Woorden oefenen verdieping medische kennis 2

Woorden oefenen 
A. subclavia = 

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Woorden oefenen 
A. subclavia = 

Slide 1 - Tekstslide

Woorden oefenen 
A. subclavia = onderste sleutelbeenslagader

Slide 2 - Tekstslide

Woorden oefenen 
A. femoralis = 

Slide 3 - Tekstslide

Woorden oefenen 
A. femoralis = dijbeenslagader

Slide 4 - Tekstslide

Woorden oefenen 
ADH = 

Slide 5 - Tekstslide

Woorden oefenen 
ADH = antidiuretisch hormoon

Slide 6 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Artritis = 

Slide 7 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Artritis = gewrichtsontsteking

Slide 8 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Bradycardie = 

Slide 9 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Bradycardie = langzame hartslag, lager dan 60

Slide 10 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Cerebrum = 

Slide 11 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Cerebrum = grote hersenen

Slide 12 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Dyspneu = 

Slide 13 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Dyspneu = kortademigheid

Slide 14 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Epidermis = 

Slide 15 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Epidermis = opperhuid

Slide 16 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Epiglottis = 

Slide 17 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Epiglottis = strotklepje

Slide 18 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Hypoventilatie = 

Slide 19 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Hypoventilatie = te kortschietende ventilatie van de lucht in de longen

Slide 20 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Liquor cerebrospinalis = 

Slide 21 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Liquor cerebrospinalis = hersen- en ruggenmergvloeistof

Slide 22 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Motorische banen = 

Slide 23 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Motorische banen = zenuwbanen waarlangs bewegingsprikkels naar de spieren worden geleid

Slide 24 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Mucus = 

Slide 25 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Mucus = slijm

Slide 26 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Os sternum = 

Slide 27 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Os sternum = borstbeen

Slide 28 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Os tibia =

Slide 29 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Os tibia = scheenbeen

Slide 30 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Overloopincontinentie = 

Slide 31 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Overloopincontinentie = urineverlies door overvolle blaas

Slide 32 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Peristaliek = 

Slide 33 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Peristaltiek = golfbeweging van de darmwand

Slide 34 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Septum cordis = 

Slide 35 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Septum cordis = harttussenschot

Slide 36 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Rectaal toucher = 

Slide 37 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Rectaal toucher = lichamelijk onderzoek via de anus

Slide 38 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Urge-incontinentie = 

Slide 39 - Tekstslide

Woorden oefenen 
Urge-incontinentie = aandrangsincontinentie

Slide 40 - Tekstslide