Les 2
Doel:
gesprekken voeren
luisteren + begrijpen
reageren
herhaling (getallen)
Les 2
Doel:
gesprekken voeren
luisteren + begrijpen
reageren
herhaling (getallen)
Doel -> goals
Gesprekken voeren -> having conversations
Luisteren + begrijpen -> listing + understanding
Reageren -> Responding
Herhaling -> (getallen) couting
Repeat
WARM-UP
Hoe gaat het?
Wat heb je gisteren gedaan? -> ik heb geslapen na de nederlandse les
Wat ga je vandaag doen? -> Na mijn Nederlandse les ga ik wandelen en dan ga ik het huis schoonmaken en boodschappen doen?
Je hebt nieuwe tijden met je werk gekregen toch?
3:30 pm till 00:00 am
Ik moe - mauw
Ik ben moe
Ik ben blij - happy
Ik ben verdrietig - sad
------------------------
Ik ben -> Ik ben moe / i am tired
Jij bent ->
Hij / zij is
Wij zijn
Ik leer Nederlands
Jij leert Nederlands
Hij / zij leert Nederlands
Wij
today -> vandaag
Yesterday? gisteren
Leren -> wij leren
Verbs and Ik jij hij/ zij wij.
Ik different word
Jij different word
Hij / zij same word as jij
Wij different word
Wat zei je? means -> what did you say?
Boodschappen doen-> doing groceries
GETALLEN HERHALEN
5 -> vijf
12 -> twaalf
18 -> achttien
25 -> vijf en twintig
40 -> veertig
67 -> zeven en zestig
88 -> acht en tachtig
33 -> drie en dertig
91 -> een en negentig
104 -> honderd en 4
124 -> honderd 4 en twintig
elf
twaalf
...
ten -> tien
40 -> veertig
zeven -> Pre
tachtig
33 -> drie en dertig
Honderd en 4
VERHAAL LEZEN
Ik woon niet in Nederland, maar ik heb Nederlandse vrienden.
We praten vaak samen en soms begrijp ik niet alles.
In mijn vrije tijd luister ik naar muziek en spreek ik af met mijn vrienden.
Ik wil beter Nederlands leren zodat ik makkelijker kan praten met hen.
I live not in the Netherlands, but I have Dutch friends
You -> jij
Woon -> live
Maar -> but
Heb -> have
soms -> sometimes
begrijp-> understand
niet -> not
alles -> everything
praten -> talk
samen -> together
vaak -> more often
vrije tijd -> free time
NA HET LEZEN
Waar woont hij?
Wat doet hij in zijn vrije tijd?
Waarom leert hij Nederlands?
Deze slide heeft geen instructies
CONVERSATION
Hey, hoe gaat het?
Wat ga je doen vanavond?
Ga je mee?
Ik ben moe, maar ik ben blij
Ik ben (een beetje) moe, maar verder gaat alles goed and you?
a little bit -> een beetje
vanavond ->
gisteren
vandaag
vanavond -> evening
vanmiddag -> afternoon
ik ga een wandeling maken, daarna wil ik een biertje drinken, ga je mee?
after that i wanna do you a
biertje -> small beer
Herhaling -> practice
Basis gesprekken
afspreken →
meegaan →
zin hebben in →
geen zin hebben →
voorbeeld:
Ik heb zin om af te spreken
to meet up
to come along
to feel like
to not feel like
NIEUWE WOORDEN
Basis gesprekken
afspreken →
meegaan →
zin hebben in →
geen zin hebben →
voorbeeld:
Ik heb zin om af te spreken
to meet up
to come along
to feel like
to not feel like
Sociale woorden
biertje →
drankje →
feestje →
gezellig →
Voorbeeld: het is gezellig
beer
drink
party
cozy / nice atmosphere
Tijd & plannen
later →
vandaag →
morgen →
vanavond →
voorbeeld:
Ik kom later
later
today
tomorrow
tonight
Reacties
leuk →
jammer →
prima →
voorbeeld:
Prima, ik kom
nice
too bad
fine / okay
MINI ROLEPLAY
Thes:
“Ga je mee vanavond?”
Callum:
“Ja, leuk!”
of
“Sorry, ik heb geen zin”
Deze slide heeft geen instructies
VERHAAL
Vandaag spreek ik af met mijn vrienden.
We gaan vanavond naar een feestje.
Ik heb zin in een drankje en misschien een biertje.
Mijn vriend vraagt: “Ga je mee?”
Ik zeg: “Ja, leuk! Ik kom later.”
Op het feestje is het heel gezellig.
We praten, lachen en luisteren naar muziek.
Soms heb ik geen zin om uit te gaan,
maar vandaag heb ik er wel zin in.
Deze slide heeft geen instructies