwoordiger behoudt daarbij zijn oude salaris, maar mist, omdat hij nu een kantoorfunctie heeft, de leaseauto en de onkostenvergoeding voor maaltijden en dergelijke. De vertegenwoordiger weigert deze nieuwe baan vanwege de leaseauto, de onkostenvergoeding en de mindere status van de nieuwe functie. In reactie hierop stopt de werkgever de loondoorbetaling. Wie heeft gelijk?