2K 3.1 Hoe ga jij geld verdienen?

3.1 Hoe ga jij geld verdienen?
- Werkgever en werknemer
- Een staafdiagram aflezen
- Wat is een arbeidsovereenkomst?
- Wat is een CAO?
- Hoe bereken je het nettoloon?
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

3.1 Hoe ga jij geld verdienen?
- Werkgever en werknemer
- Een staafdiagram aflezen
- Wat is een arbeidsovereenkomst?
- Wat is een CAO?
- Hoe bereken je het nettoloon?

Slide 1 - Tekstslide

Werkgever en werknemer
De meeste mensen werken voor een werkgever.
Zij zijn zelf werknemers.

Loon/salaris voor arbeid.

Sommige mensen hebben een eigen bedrijf. 
De winst is hun loon.   

Slide 2 - Tekstslide

Bert werkt in een ziekenhuis. Het ziekenhuis is de ...
A
Werknemer
B
Werkgever

Slide 3 - Quizvraag

Maartje heeft een eigen bedrijf. Hoe noem je wat er overblijft van haar inkomsten nadat ze haar kosten heeft betaald?
A
Money
B
Pakkiepakkie
C
Winst of verlies
D
Uitkering

Slide 4 - Quizvraag

Staafdiagram aflezen
Blz. 75.  Een staafdiagram.

Maak vraag 4

Slide 5 - Tekstslide

Belangrijke woorden
Vacature

Arbeidsovereenkomst/arbeidscontract
- hoeveel uren je gaat werken
- Hoeveel je gaat verdienen
- Hoeveel vakantiedagen je hebt

Proeftijd 



Slide 6 - Tekstslide

CAO
CAO = Collectieve Arbeidsovereenkomst

Bijv. In de horeca(bedrijfstak) in Nederland:
Werkgevers gaan in gesprek met de werknemers, en maken samen afspraken. Deze afspraken gelden voor alle werknemers in die bedrijfstak. 

Bijv. over hoeveel dagen je vrij moet krijgen. hoeveel pauzes je moet krijgen, hoeveel uren je maximaal achter elkaar mag werken, 

Slide 7 - Tekstslide

Juist of onjuist?

De proeftijd is maximaal 3 maanden.
A
Juist
B
Onjuist, maximaal 2 maanden
C
Onjuist, maximaal 1 maand

Slide 8 - Quizvraag

Juist of onjuist?
Als ik zelf afspraken maak met mijn werkgever dan vervalt mijn CAO.
A
Ja, als je zo dom bent om dat te doen.
B
Nee, dat kan niet. Een CAO geldt voor iedereen.

Slide 9 - Quizvraag

Brutoloon en nettoloon
Brutoloon - Inhoudingen = Nettoloon

Het nettoloon wordt uitbetaald. 

Maak opgave 13 en 14

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk
Maken vraag 1 tm 14
op blz. 74 tm 78

Slide 11 - Tekstslide