7. Spierstelsel algemeen

Spierstelsel algemeen

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 1,4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Spierstelsel algemeen

Deze slide heeft geen instructies

Theorie

lichaamsbehandeling

Duur van deze lessenreeks is 2,5 schoolperiodes.


Onderwerpen:

  • Steun- en beenderweefsel

  • Botten

  • Spierstelsel

  • Haren en definitieve ontharing

  • Ademhaling

  • Stofwisseling en spijsvertering

  • Uitscheiding

Text

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 

Aan het einde van deze les kun je de bouw en werking van het spierstelsel beschrijven.

Je kunt uitleg geven over spierbevestigingen waarbij je gebruik maakt van oorsprong en aanhechting.

Je kunt verschillende soorten spierweefsel benoemen met de belangrijke functies.

Je kunt belangrijke functies van het spierweefsel beschrijven en voorbeelden toepassen in een praktijksituatie.

Deze slide heeft geen instructies

Spierfuncties


  • Je lichaam kan bewegen zodat je kunt lopen.

  •  Je lichaam kan fixeren zodat je rechtop kan zitten of staan.

  • Bescherming van je organen.


Deze slide heeft geen instructies

Spierweefselsoorten:

  • Dwarsgestreept spierweefsel

  • Glad spierweefsel

  • Hartspierweefsel = dwarsgestreept

Deze slide heeft geen instructies

Spierweefsel

Dwarsgestreepte spieren:

Willekeurig:

skeletspieren, je bepaalt zelf je bewegingen.


Hartspierweefsel
Dwarsgestreept, wél onwillekeurig

De pompbewegingen van het hart gaan automatisch, zijn onwillekeurig.

Deze slide heeft geen instructies

Spierweefsel

Gladspierweefsel:

Onwillekeurig - in de organen; wanden van bloedvaten, luchtwegen en het spijsverteringskanaal.

Het regelt zich vanzelf, is onwillekeurig.


Deze slide heeft geen instructies

Bevestiging aan lichaam:


  • Pees 

  • Peesblad 

  • Peesschede 



Deze slide heeft geen instructies

Termen

Oorsprong: begin van een spier
Aanhechting: einde van een spier

De beweging wordt geprikkeld vanuit het zenuwstel. De prikkeling noemen we innervatie.


Samentrekken spier: spiercontractie.

Het samentrekken van een spier verloopt van aanhechting naar oorsprong.


Deze slide heeft geen instructies

Skeletspieren

Agonist: is spier die verantwoordelijk is voor de beweging die gemaakt wordt.

Synergist: (spier) die bij samentrekking elkaars werking ondersteunen

Antagonist: (spier) die elkaars werking tegengaan

Deze slide heeft geen instructies

Spierstofwisseling:

Aëroob: verbranding van glucose met behulp van zuurstof.


Anaëroob: verbranding van glucose zonder zuurstof.

Afvalstof: melkzuur (ontstaan myogelosen)

Voor elke samentrekking hebben spieren brandstof nodig. Ze hebben brandstof nodig om de bewegingen te kunnen uitvoeren, maar ook om de spiercellen niet kapot te maken. Een werkende spier kost vijftien keer zo veel energie als een spier in rust. De spieren halen de brandstof uit je lichaam.

Als je buiten adem raakt heb je te  weinig zuurstof naar de spieren.


Overgebleven glucose wordt met behulp van insuline in glycogeen omgezet. Dit wordt als reservevoorraad opgeslagen in de spieren en in de lever. Als er te weinig glucose aanwezig is in het bloed, kan het lichaam de voorraad glycogeen weer omzetten in glucose. Dat gebeurt met behulp van het hormoon glucagon en de stof adrenaline.


Myogelosen zijn verhardingen in het spierweefsel die ontstaan door een slechte doorbloeding. Hierdoor gaat de spierstofwisseling minder snel. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ophoping van melkzuur, bij ongewone of grote inspanning of bij verkeerd spiergebruik. Myogelosen worden ook wel spierknopen genoemd.  Myogelosen ontstaan vooral op de plek waar de spier het slechtst doorbloed is. Dit is bijvoorbeeld bij de aanhechting, de oorsprong of aan de spierranden. Je kunt myogelosen voelen in een spier. Ze zijn hard, hebben een korrelige structuur en kunnen pijn doen bij aanraking.

Spiertonus

Spanning van een spier in rustfase

Hypertonus: te hoge spierspanning

Hypotonus: te lage spierspanning



Deze slide heeft geen instructies

Spierdegeneratie

= Atrofie

achteruitgang van het spierweefsel, minder worden van kwaliteit,

met als gevolg verslapping.

Deze slide heeft geen instructies

Spiercontracties

Statisch:

  • Aanspannen van spier zonder beweging

  • Bv, duwen met je arm tegen de muur


Dynamisch:

  • Aanspannen waarmee de spier verandert van lengte

  • Bv, tillen van zware doos

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag

Paragraaf beautylevel:

3.1 spieren


Lessen beautylevel:

Het spierstelsel

Spierstofwisseling

Trainer Spiervormen


Opdracht: spierweefsel

Deze slide heeft geen instructies