Clase 1

Hoy es luces, 20 de septiembre del 2021.
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoy es luces, 20 de septiembre del 2021.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El esquema (de schema)
1. Ser vs. Estar
2. Practicar
3. Vídeo


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los objetivos (de doelen)
Aan het eind van de les:
- Weet ik het verschil tussen ser en estar.
- kan ik zinnen met ser en estar maken.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De H spreek je niet uit
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

El garaje
La sala / el salón
El baño
La habitación
La cocina
El comedor

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué significa al lado?
A
Tussen
B
Op
C
Onder
D
Naast

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué significa piso/planta?
A
gewicht
B
Verdieping

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SER
1. Ser wordt gebruikt voor zaken die te maken hebben met identiteit, zoals: nationaliteit, geslacht, beroep en afkomst.
-Juan es Brasileño.
Juan is Braziliaans. 

- Luisa es periodista.
Luisa is journalist 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Ser wordt gebruikt voor uitdrukkingen van tijd, datums, dagen en gebeurtenissen.
-Es la una / Son las 2.
het is een / twee uur.

- Mañana es el cumpleaños de mi prima.
Morgen is de verjaardag van mijn nicht. 

3. Oorsprong.
- Las naranjas son de los Estados Unidos.
De sinasapels zijn van de VS.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Ser wordt ook gebruikt om te zeggen waarvan iets gemaakt is.
- La mesa es de madera.
De tafel is (gemaakt) van hout.

5. Evens wordt ser gebruikt voor het aanduiden van eigendom. Bijvoorbeeld:
- Este coche es mi coche.
- Deze auto is mijn.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6. Eigenschappen
-Luis es bonito.
Luis is mooi.

-Vosotros sois simpáticos
Jullie zijn sympathiek 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Estar
1. Estar wordt gebruikt voor het aangeven van de plaats van iets of iemand.
- La casa de Amy está en La Haya.
- Los libros están sobre la mesa.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Ook wordt estar gebruikt voor het uitdrukken van gevoel, stemming, emotie, fysieke toestand of uiterlijkheid.
-Estoy feliz.
Ik ben gelukkig.  

- Luci está resfriada.
Luci is verkouden.

-La chica está bonita.
Het meisje ziet er mooi eruit.

Slide 17 - Tekstslide

Feliz-gelukkig
3. Estar wordt ook gebruikt voor burgelijke staat, zoals: gescheiden, getrouwd, overleden, etc.
-Él está casado con Carmen.
Hij is getrouwd met Carmen.

-Están muertos
- Ze zijn overleden.



Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Gevoelens
- Estoy furioso.
Ik ben razend .

-  Manuel está enamorada de Julia.
Manuel is verliefd op Julia.

5. Toestand
- Estoy cansado.
Ik ben moe.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡Vamos a practicar!
Yo __________ holandés.
Tú __________ Pedro.
Yo no __________ cansado.
Ella __________ abogada.
Juan y Pedro __________ simpáticos.
Mi abuela __________ italiana.
Nosotros __________ hartos (heb genoeg van)de todo.
Mi vecina __________ periodista.
Los estudiantes de derecho __________ contentos.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Las respuestas
  1. soy
  2. eres
  3. estoy
  4. es
  5. son
  6. es
  7. estamos
  8. es
  9. están

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aantwoorden
1. A                                                 
2. un kilómetro                                                             
3. A, B, C & D                         
4. De natuur en dieren                                              
5. In het hart van Barcelona.
6. C & D

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb het onderwerp van vandaag begrepen
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies