Maatschappijkunde -H4. De rechtsstaat en het strafrecht

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide







Maatschappijkunde



CRIMINALITEIT 
H4. De rechtsstaat en het strafrecht

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen

  • Hoe werkt een rechtsstaat

  • Wat heeft de rechtsstaat te maken met criminaliteit?

Slide 3 - Tekstslide

Rechtsstaat
Een land waar de rechten en plichten van burgers en de overheid zijn vastgelegd in de wet.

Rechten: Alles wat je mag doen of hebben (bijvoorbeeld: vrijheid van meningsuiting).

Plichten: Alle dingen die je moet doen. (bijvoorbeeld: leerplicht)


Slide 4 - Tekstslide

Kenmerken rechtsstaat
1. Grondrechten (persvrijheid, godsdienstvrijheid)

2. Overheid moet zich aan de wet houden

3. Onafhankelijke rechterlijke macht

4. Democratisch gekozen parlement

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Rechtsgelijkheid en rechtsbescherming
Rechtsgelijkheid
Iedereen is voor de wet gelijk

Rechtsbescherming
Rechten van de burgers worden beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid

Slide 7 - Tekstslide

Rechtshandhaving en rechtszekerheid
In een rechtsstaat zorgt de overheid voor rust en orde.

Rechtshandhaving
Overheid controleert of iedereen zich aan de wet houdt.

Rechtszekerheid
Overheid mag pas iemand oppakken als diegene een wet heeft overtreden

Slide 8 - Tekstslide

Uitgangspunten van het strafrecht (1)

- Strafbaar volgens wet?


- Wat waren de omstandigheden? Noodweer/ overmacht?


- Wat is de achtergrond van de dader? Leeftijd? Eerste keer? Psychisch ok?


- Er is een maximale straf waar de rechter zich aan moet houden.
Ontoerekeningsvatbaar = psychisch in de war

Slide 9 - Tekstslide

Uitgangspunten van het strafrecht (2)

De verdachte heeft recht op een eerlijk proces.

-Onafhankelijke en onpartijdige rechter

Slide 10 - Tekstslide

Begrippen H4 De rechtsstaat en het strafrecht
Rechtsstaat: Een land waar de rechten en  plichten van burgers en overheid zijn vastgelegd in de wet.
Recht: Wat je mag doen
Plicht: Wat je moet doen
Grondrechten: De belangrijkste rechten in een land. (bijvoorbeeld recht op privacy)
Onafhankelijke rechtspraak: De rechter laat zich niet beïnvloeden maar beslist zelf volgens de wet.
Rechtsgelijkheid: Alle burgers zijn voor de wet gelijk
Rechtsbescherming: De burgers worden beschermd tegen machtsmisbruik van de overheid. De overheid mag niet alles!
Rechtshandhaving: De overheid controleerd of iedereen zich aan de wet houdt.
Het strafrecht: alle regels die te maken hebben met opsporing van, voor de rechter brengen en straffen van mensen.
Noodweer: Zelfverdedinging
Overmacht: De verdachte kon er niks aan doen.
Ontoerekeningsvatbaar: De verdachte weet niet wat hij doet (niet goed bij  zijn hoofd).

Slide 11 - Tekstslide

Opdrachten
Opdrachten: 5, 6, 7, 9

Slide 12 - Tekstslide