presentatie orgaandonatie

orgaandonatie 
Marjolein van den Berg
SPT
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

orgaandonatie 
Marjolein van den Berg
SPT

Slide 1 - Tekstslide

Wat is orgaandonatie?

Als je orgaandonor bent houdt dit in dat nadat je overlijdt je organen en/of weefsel worden geïmplanteerd bij iemand die dat nodig heeft i.v.m. ziekte of trauma.

Slide 2 - Tekstslide

Welke organen/weefsel kun je doneren?
Organen: alvleesklier, dunne darm, hart, lever, longen en nieren

Weefsel: bloedvaten, botweefsel, hartkleppen, hoornvliezen, huid, kraakbeen en peesweefsel

Slide 3 - Tekstslide

 4 donatie mogelijkheden
Keuze 1: je stelt je organen en weefsel na je overlijden beschikbaar, je mag bezwaar maken tegen het doneren van bepaalde organen
Keuze 2: je stelt je organen en weefsels na je overlijden niet beschikbaar voor transplantatie
Keuze 3: je laat je beslissing over aan je nabestaanden
Keuze 4: je laat je beslissing over aan een specifiek persoon

Slide 4 - Tekstslide

Wat zou een reden kunnen zijn om geen organen te doneren?

Slide 5 - Open vraag

Redenen waarom mensen geen organen doneren

1. religie 
2. het afscheid nemen voor nabestaanden 
3. minder moeite doen om een leven te redden


Slide 6 - Tekstslide

Wat zou een reden kunnen zijn om wel organen te doneren?

Slide 7 - Open vraag

Redenen waarom mensen wel organen doneren

1. religie
2. groot tekort aan beschikbare organen
3.. je geeft iemand een kans op leven
4.. je hebt zelf je organen niet meer nodig

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wie kunnen organen doneren?
Niet iedereen is geschrikt als orgaandonor, zelfs al heb je bij de donorregistratie 'ja' ingevuld. De geschiktheid wordt vastgesteld op moment van overlijden. 

Donatie organen: als iemand in het ziekenhuis overlijdt.
Donatie weefsels: kan altijd ongeacht waar diegene overlijdt.

Slide 10 - Tekstslide

hoeveel patiënten sterven onder de juiste omstandigheden om alle organen te kunnen doneren?
A
1 op de 500 patiënten
B
1 op de 10.000 patiënten
C
1 op de 100 patiënten
D
1 op de 5.000 patiënten

Slide 11 - Quizvraag

Leeftijdsgrens 
Kinderen onder de 12 jaar: donatie alleen toegestaan wanneer ouders of voogd toestemming geven.

Kinderen van 12 t/m 15 jaar: kind mag toestemming geven, maar ouders mogen bezwaar maken.

Kinderen van 16 jaar en ouder: beslissing van kind is leidend.

Slide 12 - Tekstslide


Nieren                       0 jaar tot -
Lever                          0 jaar tot -
Longen                      0 tot 75 jaar
Hart                             0 tot 65 jaar
Alvleesklier              0 tot 60 jaar
Dunne darm            1 tot 50 jaar
Hartkleppen (m)    1 tot 61 jaar

Hartkleppen (v)      1  tot 66 jaar
Bloedvaten              20 tot 46 jaar
Oogweefsel             2 tot 86 jaar
Huid                            20 tot 81 jaar
Botweefsel              17 tot 56 jaar
- kraakbeen
- pezen 

Slide 13 - Tekstslide

Wie hebben een donatie nodig?
- Hart en vaatziektes: hart, hartkleppen en bloedvaten
- Brandwonden: huidweefsel
- Troebele hoornvlies: hoornvlies
transplantatie
- Bottumor: botweefsel

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Nieuwe wet
Er is een nieuwedonor wet 1 juli 2020 ingegaan. Wie nu zelf niets invult in het donorregister, krijgt uiteindelijk 'geen bezwaar tegen donatie'  in zijn of haar dossier te staan. 

Iedereen kan zijn of haar keuze ten allen tijde nog aanpassen in het register.

Slide 16 - Tekstslide

hoe worden organen bewaard?
organen die verwijderd zijn uit het donor lichaam worden bewaard op ijs en worden gespoeld met speciale koude bewaarvloeistof. het orgaan wordt vervolgens steriel verpakt in zakken. wanneer het orgaan naar het buitenland moet, wordt het vervoerd met een vliegtuig.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Zijn jullie orgaan donor?
A
Ja (maar sommige organen doneer ik niet)
B
Dit zeg ik liever niet/ik weet het nog niet
C
nee, ik doneer mijn organen niet
D
Ik laat iemand anders bepalen

Slide 19 - Quizvraag