Relativisme en genaturaliseerde epistemologie

Relativisme en Genaturaliseerde epistemologie
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FilosofieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Relativisme en Genaturaliseerde epistemologie

Slide 1 - Tekstslide

Programma
- Relativisme herhalen en toepassen
* Filmpje en plaatje
- 10 minuten lezen 
- Genaturaliseerde epistemologie begrijpen 
* Oefening en verwerkingsvragen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

3. Zijn de bewering 'De aarde is rond' en 'De aarde is plat' cognitief evenveel waard? Waarom wel of waarom niet?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

1. Wat zie je op de afbeelding?

2. Welke nare consequenties heeft wat je ziet voor de vraag naar wat kennis is?

Slide 6 - Open vraag

Zelfstandig lezen 
Begin te lezen in paragraaf 3.7
Probeer je te concentreren
Als je afdwaalt, wat kun je doen om je te herpakken?
timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Hoe ging het lezen? Wat heb je gedaan om geconcentreerd te blijven?

Slide 8 - Open vraag

Stel dat je vier speelkaarten op tafel hebt liggen. Twee daarvan liggen met de rug naar boven. De ene heeft een blauwe rug de andere een rode. De twee andere kaarten liggen met de plaatjes naar boven: een harten vier en een schoppen zeven. Welke kaarten moet je omdraaien om te controleren of de volgende stelling klopt: 'Als de rug van de kaart rood is, dan staat op de andere kant een even getal'?

Leg uit waarom je deze kaarten om moet draaien. Leg ook uit waarom je de andere kaarten niet om hoeft te draaien.

Slide 9 - Open vraag

Als een moeder met vier dochters de afspraak maakt dat als ze de auto lenen dat ze dan ook moeten tanken, welke dochters moet je dan controleren of ze zich aan deze afspraak gehouden hebben? Dochter 1 heeft de auto geleend. Dochter 2 heeft de auto niet geleend. Dochter 3 heeft getankt. Dochter 4 heeft niet getankt.

Leg uit waarom je deze dochters moet controleren. Leg ook uit waarom je de andere dochters niet hoeft te controleren.

Slide 10 - Open vraag

Wat is de algemene logische regel die je in beide gevallen moet controleren? Welke gevallen moet je controleren of de regel klopt?

Slide 11 - Open vraag

Leg uit wat de verklaring van naturalisten is dat mensen meer moeite hebben om te bepalen welke kaarten ze om moeten draaien dan welke dochters ze moeten controleren terwijl de logische vorm van het probleem in beide gevallen precies hetzelfde is.

Slide 12 - Open vraag

1. Wat heeft de evolutietheorie te maken met de genaturaliseerde epistemologie?
2. Wat is precies genaturaliseerde epistemologie?
3. Waarom hebben we volgens de genaturaliseerde epistemologie moeite met logisch redeneren?
4. Welke rol speelt wetenschap in de genaturaliseerde epistemologie? Waarom is het voor de genaturaliseerde epistemologie geen probleem dat wetenschappelijke kennis niet zeker is?

Slide 13 - Open vraag

Lees de waarheidstheorieën. Kies er een en zoek een afbeelding die de waarheidstheorie illustreert.

Slide 14 - Open vraag