Digitale vaardigheden: Herhaling

Digitale vaardigheden: Herhaling


1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconoomBeroepsopleiding

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 2 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Digitale vaardigheden: Herhaling


Wat weet je nog?

Wat ben je vergeten?

Wat betekent: digitaal?

A

Iets dat je met je handen maakt.

B

Iets met cijfers en getallen.

C

Iets dat werkt met elektriciteit en een computer, zoals op een tablet.

D

Iets met groente en fruit.

Wat is een blog?

A

Een klein huisje.

B

Een online dagboek of verhaal dat je kunt lezen.

C

Een soort groente.

D

Een liedje.

Wat is een voorbeeld van een apparaat:

A

Een boom

B

Een verwarming

C

De zee

D

Een mens

Wat is een voorbeeld van een digitaal apparaat:

A

Een bureau

B

Een verwarming

C

Een doos

D

Een computer

Wat is dit?

A

Het beeldscherm

B

De webcam

C

Het toetsenbord

D

De touchpad

Wat is dit?

A

Het beeldscherm

B

De webcam

C

Het toetsenbord

D

De touchpad

Wat is dit?

A

Het beeldscherm

B

De webcam

C

Het toetsenbord

D

De touchpad

Wat is dit?

A

Het beeldscherm

B

De webcam

C

Het toetsenbord

D

De touchpad

Wat zijn sneltoetsen?

A

Sleutels die heel snel draaien.

B

Mensen die snel toetsen maken.

C

Speciale knoppen op het toetsenbord om snel iets te doen.

D

Een weg waar auto's snel rijden.

Wat betekent kopiëren?

A

Iets heel hard roepen.

B

Tekst dubbel maken.

C

Tekst plakken in een Word bestand.

D

Bananen eten.

Met welke sneltoets kun je kopiëren?

A

Ctrl + A

B

Ctrl + C

C

Shift + C

D

Ctrl + V

Wat betekent plakken?

A

Met een hamer slaan.

B

Iets pakken van de tafel.

C

Tekst plakken in een Word bestand.

D

Bananen eten.

Met welke sneltoets kun je plakken?

A

Ctrl + A

B

Ctrl + C

C

Shift + C

D

Ctrl + V

Vertaal deze zin in Google Translate naar je eigen taal:


"Mensen die meer dan tien uur per dag op hun smartphone zitten krijgen slechte ogen!"

Wat kun je doen met Word?

A

Een tekst schrijven

B

Huiswerk maken

C

Tekst typen en opmaken

D

Muziek maken

Wat is er veranderd?

A

De tekst is dikgedrukt.

B

De tekst is schuin.

C

De tekst is onderstreept.

D

De kleur is veranderd.

Wat is er veranderd?

A

De tekst is dikgedrukt.

B

Het lettertype is veranderd.

C

De tekst is onderstreept.

D

De kleur is veranderd.

Wat is er veranderd?

A

De tekst is dikgedrukt.

B

De tekst is schuin.

C

De tekst is onderstreept.

D

De kleur is veranderd.

Wat is er veranderd?

A

De tekst is dikgedrukt.

B

De tekst is schuin.

C

Het lettertype is veranderd.

D

De kleur is veranderd.

Wat is er veranderd?

A

De tekst is dikgedrukt.

B

De tekst is schuin.

C

De tekst is onderstreept.

D

Het lettertype is veranderd.

Invuloefening

Ik heb huiswerk. Ik moet een tekst schrijven op mijn laptop. Ik doe mijn laptop aan en open eenWord-bestand. Ik begin met typen. Ik kopieer tekst met de sneltoets ctrl + C. Ik plak de tekst met de sneltoets ctrl + V. Nu ga ik de tekst opmaken. Ik verander het lettertype en maak de letters dikgedrukt.

laptop
Word-bestand
C
V
opmaken
lettertype
dikgedrukt

Uit welk jaar komt de eerste smartphone

A

1970

B

2007

C

2016

D

1995

Wat betekent schermtijd?

A

De tijd dat je je ogen dicht hebt.

B

Hoe lang je scherm aan staat.

C

De uren die je naar een telefoon, tablet of computer kijkt.

D

De tijd die je slaapt.

Hoeveel uur schermtijd is te veel voor een persoon?

A

10 uur per dag

B

5 uur per dag

C

2 uur per dag

D

3 uur per dag

Geef een voorbeeld van een sneltoets:

Schrijf zoveel mogelijk apparaten op.

Schrijf zoveel mogelijk digitale apparaten op.

Wat is dit?

Wat is dit?

Wat is dit?

Wat is dit?

Maak een zin . Gebruik twee van deze woorden:
De smartphone, de laptop, leren, leuk, school, foto.