cross

par. 1.1 Nigeria (tegenstellingen)

WELKOM!
Chromebook, pen en schrift op tafel
Tassen op de grond
Mobiel niet zichtbaar, tenzij je hem kwijt wilt :)
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

WELKOM!
Chromebook, pen en schrift op tafel
Tassen op de grond
Mobiel niet zichtbaar, tenzij je hem kwijt wilt :)

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Leerdoelen 1.1
  • Bespreken 1.1 (niet alles), afgewisseld met quizvragen en een opdracht over klimaatgrafieken
  • Opdracht 'kaart van Nigeria'
  • Afronden les

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je kunt beschrijven welke natuurlandschappen in Nigeria voorkomen
    , waar ze voorkomen en waarom ze daar voorkomen.
  2. Je kunt beschrijven hoe de bevolkingsspreiding in Nigeria is  en waarom die spreiding zo is.
  3. Je kunt uitleggen waarom Nigeria een multicultureel land is.
  4. Je weet wat  de oorzaken van conflicten in Nigeria zijn.
  5. Vanuit BB: klimaten kunnen onderscheiden + herkennen in klimaatgrafieken.
  6. Je kent de topografie van Nigeria (werkboek!)

Slide 3 - Tekstslide

Nigeria: waar ligt dat?

Slide 4 - Tekstslide

Wat kun je zeggen over de bevolkingsspreiding in Nigeria?
A
Die is gelijk
B
Die is ongelijk

Slide 5 - Quizvraag

In welk deel van Nigeria is de bevolkingsdichtheid het grootst?
A
Noord
B
Oost
C
Zuid
D
West

Slide 6 - Quizvraag

Bevolkingsspreiding = ongelijk
De meeste mensen wonen in zuiden. 

Waarom:
  • Veel steden;
  • Veel werk, o.a. in de plantages (export);
  • Zuid = welvarender (hoger BBP)
  • Midden en Noord zijn droger: landbouw brengt hier minder op.
Bruto binnenlands product = de waarde van de totale productie binnen een land. Als je het BBP deelt door het aantal inwoners in het land, heb je het BNP per hoofd van de bevolking. Dit kun je ook per regio aangeven: BRP. 

Slide 7 - Tekstslide

BB250: politiek systeem
De manier waarop een staat bestuurd wordt.
  • Centraal geregeerd: regering bestuurt vanuit 1 centraal punt. Alle wetten en regels gelden in het hele land.
  • Federatie: centrale regering, maar de deelstaten (soort provincies) hebben ook een eigen bestuur. 

Nigeria is een federatie. Maar waarom?


Slide 8 - Tekstslide

Waarom is Nigeria een federatie
Land met grote verschillen: diverse etnische groepen met eigen cultuur (      ), christenen vs moslims. Om recht te doen aan de verschillen, bestaat Nigeria uit deelstaten met autonomie. 
Multiculturele samenleving is een samenleving waarin veel mensen samen leven die verschillende achtergronden hebben. Denk aan godsdienst, afkomst etc. 
Autonomie wil zeggen dat een land/gebied de vrijheid heeft om eigen wetten en regels te maken. Dit noemen we ook wel zelfbestuur.

Slide 9 - Tekstslide

Check
  1. Waar is in Nigeria de bevolkingsdichtheid het grootst?
  2. Waarom is de bevolkingsdichtheid het grootst in het zuiden? Geef een economisch en een natuurlijk argument.
  3. Wat is een federatie?
  4. Waarom is Nigeria een federatie?

Slide 10 - Tekstslide

Verscheurd land
  1. Strijd om macht, bijvoorbeeld als etnische minderheden achtergesteld worden
  2. Strijd om natuurlijke hulpbronnen zoals olie 
  3. Strijd tussen religieuze groepen 
  4. Opstanden door regionale ongelijkheid (afbeelding) 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Check
  1. Geef vanuit de economische dimensie 2 redenen waarom er in Nigeria conflicten zijn.
  2. Geef vanuit de politieke dimensie 1 reden waarom er in Nigeria conflicten zijn.
  3. geef vanuit de culturele dimensie 1 reden waarom er in Nigeria conflicten zijn.
  4. Als je kijkt naar het gebied waar Boko Haram actief is, waarom is het dan logisch dat zij veel aanslagen plegen?

Slide 13 - Tekstslide

Klimaten (BB63 en BB64)
Nigeria kent 2 hoofdklimaten: droog klimaat en tropisch regenklimaat.

Het tropisch regenklimaat is onder te verdelen in een tropischregenwoud klimaat en een savanneklimaat.

Van zuid naar noord = nat naar droog.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Aantekening
Wat moet je kunnen na de aantekening?
  • 5 hoofdklimaten bij naam en hoofdletter;
  • Per hoofdklimaat de subklimaten bij naam (2e letter)
  • Aan de hand van het stappenplan kun je bij een klimaatgrafiek de naam + lettercombinatie van het klimaat geven.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

De letter A in Köppen staat voor...
A
Droog klimaat
B
Zeeklimaat
C
Poolklimaat
D
Tropisch klimaat

Slide 19 - Quizvraag

De letter C staat voor welk hoofdklimaat?
A
Landklimaat
B
Zeeklimaat
C
Droog klimaat
D
Poolklimaat

Slide 20 - Quizvraag

Het verschil tussen BS en BW is gebaseerd op?
A
Temperatuur
B
Neerslag

Slide 21 - Quizvraag

Df staat voor?
A
Zeeklimaat met hele jaar neerslag
B
Landklimaat met droge winter
C
Landklimaat met droge zomer
D
Landklimaat met hele jaar neerslag

Slide 22 - Quizvraag

De temperatuur komt het hele jaar niet onder de 18 graden en er is sprake van een droge winter.
A
Af
B
As
C
Aw

Slide 23 - Quizvraag

Het hele jaar komt de temperatuur niet boven de 0 graden uit
A
ET
B
EF/EH
C
Df
D
Dw

Slide 24 - Quizvraag

Oefenen!
  1. Op het uitgedeelde blad staan 14 klimaatgrafieken. 
  2. De eerste twee klimaatgrafieken doet de docent voor, de volgende twee doen we klassikaal, de overige 10 doe je zelfstandig (aan de hand van je aantekening)

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht kaart Nigeria
Van de docent krijg je een blad met een lege kaart van Nigeria. 

In de kaart ga je aangeven:
  • In welk deel van Nigeria mongroven, tropisch regenwoud, savanne en steppe te vinden zijn. Geef grenzen aan! Gebruik TB, BB en kaart 193A.
  • Je beschrijft het landschap (soorten begroeiing), neerslag (wanneer, hoeveel?) en andere kenmerken die genoemd worden (BB96, 97 en 98).
  • Per landschapzone (regenwoud, savanne en steppe) beschrijf je de landbouwvorm en geef je aan of de opbrengsten hoog/laag zijn. 


193A

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Huiswerk
Leren 1.1: TB, BB en deze presentatie. De leerdoelen zijn leidend!

Maken via de methodesite opdracht 1 tot en met 6 (boek = havo/vwo 3)

Slide 33 - Tekstslide